Op de bres voor de grote vuurvlinder

Er zijn nog maar enkele honderden grote vuurvlinders op de hele wereld. Die vliegen in het Nederlandse laagveen en nemen ook hier in aantal af. Tijd voor actie.

,,Hier!'' roept boswachter Bart de Haan. Na uren zoeken heeft hij in natuurgebied De Wieden in de Kop van Overijssel een ,,volstrekt uniek dier'' aangetroffen. Zijn metgezellen spoeden zich in de richting van een halfhoge plant, de waterzuring. Op een van de bladeren zit een groene slakachtige rups, ,,zonder poten'', die over anderhalve maand zal zijn uitgegroeid tot grote vuurvlinder, de meest karakteristieke maar ook ernstig bedreigde vlindersoort van Nederland.

Bioloog Henk de Vries van de Vlinderstichting buigt zich over de grote vraatsporen in het blad. ,,Ik vraag jullie niet verder te vertellen waar we deze rups precies hebben aangetroffen'', zegt hij. ,,Ergens in het noordoostelijk deel van De Wieden lijkt me voldoende. Er zijn mensen die hierop afkomen, de rupsen meenemen en de vlinder via internet verkopen.'' Later treft hij nog een andere rups, en zelfs een pop. Typisch een plaats om de grote vuurvlinder te verwachten: een open, warmere plek, omsloten door wat bomen en bloemen, planten en riet binnen het bereik.

Wie de grote vuurvlinder wil aantreffen, moet zoeken naar de spreekwoordelijke speld in de hooiberg. Er zijn naar schatting nog vijfhonderd tot duizend exemplaren van lycaena dispar batava op de hele wereld, en die ondersoort is alleen nog in Nederland te vinden. Ze fladderen in de maanden juli en augustus in het laagveen van De Wieden, het aangrenzende natuurgebied Weerribben en de Rottige Meente in Friesland even verderop. Op enkele summiere filmbeelden is het een mooi gezicht: de flikkering tijdens de vlucht door het contrast tussen de oranje-rode bovenkant van de vleugels en de blauwgrijze onderkant. De grote vuurvlinder zet in de zomer gemiddeld vijftig eitjes af op het blad van de waterzuring. Vijf procent daarvan overleeft en ontwikkelt zich tot rups, die zich in het najaar laat zakken van de plant om na de winterrust tegelijk met de bloei van de waterzuring weer omhoog te kruipen.

Vooral de laatste vijftig jaar is het aantal grote vuurvlinders in Nederland sterk afgenomen. In Engeland is de ondersoort uitgestorven, de laatste waarneming dateert van 1851. ,,De Engelsen zijn jaloers op ons'', zegt bioloog Henk de Vries. Oorzaak voor de teruggang in Nederland is de verdroging van laagveengebieden, de verzuring van de gebieden door zuur regenwater en ook de ,,verbossing'' van de open landschappen zoals de Wieden.

Over enkele weken begint de Vlinderstichting een onderzoek naar de meest geschikte plekken voor voortplanting van de grote vuurvlinder en naar mogelijkheden om de grote sterfte onder de vuurvlinders te voorkomen. ,,Er zijn nog onbekende factoren die een belangrijke rol spelen bij het succes om een nieuw gebied te koloniseren. Om de duurzaamheid van populaties van de grote vuurvlinder te stimuleren, is van groot belang om te weten welke factoren dit zijn'', zo laat de Vlinderstichting weten.

Eind dit jaar begint ook Vereniging Natuurmonumenten een groot project om het zesduizend hectare grote natuurgebied De Wieden zodanig te beheren dat de grote vuurvlinder zich er thuis voelt. Dat betekent het zorgvuldig en gefaseerd maaien van het vele riet, want vuurvlinders houden van dun riet om zich voort te planten; het kappen van bosschages die voor de vuurvlinder te hoog zijn om er overheen te vliegen; en zorgen dat de verzuring wordt teruggedrongen zodat de waterzuring, de zogenoemde waardplant van de grote vuurvlinder, er welig kan tieren. Bart de Haan van Natuurmonumenten: ,,We hebben de morele plicht om ervoor te zorgen dat er niet wéér een diersoort uit Nederland verdwijnt.'' Bioloog Henk de Vries van de Vlinderstichting: ,,Onze betrokkenheid voor de grote vuurvlinder valt voor en belangrijk deel te verklaren uit het feit dat er nog maar zo weinig van deze mooie dagvlinders zijn.''

We staan op het trilveen in De Wieden, schommelend op een vers pakket veenmosrietland. Er zijn geen rupsen of poppen van de grote vuurvlinder te zien. Maar de omstandigheden zijn al redelijk gunstig: hier wat riet, daar wat waterzuring voor de rupsen, en verderop bloemen zoals kale jonker en valeriaan. Andere vlindersoorten zoals het dikkopje laten zich in dit natte gebied al wel zien. En daar, in het web van een spin, vecht een zilveren maan voor z'n leven. Wat te doen? ,,Ik kom nu in gewetensnood'', zegt Henk de Vries. De zilveren maan is niet zo ernstig bedreigd dat dit menselijk ingrijpen rechtvaardigt. Uiteindelijk bevrijdt hij de vlinder toch maar wel. Bart de Haan wijst naar enkele hinderlijke appelbessen. Die zullen worden gekapt. ,,En dan maar hopen dat het hier over een paar jaar miegelt van de grote vuurvlinders.''

Misschien helpt ook de klimaatverandering een handje mee. Want hoe warmer de zomers, blijkt uit de waarneming, des te meer grote vuurvlinders over het algemeen worden aangetroffen. Het uitzetten van gekweekte vuurvlinders in nieuwe gebieden lijkt de onderzoekers op dit moment niet zo'n goed idee. Henk de Vries: ,,De vlinders kunnen vele kilometers vliegen. Als ze willen, zouden ze zelf naar andere gebieden kunnen trekken. Maar daar onbreken meestal de condities voor een goed leefgebied. Het lijkt er dus op dat herintroductie weinig zin heeft.''