Olympisch kampioen in camouflagepak

De Defensie Topsport Selectie wordt met elf plaatsen uitgebreid. Over belangstelling geen klagen, de sporters melden zich vrijwillig.

Nee, de legerplaats Harskamp op de Veluwe was gisteren geen filmset waar topsporters zich hadden verkleed als soldaat. Ze waren het echt: olympisch judokampioen Mark Huizinga en hardloper Bram Som. Maar het blijft een vreemde gewaarwording bekende Nederlandse sporters te zien rondlopen in camouflagepak. En toch is het een alledaags verschijnsel, want veertien topsporters werken bij de krijgsmacht, waar de werktijd in uniform moet worden doorgebracht.

En dat zullen er in de toekomst meer worden, want het aantal topsporters in de Nederlandse krijgsmacht wordt, met het oog op de Olympische Spelen over vier jaar in Peking, van veertien tot vijfentwintig uitgebreid. Over belangstelling heeft Defensie niet te klagen, want menig geïnteresseerde heeft zich inmiddels vrijwillig gemeld. De uitbreiding krijgt per 1 september gestalte; na die datum zal blijken of de belangstellenden aan de strenge criteria voldoen. Maar de open sollicitaties duiden erop dat de Defensie Topsport Selectie erg in trek is.

Voor topsporters die het pacifistische gedachtegoed vreemd is en die bereid zijn hun intensieve trainingsarbeid te combineren met werk, biedt Defensie een aantrekkelijke oplossing voor de vaak botsende belangen van sport en arbeid. Leden van de Defensie Topsport Selectie wordt binnen het leger een gepaste functie aangeboden, waarbij zij alle ruimte krijgen aan hun sportcarrière te werken. Sterker, de sportprestaties hebben prioriteit, omdat zij zijn aangenomen om de krijgsmacht positief in de publiciteit te brengen en het leger te laten zien als een dynamische, fitte organisatie. Een imago waar Defensie gevoelig voor is en dat bewust wordt gecreëerd.

Ten tijde van de dienstplicht was het geen probleem om aan sportieve beeldvorming te werken; de topsporters stroomden vanzelf toe. Maar sinds Nederland een beroepsleger heeft, wordt die toevoer gestagneerd en moet er moeite gedaan worden om topsporters binnen de kazernepoorten te halen. De sporters die zich spontaan melden, moeten passen in het profiel van de Defensie Topsport Selectie. Maar dat is niet a priori het geval, zegt coördinator luitenant-kolonel Hans van Zetten tijdens een perspresentatie op de legerplaats Harskamp, gisteren. ,,Voorwaarde is dat de sport olympisch is, individueel wordt beoefend en enige verwantschap met de krijgsmacht heeft. Voor beroepssporters is zeker geen plaats; het grote geld past niet bij ons imago. Bovendien verlangen wij dat de sporter een boegbeeld in zijn of haar sport is.''

Eenmaal lid van de Defensie Topsport Selectie wordt een baan gezocht die past bij de opleiding en geen logistieke complicaties oplevert. Van Zetten: ,,Sporters met een universitaire of HBO-opleiding gaan door als officier en degene met een MBO-opleiding als onderofficier. Nee, we doen geen mededelingen over het budget van de selectie. Ik weet alleen dat een officier een jaarsalaris opstrijkt van zo'n 45.000 euro en een onderofficier zo rond de 32.000 euro verdient.''

De huidige veertien leden van de Defensie Topsport Selectie zijn verdeeld over de sporten schieten, taekwondo, judo, atletiek, schermen en boksen. Olympisch judokampioen Mark Huizinga, judoka Deborah Gravenstijn, schutter Dick Boschman, 800-meterloper Bram Som en degenschermster Sonja Tol zijn de bekendste namen.

Sinds staatssecretaris Cees van der Knaap van Defensie vorig jaar uitbreiding van de selectie heeft aangekondigd, heeft Van Zetten zich in het veld georiënteerd en hoopt hij zijn selectie na de Olympische Spelen van Athene in ieder geval te kunnen uitbreiden met een turner – de komst van Yuri van Gelder staat vrijwel vast en trampolinespringer Alan Villafuerte heeft belangstelling getoond –, een zwemmer, een roeier, een zeiler, een triatlete en een atlete. ,,Maar het staat geenszins vast dat we die elf extra plaatsen onmiddellijk invullen; we willen wat ruimte houden in geval zich in de aanloop naar de Spelen van Peking nieuwe gegadigden aandienen. Bovendien zoeken we het in kwaliteit, niet in kwantiteit.''

Bij het aantrekken van nieuwe sporters gaat Defensie niet geheel af op eigen inzichten, maar is een belangrijke adviserende rol weggelegd voor de betrokken sportbond en de sportkoepel NOC*NSF. Met die laatste instantie is Defensie bezig een convenant te ontwikkelen, waarin de criteria staan vermeld en de wederzijde bevoegdheden worden afgekaderd. Doorgaans worden contracten afgesloten voor een olympische cyclus van vier jaar, tenzij in overleg anders wordt besloten. Van Zetten. ,,We zijn voornemens alle nieuwe contracten tot zes maanden na afloop van de Spelen te laten lopen, omdat we bij verbreking van de overeenkomst willen helpen zoeken naar een plaats in de civiele maatschappij om te voorkomen dat een sporter in een zwart gat terechtkomt.''

Dat de Defensie Topsport Selectie ondanks bezuinigingen mag worden uitgebreid, is voor Van Zetten een bewijs dat er binnen de eigen organisatie draagvlak bestaat. ,,Want daarin schuilt volgens mij de grootste bedreiging. Topsport is geen kerntaak van Defensie en moet vooral als een pr-instrument worden gezien. Als brigadegeneraal Koen Gijsbers van de Luchtmobiele Brigade heeft aangekondigd vanaf de kwartfinales bij de Spelen op de tribune te zullen zitten om zijn communicatiemedewerker sergeant Som te zien presteren, vind ik dat er sprake is van acceptatie.''