Kansen in Irak

De nieuwe Irak-resolutie is een document geworden dat soevereiniteit voor de Irakezen en internationalisering van de militaire operatie ademt. Vergeleken met het eerste ontwerp is de slottekst van de resolutie, die gisteren unaniem door de vijftien leden van de VN-Veiligheidsraad werd aangenomen, een document waarvoor coalitiepartners die de multinationale zaak zijn toegedaan zich niet hoeven schamen. Wat dat betreft kan Nederland aan de vooravond van een besluit over al dan niet verlenging van zijn militaire aanwezigheid in Zuid-Irak gerust zijn. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië hebben als indieners van de resolutie flinke concessies gedaan. Met name het punt van de samenwerking tussen de Iraakse interim-regering en de internationale troepen is in het voordeel van de eerste beslecht. De Irakezen krijgen zeggenschap over militaire operaties, overigens zonder recht van veto. De coalitie onder leiding van de VS blijft verantwoordelijk voor de stabiliteit en vrede, maar de machtsvraag – krijgt de interim-regering tanden – is beantwoord. De resolutie vormt hiermee een belangrijk signaal aan de Iraakse bevolking en de wereldgemeenschap. Irak is niet langer uitsluitend een zaak van de bezettende mogendheden. Irak wordt in toenemende mate van Irak. De Verenigde Naties krijgen de hoofdrol die hun toekomt.

De chaos op de grond zal er niet meteen door verdwijnen, maar al bij al stemt de resolutie tot enig optimisme. Ze biedt het Iraakse volk de mogelijkheid een staat op te bouwen, vermindert de overheersende invloed van de Amerikaanse militairen en geeft de internationale troepenmacht de gelegenheid zich sterker dan voorheen te ontplooien als de vredes- en ordehandhavers die ze behoren te zijn. Natuurlijk blijft het vooralsnog papier. Al vele malen in de periode sinds de korte en succesvolle militaire overrompeling van Irak bleek de praktijk weerbarstiger dan de politiek in Washington, Londen of Den Haag had gehoopt. De wederopbouw werd een guerrilla waar de Amerikaanse militaire doctrine geen passend antwoord op had. Ook nu moet nog blijken of alle etnische en religieuze groeperingen in dit verdeelde land zich kunnen vinden in de tekst van de VN-resolutie. Met name de Iraakse Koerden zijn argwanend, getuige een recente protestbrief aan president Bush. Ze voelen zich tekortgedaan omdat hun zaak slechts in de preambule van de resolutie, en dan alleen in algemene woorden, wordt genoemd. De Koerden zullen zich niet als tweederangs burgers laten behandelen.

Het is veelbetekenend dat zelfs de tegenstanders van de oorlog – Frankrijk, Duitsland en Rusland – zich in de resolutie kunnen vinden. Dat alleen al is een niet te negeren realiteit en een grote stap vooruit. Voor Nederland is door de concessies op het gebied van soevereiniteit en internationalisering aan een paar hoofdvoorwaarden voldaan. Ze nemen de schande van de Amerikaanse wandaden in de Abu Ghraib-gevangenis niet weg, maar de belangrijkste bedenkingen tegen verlenging van de Nederlandse militaire missie in Irak zijn vervallen. Het zou de Partij van de Arbeid sieren als ook zij zich dit realiseert. De wederopbouw is een gezamenlijke verantwoordelijkheid; als de resolutie iets onderstreept dan is het dat wel. Blijven is onder deze regels geen schande. Risico's zijn er, maar de resolutie biedt landen met troepen in Irak betere kansen om op hùn manier, en niet de Amerikaanse, strijd te voeren. En wel door vredeshandhaving.