Ruit- of rotsysteem

Het valt nauwelijks te weerleggen: Nederland houdt van Oranje. De aanhankelijkheidsbetuigingen schreeuwen je tegemoet. In winkels en benzinestations, treinen, bussen en vliegtuigen, in de media, op radio en televisie er is geen ontkomen aan. Liefde voor Oranjevoetbal, nationalisme en commercie gaan hand in hand. Ook wie niet van Oranje houdt gaat een maand tegemoet vol feestelijke en lucratieve aanbiedingen. Zon of geen zon: Nederland leeft op, zo het schijnt dankzij de voetballers van Oranje.

Zelfs een smadelijke nederlaag tegen het elftal van het minderwaardig geachte België kan de sfeer niet drukken. Nederland verkeert, zoals vaak wanneer een kampioenschap in het verschiet ligt, in hogere sferen. Geen volk dat aan de vooravond van een titeltoernooi zoveel superioriteitsgevoel aan de dag legt als het Nederlandse. De analisten glimmen voor de camera's als kinderen van trots dat ze deelgenoot mogen zijn van de aanstaande Oranje coup. Ze spuien zonder tegenspraak hun kennis en verheffen zich tot een nieuwe Übermensch. Nederlanders worden egocentrisch zodra voetbal ter sprake komt mogelijk meer dan een ander volk.

Bescheidenheid kent de liefhebber van het Nederlandse voetbal niet. Brutaliteit en zelfingenomenheid zijn de enige karaktertrekken die gelden wanneer Nederlandse voetballers de wereld (in dit geval Europa) wensen te veroveren. Identificatie met dit soort krijgers is aanlokkelijk. Wie wil zich niet aansluiten bij winnaars? Helaas winnen Nederlandse voetballers en coaches niet zo veel als ze de aanhang voortdurend toezeggen. Je moet je als consument van alle zogenoemde kwaliteitswaar die je door voetballers, coaches, analisten, media en commercie wordt aangepraat toch voortdurend bekocht voelen, nietwaar?

Maar het is niet Nederlands je aangaande voetbal te beklagen over niet ingeloste toezeggingen. Teleurstellende voetballers en coaches zijn er immers dankzij betrokken media, analisten en handelsgeesten als eersten bij om excuses te zoeken en de schuld af te schuiven op buitenlanders, scheidsrechters, klimaat en andere potentiële vijanden. Nederlanders hebben die eigenschap overgenomen van Duitsers, de erfvijand die zich de laatste jaren enige bescheidenheid heeft aangemeten en zijn arrogantie sluw heeft laten afpakken door zijn westerse buren. Wanneer op 15 juni Nederland en Duitsland op het Europees kampioenschap tegen elkaar ten strijde trekken, is Nederland favoriet en Duitsland underdog. Dat was vroeger zeker anders.

Oranje zou kampioen kunnen worden. Waarom niet? De bal is rond, scheidsrechters zijn onbetrouwbaar en Nederlanders zijn alom geliefd. Een strafschop is zo benut, een bal kan zomaar in het vijandelijke doel verdwijnen. Als Porto en Monaco de finale van de Champions League bereiken, ten koste van superieure teams als Real Madrid, AC Milan en Manchester United, dan mag Nederland zich favoriet voor de Europese titel noemen.

Maar nu de analyse van de universele voetballiefhebber, een man die zich niet laat leiden door verkooppraatjes van NOS, RTL, SBS6, Voetbal International en hun kortademige en kortzichtige analisten. Oranje kán geen Europees kampioen worden. Oranje heeft te weinig dat de liefhebber van voetbalkunst boeit. Geen Oranjevoetballer is in staat hem op te winden door een uitzonderlijke actie. Het is vooral degelijkheid, effectiviteit, collectiviteit, grijs, grauw en gruwelijk saai circulatie- en veiligheidsvoetbal in welk ruit- of rotsysteem dan ook. Who the hell hult zich in Oranjepyjama en drinkt zich lam ter ere van zo'n elftal? Kuddevolk, volk dat geen eigen smaak heeft, xenofobe trekken vertoont en laat staan zich opent voor nieuwe kunst.

Goede voetballers, dat wel. De traptechniek van Wesley Sneijder is voor Nederlandse begrippen bewonderenswaardig, maar doet de Engelsman David Beckham dat niet veel beter? De balbehandeling van Rafaël van der Vaart vinden ze in Amsterdam zowaar hemels, maar moet dat dikkertje het daarin niet afleggen tegen Zidane, Henry, Pirés, Deco, Del Piero, Pirlo, Ballack, Figo en nog zo'n dertigtal buitenlanders. Wie in de Nederlandse competitie uitblinkt, kan geen serieuze geloofsbrieven overleggen, hoezeer analisten, spelersmakelaars en chauvinistische journalisten ook hun best doen dat uit eigen gewin te weerleggen. Alleen Arjen Robben, Edgar Davids en Clarence Seedorf (hautain, maar wél Nederlands meest artistieke en spirituele voetballer) en Ruud van Nistelrooy (zijn scoringsdrift) zijn de moeite van het volgen waard.

Waarom houden zoveel mensen van Oranje? Omdat een marketingmens heeft bedacht dat Oranje de kleur is van de hoop, dat met Oranjevoetbal het leven in Nederland nog zin heeft. Zo bedenkelijk is dat overigens niet. Want net als de universele liefhebber klampen ook Oranjevolgers zich vast aan hun hart. Daar gaat het tenslotte om in voetbal. Zoals Paulo Coelho, spiritueel auteur uit voetballand Brazilië, in De Alchemist schrijft: 'Zó is het goed. Je hart leeft. Blijf luisteren naar wat het te zeggen heeft.'