Autoloze zondag

Hoort Saoedi-Arabië nog tot Amerika's trouwste bondgenoten of staat het land kandidaat voor het lidmaatschap van de As van het Kwaad? Met de vriendschap tussen het koningshuis van Saoed en de Amerikaanse president is het in orde. Maar na iedere terroristische aanslag wordt het land herontdekt als één van de potentieel gevaarlijkste landen van het Midden-Oosten. Vorige week zijn bij een aanslag, opgeëist door Al-Qaeda, 22 mensen vermoord. Aanleiding voor The Economist om een lijstje op te stellen. Binnen een jaar hebben de terroristen 21 keer toegeslagen. Daarbij hebben 135 mensen onder wie een aantal terroristen het leven gelaten. Is het daarmee al frontgebied geworden? Is in Washington en de Europese hoofdsteden nagedacht over een zwart scenario, waarin de vorst en zijn familie van omstreeks 7.000 kinderen, kleinkinderen, neven en nichten zullen worden verjaagd door `het volk'? Degenen die verstand van het land hebben, waarschuwen al jaren voor een uitbarsting. Het verzet neemt toe, Irak en Israël-Palestina werken aanstekelijk. De vorst en zijn familie maken geen aanstalten tot serieuze hervormingen. Het grand design van president Bush en de zijnen tot democratisering van de regio is gestrand. Wat kunnen we verwachten als Saoedi-Arabië volgens het beproefd recept van het terrorisme langzaam maar zeker in een chaos wordt herschapen?

Dan wordt de benzine duurder. Saoedi-Arabië is de grootste olie-exporteur en de belangrijkste leverancier van Amerika. Iedere verhoging van de brandstofprijs heeft vrijwel onmiddellijk invloed op de economie. Duurzame hoge prijzen remmen de groei, doen de werkloosheid toenemen en de koersen dalen. Amerika is de motor van de wereldeconomie. Een recessie of crisis daar heeft al snel mondiale invloed. Bovendien is de Amerikaan in zijn dagelijks leven het ernstigst aan benzine verslaafd en die is er goedkoper dan waar ook in het Westen. Als de benzine schaarser en duurder wordt, als er rijen voor de pompen staan, wordt dat ongemak onvermijdelijk verhaald op de regeerders. Dat heeft president Jimmy Carter ervaren.

Zojuist is in de bioscoop de nieuwste rampenfilm verschenen, The Day After Tomorrow, waarin de makers laten zien hoe het de mensheid zal vergaan als we het broeikaseffect blijven onderschatten. Slecht. Meer dan de helft wordt door vloedgolven en andere rampen weggevaagd. De regeerders waren gewaarschuwd, maar ze stelden het Vandaag en Morgen van de welvaart boven het Overmorgen van de catastrofe.

Wat heeft dat met Saoedi-Arabië te maken? Er is een film denkbaar over een politieke ramp waarin wordt verteld hoe de regering van een supermacht liever vandaag en morgen pacteert met een achterlijk regime in een explosief land, ter wille van de benzineprijs, dan de voorzorgen te nemen waardoor deze supermacht onafhankelijk van de bedenkelijke vrienden wordt. Dan breekt de dag van overmorgen aan. Wanhopige automoblisten maken zich meester van de pompstations, ongeveer zoals in de hongerwinter van 1944 op straat de broodbezorgers werden overvallen en hun karren omgekeerd. Jongere lezers weten niet wat ze zich daarbij moeten voorstellen, maar binnenkort is ook dit zestig jaar geleden en dan wordt het allemaal herdacht. Nu is het zwarte scenario dat van de totale brandstofschaarste. De regeerders die eerst de kiezers met goedkope brandstof paaiden, worden weggejaagd. In de slotscène zien we ze lopen, over een lege zesbaans snelweg, langs parkeerterreinen vol roestende auto's, de eindeloze verte in.

Nu stijgt de olieprijs, maar er is geen oliecrisis. De vorige oliecrisis werd veroorzaakt door het kartel van de olieproducerende landen, OPEC, dat de kraan dichtdraaide. De stijging van de laatste maanden heeft twee oorzaken: de toenemende vraag en de onrust in het Midden-Oosten. De vorige keer werd het Westen gegrepen door paniek. De Club van Rome, een internationaal gezelschap van wijze mannen, predikte een nieuwe soberheid: grenzen aan de groei. Aan de olieverslaving van het Westen moest een eind komen. De partijen van de Groenen beleefden hun grootste bloei. Van Al-Qaeda, internationaal terrorisme, enz. had niemand nog gehoord.

Nu, meer dan een kwart eeuw later, terwijl het olieverbruik van de industriële wereld gestaag toeneemt en economische groei een onontkoombaar gebod is, verschijnt in het gebied waar de bron van de westelijke welvaart ligt de terreur. Dat het Westen zich daartegen moet verweren, is zo vanzelfsprekend dat je het eigenlijk niet eens meer hoeft te zeggen. Maar ook zou het voor de hand moeten liggen dat we tegelijkertijd een gemeenschappelijk westelijk beleid ontwerpen om ons van de afhankelijkheid van het Midden-Oosten te bevrijden.

Het politieke klimaat is er niet naar. Het maakt niet eens zoveel verschil of een politicus links of rechts is. Vóór alles moet iemand die iets in de politiek wil bereiken, een verdediger van de uitbundige consumptiecultuur zijn. Dat wil zeggen, iemand die liever belooft het leven van vandaag en morgen zo mooi mogelijk te maken, dan uit te leggen dat het overmorgen wel eens volstrekt anders kan zijn als we het nu niet wat kalmer aan doen. En daarbij: ook begrijpen dat Irak niet het enige gevaarlijke vraagstuk is. Het Israelisch-Palestijns conflict blijft de regio vergiftigen; Saoedi-Arabië is in beweging gekomen. Heeft het Westen een plan, een beleid? Nee. Daarom zou het goed zijn als er om te beginnen eens zo'n politieke rampenfilm werd gemaakt.