Laat Lubbers z'n karwei afmaken

Voorzover de menselijke fysionomie een rol speelt in de politieke omgangsvormen, staat vast dat tot op de dag van vandaag de gevoeligste, kwetsbaarste en met de grootste angstvalligheid bewaakte lichaamsdelen niet de ronde billen van vrouwen zijn, maar de lange tenen van machtige mannen.

De Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties, Ruud Lubbers, heeft op heel wat lange tenen getrapt. Hij heeft staatshoofden, regeringsleiders en ministers in hun nekvel gepakt, ze door elkaar geschud en ze een aframmeling gegeven. Liefst houden zij de hand op de knip als ergens ter wereld menigten mensen in doodsnood op drift raken. Liefst beperken zij zich tot een deftige betuiging van medeleven, terwijl Lubbers van rampgebied naar crisishaard zeult om met des te meer overtuiging de rijke landen op hun verantwoordelijkheid te kunnen wijzen.

Op zijn 65ste legt deze Nederlandse politicus een onuitputtelijke energie, onverschrokkenheid en gedrevenheid aan de dag die men zelden aantreft in kringen van de hoge diplomatie en die alleen maar kan zijn ingegeven door een onbaatzuchtige betrokkenheid en oprechte compassie.

Op 3 juni, terwijl de wereldpers vol stond van vermeend ongepast gedrag van Lubbers, riep hij in Genève een spoedzitting bijeen om de wereldgemeenschap te alarmeren over de dreigende humanitaire ramp in Darfur, de streek in Soedan waar meer dan een miljoen mensen op de vlucht is geslagen voor uitspattingen van geweld waarvan je maag omdraait. Hoe, vroeg Lubbers de verzamelde diplomaten, kunnen we zeggen dat dit de ergste crisis van dit moment is en tegelijkertijd niet met geld over de brug komen?

Misschien nog wel aanstootgevender dan zijn taaie gevecht tegen het eeuwige tekort aan fondsen om het lijden van de meest verworpenen te lenigen en minimale veiligheid te kunnen bieden aan de meest kwetsbaren (wat een lastpak voor regeringen), is de wijze waarop Lubbers het vluchtelingenrecht verdedigt tegen de hardvochtigheid die nu in het westen onder het versleten vernis van de humanitaire praatjes tevoorschijn komt.

Niet alleen heeft hij de regering-Bush de wacht aangezegd – hij noemde de opsluiting van asielzoekers in de VS een tragedie die ingaat tegen de beste Amerikaanse tradities – maar hij heeft ook en vooral de heilige boontjes van de Europese Unie de uitholling van het systeem van asielrecht verweten die de levens van grote aantallen vluchtelingen in gevaar brengt.

Twee Europese richtlijnen, bedoeld ter harmonisatie van het asielbeleid in de lidstaten, werden door Lubbers gekritiseerd als een ondermijning van de mensenrechten. Met name het door de EU omarmde concept van `veilige derde landen' betekende volgens de Hoge Commissaris ,,een feitelijke ontkenning van het internationaal-rechtelijk vastgelegde recht op asiel'' en is volgens hem in flagrante strijd met het Vluchtelingenverdrag van 1951.

Dat liegt er allemaal niet om. Lubbers gaat door roeien en ruiten. Hij maakt vijanden en kan Hollands-lomp overkomen met de minachting van een Rotterdamse ondernemer voor het fluwelen protocol. Betekent dit nu dat hij zich in de verstandhouding met ondergeschikten en in professionele betrekkingen maar alles kan veroorloven? Uiteraard niet. Ik weet niet – en ik vrees dat wij het nooit zullen weten – of hij zich ongepast heeft gedragen jegens vrouwen die hebben geklaagd over aanrakingen met een seksuele connotatie. Ik weet niet – en wij zullen het nooit weten – of deze klachten niet bedoeld zijn om de hinderlijke drammer die Lubbers is beentje te lichten.

Wat ik wél weet, is dat de vrome Amerikaanse bigotterie (van de jurk van Lewinsky via Bush' furie over het homohuwelijk tot aan de tiet van Janet Jackson) geen enkele bijdrage vormt aan de emancipatie van vrouwen. Hier zien wij de onheilige alliantie tussen het aloude puritanisme en de onverdraagzaamheid van een doorgeschoten blauwkous-feminisme. Ik zeg dit als feministe. Wij, vrouwen, hebben geen enkel belang bij de aanmatigende nieuwe preutsheid: of deze nu wordt beleden door imams die vrouwen zelfs geen hand willen geven of voortkomt uit een political correctness die elke mannelijke botheid als een seksistische doodzonde bestempelt.

Elke emancipatiebeweging loopt het gevaar door te schieten in een fanatisme dat onschuldige slachtoffers maakt en tragedies kan aanrichten. Zo heeft de strijd voor gelijkberechtiging van zwarten in de VS mede geleid tot een serie gedragsvoorschriften die mensen in een absurd keurslijf dwong. Eén verkeerd woord, één verkeerd gebaar kan iemand zijn carrière en reputatie kosten. Iedereen die zich vrolijk maakt over wat Lubbers nu overkomt, kan ik aanraden The Human Stain van Philip Roth te lezen, een meesterlijke roman over reputatiemoord. In een aan het graf van de hoofdpersoon uitgesproken rede – de overledene was ten onrechte van wangedrag beschuldigd – verontschuldigt een collega zich voor de lafheid waarmee hij en anderen ervan afzagen hem openlijk te verdedigen en hem daarmee hebben verraden. De belasterde wordt in de grafrede beschreven als ,,een individualist die niet altijd leefde volgens de maatstaven van decorum en smaak die door de meerderheid worden aangelegd'', deze individualist par excellence ,,werd zo wreed door zijn vrienden en buren belasterd dat hij [...] door hun zedelijke domheid van zijn zedelijk gezag werd beroofd. Ja, wij zijn het, de zedelijk domme, overkritische gemeenschap, die onszelf hebben verlaagd door zijn goede naam zo schandelijk door het slijk te halen. Ik zeg het nogmaals: we hebben hem verraden.''

Zeker, er bestaat seksisme, het moet worden bestreden in de mannenbolwerken, op de kleine schaal van het vunzige gebaar en op het gebied van de intellectuele onderschatting, de uitsluiting, het niet mee mogen doen, de discriminatie bij de toekenning van topfuncties – allemaal waar, maar het mag nooit een alibi zijn om iemands intenties te vervalsen, laat staan dat het geduld kan worden als een instrument om iemand het werk te bemoeilijken of onmogelijk te maken. Als Lubbers hiervoor moet aftreden, is dat geen overwinning van het feminisme, maar dan staan de UNCHR, de internationale vrouwenbeweging en Nederland voor gek, ten koste van de vluchtelingen die in de hoge commissaris zo'n onvermoeibare verdediger hebben.

Nooit had ik kunnen denken dat ik nog eens een verkiezingsleuze van het CDA tot de mijne zou maken: Laat Lubbers z'n karwei afmaken!

    • Elsbeth Etty