Extremen in Wet Snow

Geruis van een sneeuwmachine, geritsel van papier, gesuizel van wijnglazen, geschuifel in glazen cabines: al die bizarre en tegelijkertijd zo alledaagse geluiden krijgen bij Jan van de Putte (1959) in Wet Snow een betekenisvolle, onalledaagse lading. Bij de première van de twee uur durende en nog uit te breiden opera, loonde het de oren te spitsen. Zoals bij het facsinerend gekraak vlak voor het tweede bedrijf, met daarin de voetbewegingen van de koorleden exact voorgeschreven en versterkt in de zaal weergegeven.

Het is geen wonder dat Van de Putte een liefhebber is van de films van Andrei Tarkovski, waarin eveneens de domme dingen van alledag mythische vormen kunnen aannemen. Ook is hij gecharmeerd van Dostojevski's autobiografische en lichtelijk ironische novelle Aantekeningen uit het ondergrondse; op het tweede deel is Wet Snow gebaseerd, evenals ondermeer de mini-opera I am her mouth (1995), die veel radicaler is. Wet Snow is een `gewone' opera in de expressionistische stijlen van Rihm en Lachenmann, met vleugjes Mahler en Debussy.

In de novelle gaat de ik-figuur `ondergronds', hij sluit zich op in een kleine kamer om zich aan zijn memoires te wijden. In het meest explosieve eerste bedrijf ontmoet hij vier vrienden van vroeger wat een pijnlijke, vernederende confrontatie oplevert. Regisseur Giuseppe Frigeni, uit de school van Robert Wilson, vat deze turbulente scène op als een groteske nachtmerrie. Hoe goed ook uitgewerkt, choreografisch afgestemd op de muziek, Van de Putte's eigen vormgeving – al zijn schimmige composities tenderen naar theater – is nog veel abstracter. Vragen zijn essentiëler dan antwoorden.

Het tweede bedrijf dat zich afspeelt rond de prostituée Liza is in zijn statisch trance-karakter veel typerender. Vooral dan voel je je een invalide in een rolstoel. Uitstappen is niet mogelijk. Wachten is een kernbegrip, evenals een verward soort extase, en het is tussen deze polen van eenzaamheid en waanbeelden dat de opera zich afspeelt. Ten slotte legt de contactgestoorde ik-figuur aan Liza uit dat hij haar toch niet redden wil: `Ik ben een slecht mens.'

Het Radio Kamerorkest onder Micha Hamel toonde begrip voor Van de Puttes extremen. Daarnaast dragen sopraan Barbara Hannigan (zeldzaam etherisch in de hoogste regionen) en de onstuimige bas-bariton Matteo di Monti grotendeels de voorstelling. Ook de kleinere rollen zijn bewonderenswaardig bezet. Countertenor Joseph Schlesinger heeft een pesterig lachende uithaal, die herinnert aan Schnittkes Life with an Idiot, ook grotesk enverdroomd.

Voorstelling: Wet Snow van Jan van de Putte door Nationale Reisopera, Cappella Amsterdam en Radio Kamerorkest o.l.v. Micha Hamel. Regie: Giuseppe Frigeni. Gezien: 8/6 Stadsschouwburg Amsterdam. Herh.: 10, 11/6 Amsterdam; 13/6 Utrecht; 22/6 Rotterdam; 24/6 Eindhoven. Radio 4: 12/6 19 uur.