Simpelheid bedriegt

Geen buitenlandse toparchitecten, geen grote namen uit eigen land maar wel tien stadions voor de prijs van nog geen twee Arena's en twee Gelredomes.

Toen Nederland en België in 2000 het Europees kampioenschap voetbal organiseerden, was dit in Nederland geen aanleiding om een reeks nieuwe stadions te bouwen. Het Feyenoord-stadion, de Kuip in Rotterdam, had al in 1994 een smal, nieuw dak gekregen, de Arena in Amsterdam, de Big Mac in de Bijlmermeer, was al in 1996 opgeleverd en de Gelredome in Arnhem, net als de Arena een stadion met een verschuifbaar dak, volgde twee jaar later.

Hoe anders is dit in Portugal. Hoewel dit land nog altijd een van de armere EU-leden is, zijn voor de EK in 2004 zeven nieuwe stadions gebouwd en drie reeds bestaande stadions grondig verbouwd. Erg duur zijn de stadions niet geweest: in totaal hebben ze zo'n 380 miljoen euro gekost. Ter vergelijking: de bouwkosten van de Arena waren alleen al ongeveer 130 miljoen, en die van de Gelredome in 1998 70 miljoen euro, samen dus al bijna de helft van het totale budget van alle tien Portugese stadions.

Ondanks de lage budgetten hebben de Portugezen een aantal bijzondere stadions weten te bouwen. Terwijl de Arena en vooral de Gelredome in de eerste plaats zakelijke betonbakken zijn, is van de Portugese stadions eigenlijk alleen dat van Boavista in Porto (30.000 toeschouwers), ontworpen door Grupo 3 Arquitectos Associados, als zodanig te kwalificeren. Ook het stadion van Coimbra (30.000 toeschouwers) van Antònio Monteiro is er een van het recht-toe-recht-aan type, maar dit heeft zo compromisloos een lusvorm gekregen dat het de zuiverheid van de oorspronkelijke Kuip, het mooiste stadion in Nederland, in herinnering roept.

Opmerkelijk bij de nieuwe Portugese stadions is ook dat voor het ontwerp geen beroep is gedaan op buitenlandse sterarchitecten. Zelfs Portugals beroemdste architect, Alvaro Siza, in Nederland vooral bekend door zijn gesneefde ontwerp voor het Stedelijk Museum in Amsterdam, is niet ingeschakeld. Van de tien stadions zijn er twee ontworpen door het in stadions gespecialiseerde Amerikaanse bureau HOK Sports uit Kansas City. Van beide stadions zijn vooral de daken opvallend. Het dak van Estádio da Luz in Lissabon, dat met zijn 65.000 plaatsen het grootste van de tien nieuwe stadions is, hangt aan vier grote, rode stalen bogen. Het compacte Algarve Stadion in Faro (30.000 toeschouwers) heeft tentachtige daken die aan schuine palen hangen en lijkt hiermee een verre echo van het beroemde dak van het olympisch stadion in München.

Drie stadions zijn ontworpen door Tomás Taveira en dat is te zien: niet alleen hebben de stadions in Aveiro (30.000 toeschouwers) en in Leiria (30.000 toeschouwers) en het stadion van Sporting Lissabon (52.000), alledrie een dak gekregen dat aan lange palen hangt, ook zijn het alledrie opvallend kleurrijke stadions. De buitengevels van deze stadions zijn beschilderd met kleurrijke rechthoeken en uit de gevels steken grillig gevormde volumes voor trappen, kantoren en andere functies die ook in bonte kleuren als paars en oranje zijn geschilderd.

Vergeleken met deze drie ronduit feestelijke stadions is het nieuwe stadion van FC Porto (52.000 toeschouwers), de winnaar van de Champions League, een toonbeeld van ingetogenheid. Hier heerst strenge geometrie in rustige kleuren als grijs, wit en zilver. Om het rechthoekige voetbalveld heen heeft architect Manuel Salgado een cirkelvormig gebouw met vlakke gevels laten bouwen. Om het stadion niet al te streng te maken is het brede dak gegolfd, wat het geheel een deftige zwierigheid geeft.

Maar het bijzonderste en ook mooiste van de nieuwe Portugese stadions is toch dat in Braga, ontworpen door Souto Moura. Het is een oersimpel stadion, bestaande uit niet meer dan twee tribunes langs de lange kanten van het voetbalveld. Maar de simpelheid bedriegt. De ene tribune is bevestigd aan een grote doos die in een afgegraven heuvel is geplaatst, de andere wordt ondersteund door zestien smalle, achteroverhangende betonnen pijlers. Tussen de pijlers hangen, schuin boven elkaar, de bakken voor de omlopen. Alsof deze minimale constructie al niet gewaagd genoeg is, hebben beide tribunes buitengewoon brede, iets afhangende daken gekregen. Ze zijn opgehangen aan kabels die op hun beurt weer aan de tribunes zijn bevestigd. Zo is dit stadion een adembenemend evenwichtskunstwerk geworden dat de indruk wekt dat het zo fragiel is dat het alleen al door een hoge uittrap van een keeper in gevaar kan worden gebracht.

    • Bernard Hulsman