Crisis ligt op de loer na verkiezingen Servië

De presidentsverkiezingen van zondag in Servië verlammen het land al maanden. Velen vinden de verkiezingen sowieso onnodig; en de kans dat ze een nieuwe crisis inluiden is groot.

Voor de vijfde keer in twee jaar gaan de 6,5 miljoen Serviërs zondag proberen een nieuwe president te kiezen, als opvolger van de naar de cellen van het Joegoslavië-tribunaal in Scheveningen verbannen Milan Milutinovic. De voorgaande keren ging het mis: de opkomst was lager dan de toen nog vereiste helft van het electoraat. Omdat die voorwaarde uit de kieswet is gehaald, zal het nu wel lukken, zij het pas in de tweede ronde, want het ligt niet voor de hand dat een van de kandidaten in de eerste ronde al een absolute meerderheid haalt.

Het zijn vooralsnog verkiezingen die het land voornamelijk schade toebrengen. Enerzijds immers heeft niemand er de afgelopen twee jaar last van gehad dat Servië geen president heeft. De president heeft weinig macht, en de waarnemende presidenten – de voorzitters van het parlement – hebben dat beetje macht deze twee jaar op min of meer passende wijze uitgeoefend. Anderzijds heeft het debat over de presidentsverkiezingen de afgelopen maanden het politieke toneel dermate beheerst – of verlamd – dat er nauwelijks nog leek te worden geregeerd. De regering van premier Vojislav Koštunica, een samenraapsel van drie onderling volstrekt verschillende groepen die elkaar op dagelijkse basis tegenspreken, is de afgelopen maanden nog onzichtbaarder geweest dan ze zonder die presidentsverkiezingen zou zijn geweest.

De enige vraag die zondag moet worden beantwoord is wie van de vijftien kandidaten op de tweede plaats eindigt, en dus wie over twee weken in de tweede ronde de gedoodverfde nummer één, Tomislav Nikolic, moet verslaan. Nikolic is kandidaat voor de ultranationalistische Servische Radicale Partij (SRS), de grootste partij van Servië. Haar leider Vojislav Šešelj, volgens wijlen premier Zoran Djindjic ,,de Hitler van de Balkan'', zit in Den Haag, beschuldigd van oorlogsmisdaden in Bosnië en Kroatië. Zijn tweede man, Nikolic, is al eerder tot president gekozen, maar kon het niet worden omdat de opkomst de verkiezingen ongeldig maakte. Hij kan volgens peilingen rekenen op rond de 32 procent van de stemmen. Als hij in de tweede ronde wint, en Servië een SRS-president krijgt, is zwaar weer op komst, want Nikolic wil niets liever dan de huidige regering ten val brengen, in de verwachting dat nieuwe verkiezingen zijn SRS nog groter zullen maken dan ze nu al is. Die regering zal hoe dan ook vallen als de G17 Plus – de partij van de hervormers in de regering – woord houdt: als Nikolic president wordt wil ze uit de regering stappen.

Het gaat er dus om wie zondag tweede en derde worden. Dat wordt ofwel Boris Tadic van de Democratische Partij DS, de partij van wijlen Djindjic, ofwel Dragan Maršicanin van de Democratische Partij van Servië DSS, de partij van premier Vojislav Koštunica. Volgens de laatste peilingen kan Tadic, oud-minister van Defensie, rekenen op 28 procent van de stemmen, de kleurloze Maršicanin zou niet verder komen dan zestien procent.

Voor de tweede ronde voorspellen de opiniepeilers een nek-aan-nek-race: als Tadic in die tweede ronde tegen Nikolic aantreedt, haalt hij volgens de peilingen 35,6 procent van de stemmen, tegen Nikolic 37,2 procent; als Maršicanin in de tweede ronde mag meedoen, krijgt hij volgens de peilingen 35,9 procent, tegen Nikolic 36 procent. Nek-aan-nekker gaat het niet.

Maar nog te veel Serviërs weten niet wat ze in welke ronde gaan doen. Waarnemers menen dat Nikolic één grote handicap heeft: de internationale gemeenschap moet niets van hem hebben. Zijn held Šešelj was in de jaren negentig een van de grootste boeven in Servië en zijn SRS is de partij van het ultranationalisme. Nikolic – die wordt gesteund door Miloševic – is tegen relaties met Kroatië, wil autonomie voor de Kroatische Serviërs, wil het Servische leger terugsturen naar Kosovo en acht een uiteenvallen van Bosnië onvermijdelijk. Als hij president wordt, wachten Servië nieuwe sancties en een nieuw internationaal isolement. En dat is blijkens de peilingen het enige waar de Serviërs echt bang voor zijn: de democraten hebben het sinds de val van Slobodan Miloševic in oktober 2000 slecht gedaan, maar na anderhalf decennium van oorlog en sancties verlangen ze hartstochtelijk naar rust en ongestoord contact met de buitenwereld. Liefst 85 procent van hen wil blijkens een recente peiling lid worden van de Europese Unie en accepteert naar eigen zeggen de normen en waarden die daarbij horen.

Nikolic heeft de afgelopen maanden zijn toon gematigd en onderstreept dat ook hij die Europese normen accepteert. Hij wilde graag benadrukken dat het buitenland dat beseft, maar dat mislukte jammerlijk: toen hij de VS wilde bezoeken, werd hem een visum geweigerd. Hij wilde dat geheim houden, maar omdat de Amerikaanse ambassade zelf de media over de weigering inlichtte werd die toch bekend en stond Nikolic even heel lelijk in zijn hemd.

Hoe het politieke toneel eruit zal zien als Nikolic wint, is duidelijk: crisis en misère. Maar hoe zal het eruit zien als Tadic of Maršicanin president wordt? Als zijn partijgenoot Maršicanin wint, kan premier Koštunica zich gesterkt voelen met zijn minderheidsregering eindelijk echt aan de slag te gaan. Als Tadic wint, zal mogelijk diens Democratische Partij toetreden tot de regering. Althans, dat wil G17 Plus. Dat wordt heftig slikken voor Koštunica, want binnen zijn DSS is de haat tegen de DS – die stoelt op de vroegere rivaliteit tussen Koštunica en Djindjic – welhaast pathologisch. Anders dan zijn coalitiepartners maakt Koštunica zelf veel meer woorden vuil aan kritiek op mededemocraat Tadic dan op de halve fascist Nikolic. Geen wonder dat Tadic de boot afhoudt: de DS treedt niet tot de regering toe omdat de invitatie niet ,,van alle (regerings)partijen afkomstig is'', zei hij maandag. En bovendien, zo voegde hij daar – niet ten onrechte – aan toe, ,,deze regering doet haar werk niet goed.''