Nijs: `Ik blijf hopen dat Maria me gaat vertrouwen'

Minister Van der Hoeven en staatssecretaris Nijs hebben ruzie. En dat is niet voor het eerst. Maar ze hebben beiden hoge beschermheren: Balkenende en Zalm.

Gisteravond, rond 19.00 uur, kreeg premier Balkenende bezoek. Op zijn werkkamer in het Torentje schoven onderwijsminister Maria van der Hoeven (CDA) en haar collega staatssecretaris Annette Nijs (VVD) aan. De twee bewindslieden hadden een roerig weekeinde achter de rug. Woensdag zal in het weekblad Nieuwe Revu een interview met Nijs verschijnen, waarin zij een boekje open doet over de verziekte relatie tussen haar en minister Van der Hoeven.

Nijs zegt in Nieuwe Revu: ,,(...) Velen begrijpen mij niet; ze vinden mij onvoorspelbaar. En `onvoorspelbaar' wordt in de politiek al snel vertaald naar `niet betrouwbaar, dubbele agenda'.'' Desgevraagd zegt ze dat Van der Hoeven haar blijft verdenken van een dubbele agenda. ,,Dat is een soort reflex. Ik moet haar iedere keer weer helpen herinneren van: Maria ik deug.'' Volgens Nijs is Van der Hoeven ,,groot geworden in dat politieke spel. (...) Maar ik geef daar niets om. Ik vertik het gewoon die spelletjes te spelen.'' Die spelletjes behelzen volgens Nijs onder meer: ,,verdeel en heers, zoals Machiavelli al zei. Of: ik zeg dat ik A ga doen, maar ik doe B. Of je `vergeet' belangrijke informatie door te geven. En informatie is macht. (...) Ik vraag wel eens: Maria, waarom gaat dat nou zo, waarom doe je zo? (...) Ik blijf iedere keer hopen dat ze me zal gaan vertrouwen. Ik blijf dat hopen.''

Van der Hoeven, die het interview volgens betrokkenen vrijdag via een ambtenaar al te lezen kreeg, was woedend. Zondag, toen Balkenende in Frankrijk was bij de herdenking van D-day, belde zij haar politiek leider op en eiste het vertrek van Nijs. Balkenende belde met zijn beide vice-premiers Zalm (VVD) en De Graaf (D66), die contact zochten met de onderwijsbewindslieden. Van der Hoeven bond daarop weer wat in, en het gesprek in het Torentje gisterenavond, dat een uur duurde, had dan ook het karakter van een verzoeningsbijeenkomst. ,,De premier heeft vastgesteld dat het allemaal is opgelost'', aldus een woordvoerder van de Rijksvoorlichtingsdienst vanmorgen.

De botsing tussen Nijs en Van der Hoeven is het voorlopig dieptepunt in de al twee jaar in een crisis verkerende relatie tussen de twee bewindslieden. Ondanks de gescheiden portefeuilles – Van der Hoeven gaat over primair en voortgezet onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, Nijs gaat over hoger- en beroepsonderwijs – zitten ze elkaar geregeld in de weg.

Een eerder dieptepunt kwam naar buiten in november 2002, toen de twee botsten over bezuinigingen op het hoger onderwijs. Een van de maatregelen om 143 miljoen op het hoger onderwijs te bezuinigen, zei Nijs toen tegen studentenorganisaties, is het afschaffen van de overheidsbijdrage aan tweede en derde studies. De uitspraken leidden direct tot grote onrust in het hoger onderwijs.

Een week later werd Nijs door Van der Hoeven publiekelijk teruggefloten via een interview in de Volkskrant: dergelijke voornemens zijn niet vastgelegd in het strategisch akkoord. Van der Hoeven zei dat `nadenken moet kunnen'. ,,Maar dat wil niet zeggen dat we het ook zo gaan doen als mevrouw Nijs, met wie ik het persoonlijk heel goed kan vinden, zegt dat ze denkt dat het kan.''

Nijs reageerde ijzig: ,,Iedereen mag zijn of haar mening geven, ook een minister.'' Ze handhaafde haar standpunt. Bijna alle partijen hekelden de proefballonnen van Nijs, en kritiseerden haar kennelijke onvermogen om met de minister te communciceren. Premier Balkenende moest er toen aan te pas komen om de boel weer glad te strijken, hij kwalificeerde het optreden van Nijs als ,,niet gelukkig'' en zei dat het ,,niet de schoonheidsprijs verdient''.

In het interview met Nieuwe Revu van deze week zegt Nijs over deze eerdere botsing dat ze de verbolgenheid van Van der Hoeven nog steeds onterecht vind. ,,Ik heb geen fouten gemaakt.''

Annette Nijs (Waalwijk, 1961) geldt als een van de drie jonge beschermelingen van VVD-leider Gerrit Zalm. Samen met de staatssecretarissen Rutte (Sociale Zaken) en Schultz van Haegen (Verkeer en Waterstaat) kwam Nijs in 2002 in het eerste kabinet Balkenende. Net als Rutte gaf zij een goede baan in het bedrijfsleven op (Nijs zat bij Shell, Rutte bij Unilever). Juist het feit dat Zalm haar als zijn `lovebaby' ziet, maakt het conflict op Onderwijs nog ingewikkelder. Van der Hoeven wordt op het hoogste politieke niveau gesteund door Balkenende, terwijl Nijs de bescherming van Zalm geniet.

Nijs had alles waar Zalm, toen nog fractievoorzitter van de VVD, naar op zoek was: ze had ervaring in het bedrijfsleven, was jong en, belangrijk, vrouw. De VVD-leider had het niet voor elkaar gekregen om een vrouwelijke minister te vinden voor zijn ploeg in het eerste kabinet Balkenende, hetgeen hem op forse kritiek binnen en buiten Den Haag was komen te staan.

De herbenoeming van Nijs leidde echter ook tot kritiek. Er waren niet alleen aanvaringen met haar eigen minister, ook met haar ambtenaren, de Tweede Kamer en met onderwijsinstellingen, Van der Hoeven zou volgens ingewijden gezegd hebben dat zij niet als minister terug wilde keren op Onderwijs als Nijs herbenoemd werd als staatssecretaris. Dankzij de steun van Zalm kon Nijs uiteindelijk toch terugkeren op Onderwijs, ten koste van de door velen als `inhoudelijk beter en politiek handiger' gekwalificeerde onderwijsspecialist van de fractie, Clemens Cornielje.

Politiek gezien functioneert Nijs beter in het kabinet Balkenende II. Dankzij de onverwachte steun van de PvdA wist zij in april haar plannen voor het hoger onderwijs door de Kamer te loodsen. Met name het CDA verzette zich aanvankelijk fel tegen haar plannen voor selectie aan de poort en differentiatie van collegegeld, twee maatregelen die ongelijkheid in het hoger onderwijs zullen introduceren.

Vanmiddag zou de Tweede Kamer Nijs en Van der Hoeven ondervragen over de recente ruzie. Volgens de PvdA moet in elk geval een van beide bewindslieden opstappen, mogelijk zelfs allebei. Kamerlid Tichelaar (PvdA): ,,Maar dat zal Balkenende twee dagen voor de verkiezingen wel niet laten gebeuren.''