Echte Europese politieke partij is nog heel ver weg

Een Europese politieke partij is een ruim gekoesterd maar moeilijk te realiseren ideaal.

Ze dragen oer-Hollandse namen als Visser, Pronk, Van den Berg, Mulder, De Jong, Van Dijk of Verkerk. Wat ze met elkaar gemeen hebben is dat ze op de kandidatenlijst voor de verkiezingen van het Europees Parlement staan.

Het zijn Europese verkiezingen, maar vergeefs zullen Nederlandse kiezers morgen zoeken naar de kandidaten Smorawinsky, Arnaoutakis, of Pino Barrera, om er maar eens een paar te noemen. Want het mogen dan wel verkiezingen voor het Europees Parlement zijn, als het om het kiezen gaat verloopt alles via strikt nationale kaders. Nederlanders kiezen Nederlanders, Britten kiezen Britten, Finnen kiezen Finnen. Europese verkiezingen moeten het nog altijd stellen zonder Europese kandidatenlijsten. De echte Europese politieke partij is zoals Europa zelf: een ruim gekoesterd ideaal, maar in de praktijk moeilijk te realiseren.

Al in 1991 spraken de Europese regeringsleiders uit dat de Europese democratie geen volwassen democratie kon zijn zonder Europese politieke partijen. In het Verdrag van Amsterdam (1997) stond het ook nog eens duidelijk verwoord: ,,Europese politieke partijen zijn een belangrijke factor voor integratie binnen de Unie. Zij dragen bij tot de vorming van een Europees bewustzijn en tot de uiting van de politieke wil van de burgers van de Unie.'' Maar sindsdien is het allemaal niet erg opgeschoten. Integendeel, de renationaliseringstendens doet zich ook voor bij de politieke partijen in Europa. Een idee om in de Europese grondwet de bepaling op te nemen dat een deel van de kandidaten voor de parlementsverkiezingen in alle 25 lidstaten van de Unie via gelijke Europese lijsten kan worden gekozen, is in de vergetelheid geraakt. Zodoende blijven de Europese verkiezingen in ieder land een wedstrijd tussen nationale partijen.

Die partijen kunnen zich vervolgens in Brussel hergroeperen in fracties met politieke geestverwanten. Vorig jaar bijvoorbeeld vierde de Europese Volkspartij, waarin de christen-democraten uit Europa elkaar gevonden hebben haar vijftigjarig bestaan. Maar zo voortvarend als de christen-democraten in de jaren tachtig nog bouwden aan die werkelijk eensgezinde partij, zo moeizaam verloopt de samenwerking thans. De EVP vormt in het Europees Parlement vooral een getalsmatig interessant machtsblok met een zeer ruimhartig toelatingsbeleid, waarin ook de uitermate eurosceptische Britse Conservatieven en de aanhangers van de Italiaanse zakenman-politicus Berlusconi onderdak hebben gevonden.

:pagina ]

Maar de Euopese Volkspartij (EVP) blijft een samenwerkingsverband gebaseerd op nationale partijen met verkiezingsthema's die ook op nationaal niveau worden vastgesteld. Er bestaat weliswaar een in zeer algemene bewoordingen gesteld verkiezingsmanifest van de EVP, maar in de verkiezingscampagne domineert bij het CDA de nationale benadering. ,,Het CDA eist een begrenzing van de uitgaven zodat we niet meer betalen dan vergelijkbare lidstaten'', aldus `Onze visie op Europa' van het CDA.

Voor de andere partijen geldt eenzelfde verhaal. Vijftien jaar geleden kende het verkiezingsmanifest van de Europese liberale partij ELDR, waar de federalistische gedachte van afdroop, nog de clausule dat nationale partijprogramma's van de leden ondergeschikt dienden te zijn aan het Europese verkiezingsprogramma. Het bleek ook toen al een bepaling die alleen houdbaar was met zeer algemene teksten, die de partijen in eigen land zo ruim mogelijk konden interpreteren. Alleen om die reden kunnen VVD en D66 in Europa samen deel uitmaken van dezelfde fractie.

Met de traditioneel internationaal georiënteerde socialisten is het in Europa nauwelijks beter gesteld. De Partij van de Europese Sociaal-democraten (PES) leidt een zieltogend bestaan. Binnen het Europees Parlement worden de activiteiten gecoördineerd en wordt zoveel mogelijk samengewerkt, maar van een Europese socialistische partij is geen sprake. Een brandende kwestie als Irak heeft nog eens aangetoond hoe ver zo'n partij weg is. Terwijl Labour-voorman Tony Blair samen met Bush optrok, veroordeelde zijn `partijgenoot' Gerhard Schröder het Amerikaans-Britse optreden in Irak in nauwe samenspraak met de rechtse Franse president Chirac.

Het probleem met Europese partijvorming is dat deze zich vooral uit in het Europees Parlement en eigenlijk is dat precies de omgekeerde volgorde. Normaal zijn er eerst partijen, die vervolgens via verkiezingen in een parlement proberen te komen. Maar in Europa wordt de partijvorming vanuit het parlement gestimuleerd.

Op dit moment claimen de Groenen in Europa de enige echte Europese partij te zijn. Begin dit jaar tekenden hiervoor vertegenwoordigers van 32 Groene partijen uit Europa een overeenkomst tot vergaande samenwerking. De bedoeling is dat na de verkiezingen de diverse Groene partijen ook juist buiten het Europees Parlement gaan samenwerken. Tegelijk spreken ook de Groenen uit dat nationale identiteit gerespecteerd wordt. Het optreden van GroenLinks-leider Femke Halsema zal dus niet vanuit het Europese hoofdkantoor van de Groenen worden gedicteerd.

Rondom de personen zit trouwens nog wel het grootste probleem. Als gevolg van de ontideologisering is de politiek steeds verder gepersonifieerd. Maar de partijen hebben in Europa geen gezicht. De nationale kieswetten verbieden op kandidaten in het buitenland te stemmen. En de lidstaten willen dit graag zo houden. Vandaar het bestaan van het verschijnsel nationale lijstrekker voor Europa. Met als gevolg dat bijvoorbeeld de leider van het christen-democraten in het Europees Parlement, de Duitser Hans-Gert Pöttering, in Nederland minder bekend is dan de gemiddelde CDA-backbencher.

Nederland moet het doen met mensen zoals Camiel Eurlings (CDA) en Max van den Berg (PvdA) die de kiezers vanaf de affiches toelachen. En met hun belofte dat zij zich als Nederlanders Europees zullen gedragen.

    • Mark Kranenburg