Dier heeft het recht om niet geofferd te worden

`Tijdens een debat in Lelystad blijkt dat de Partij voor de Dieren kans maakt bij de Europese verkiezingen', aldus de kop boven een artikel van Maarten Huygen (Opinie & Debat, 29 mei). Het denkbeeld van een partij die zich inzet voor de dieren, kan inderdaad op steeds meer begrip rekenen, en echte tegenstanders zijn er niet veel. Maar ook de positieve commentaren eindigen soms met een argument dat mij altijd weer verbaast: het argument dat dieren geen rechten kunnen hebben. Waarom niet? Omdat het geen mensen zijn. Zo wordt het niet precies geformuleerd, maar daar komt het wel op neer.

Zo ook in dit artikel van Maarten Huygen. Alles gaat goed tot hij aan het eind opeens zegt: ,,Toch geloof ik niet in het begrip dierenrechten. Die moeten door menselijke zaakwaarnemers worden uitgeoefend. De mens kan wel bij de rechter in beroep gaan, het dier niet.'' De vraag die zich hierbij aandient is; waarom zou daaruit volgen dat er geen dierenrechten bestaan, of om er, zoals Maarten Huygen het uitdrukt, niet in te geloven?

Is het, om rechten te hebben, noodzakelijk om over het vermogen te beschikken `bij de rechter in beroep' te gaan? Wat is dat voor formalisme? Ook kinderen kunnen dat niet, maar kinderen zijn daarom nog niet rechteloos. Ook bij kinderen moeten rechten `door menselijke zaakwaarnemers worden uitgeoefend'. De stelling dat dat voor dieren niet mogelijk is lijkt mij op niet meer te berusten dan een eufemisme. Een concreet voorbeeld van een dierenrecht is het recht om niet mishandeld te worden. Net zoals met kinderen wil dat alleen maar zeggen dat iemand die een dier mishandelt dat recht schendt. En dus strafbaar is.

Waarop berust de onwil om dat als een dierenrecht te erkennen? Wat er achter lijkt te zitten, is een soort wettisch formalisme: `Het dier is niet bij de rechter in beroep gegaan, dat kun je toch maar niet ontkennen. Het dier heeft niet zelf gezegd dat het niet mishandeld wil worden. Daarom geloven wij niet in dierenrechten.' Uitgesproken met een schijnheilig gezicht en op lijzige toon.

Het meest fundamentele dierenrecht lijkt mij het recht om niet opgeofferd te worden. Opgeofferd waaraan? Aan menselijke winzucht. Dat is in mijn ogen nu echt een juridische kwestie. Er is een principieel verschil tussen gebruikt worden en opgeofferd worden. Ook moeten uitzonderingen bestaan (vaccinaties, dierproeven); het werkelijke legalisme bestaat in mijn ogen uit het nauwkeurig omschrijven en streng controleren van die uitzonderingen. Waarom? Om de overtredingen te kunnen bestraffen.

Ik lees Maarten Huygen gewoonlijk met instemming, maar wat hij hier probeert te zeggen is mij werkelijk niet duidelijk. ,,Wij mensen hebben de plicht voor het welzijn van de dieren te zorgen'', schrijft hij, ,,maar daar staan geen rechten van dieren tegenover. Het dier is niet gelijk aan de mens, net zomin als de prooi gelijk is aan de panter.'' De auteur spreekt hier wat mij betreft in raadsels. ,,Veel liberalen verliezen de hiërarchie van levende wezens (mens, dier, plant) uit het oog'', vervolgt hij, ,,nu ze niet in God geloven.''

Dat is nou precies de wereld op zijn kop: het is de goddeloze wetenschap die ons betere inzichten heeft gegeven in die hiërarchie (en nog veel meer), terwijl de onverschillige en egoïstische exploitatie van dieren juist een erfenis is van het geloof. Het aantrekkelijke van de nieuwe Dierenpartij is voor mij nu juist dat haar doelstellingen veel meer gebaseerd zijn op modernere en verbeterde inzichten afkomstig uit de biologie. Het is de partij van het verstand, en niet die van het geloof.

Even later brengt Huygen Volkert van der G. ter sprake en dat is, lijkt mij, waar het hem eigenlijk om was begonnen. Maar in tegenstelling tot wat wel meer mensen denken, wortelt het fanatisme van zo iemand juist in een geloofsovertuiging, en niet in een op de rede en de wetenschap gebaseerde houding tegenover de dieren. Je hoeft maar om je heen te kijken: wie zijn het die moorden plegen? Gelovigen.

Rudy Kousbroek is schrijver en lijstduwer van de Partij voor de Dieren bij de verkiezingen voor het Europees Parlement.