Kom naar Delft

In zijn bijdrage `Collega-hoogleraren: kom naar Zürich!' (NRC Handelsblad 27 mei) vergelijkt prof.dr. Jan G.M. van Mier zijn huidige werkgever, de ETH Zürich, met de vorige universiteit waar hij werkte: de Technische Universiteit Delft. Naar zijn zeggen is het verschil hemelsbreed. Aan de ETH Zürich kun je je gang gaan, met een minimum aan vergadertijd. In Delft zou het bestuur de onderzoekers achter de broek zitten om tot ,,meer en opzichtigere publicaties'' te komen. De concurrentiecultuur, gedomineerd door de strijd om geld, zou de TU Delft danig in de weg zitten.

Ik ben sinds 1977 hoogleraar aan de TU Delft en vroeg mij bij het lezen van de tekst van collega Van Mier af of wij het wel over dezelfde universiteit hebben. Ik herken de beelden die hij van de TU Delft schetst absoluut niet. Sinds september 2003 ben ik decaan van de faculteit Techniek, Bestuur & Management en zelfs in die functie vergader ik weinig. Alles is er aan de TU Delft juist op gericht om overhead te beperken. Vandaar bijvoorbeeld het vigerende beleid van het College van Bestuur en decanen om in relatief korte tijd 450 fulltime eenheden ondersteunend personeel in te wisselen voor 250 eenheden wetenschappelijk personeel. Dat alles om de organisatie nog meer `lean and mean' te maken.

Inderdaad, het CvB van de TU Delft differentieert in de financiering van het onderzoek naar kwaliteit. Wie regelmatig in gezaghebbende internationale wetenschappelijke tijdschriften publiceert en het onderzoek richt op hardnekkige maatschappelijke problemen en uitdagingen, krijgt meer middelen dan de collega die aan grensverleggend onderzoek niet toekomt. Er wordt de laatste tijd alom stevig geklaagd over Nederlandse universiteiten. De studenten zouden niet gemotiveerd zijn, de docenten en onderzoekers zouden kwalitatief tekortschieten en de bestuurders deugen al helemaal niet. Vanuit Zürich levert Van Mier een krachtige bijdrage aan deze klaagzangen. De TU Delft werkt in de zogeheten IDEA-league samen met enkele toonaangevende universiteiten elders in Europa, waaronder ETH Zürich. Die samenwerking is gericht op uitwisseling van studenten en promovendi, en op grensoverschrijdende onderzoekssamen werking, mede om de concurrentiepositie van Nederland in Europa te versterken.

Juist van de technische universiteiten wordt gevraagd dat zij extern gericht zijn, niet alleen problemen haarscherp analyseren, maar vooral concrete bijdragen leveren aan innovaties en duurzame oplossingen. Dat geldt voor de ETH Zürich, dat geldt evenzo voor de TU Delft.