Justitie VS stemde in met martelen

Het Amerikaanse ministerie van Justitie heeft twee jaar geleden de juridische rechtvaardiging geleverd voor het martelen in het buitenland van vermeende terroristen.

Het ministerie deed dat in opdracht van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA die wilde weten hoever haar agenten mochten gaan bij het verkrijgen van mogelijk cruciale informatie.

Het 56 pagina's tellende vertrouwelijke memo, dat is gezien door verscheidene Amerikaanse kranten, rechtvaardigt het martelen van vermeende terroristen die in het buitenland in gevangenschap verkeren ,,wanneer de noodzaak tot zelfverdediging'' bestaat. In het geval van de voortgaande oorlog tegen het terrorisme is die noodzaak aanwezig, aldus het collectief van juristen, dat zich in 2002 over de zaak heeft gebogen.

De Amerikaanse regering heeft altijd volgehouden dat de internationale regels waarin marteling wordt veroordeeld en verboden streng worden gehanteerd. Schenders van die rechten, zoals de Amerikaanse militairen die Iraakse gevangenen hebben mishandeld in de Abu Ghraib-gevangenis nabij Bagdad, staan allemaal terecht, aldus het Witte Huis. De behandeling van de `illegale strijders' die gevangen zitten in Guantánamo Bay, de Amerikaanse concessie op Cuba, is door Washington gebagatelliseerd. Door hun specifieke status als `ongebonden' strijders die door geen regering vertegenwoordigd zouden worden, zouden die gevangenen zichzelf buiten alle internationale wetgeving hebben geplaatst.

Maar het juridische memo van augustus 2002 en een vervolg daarop in maart 2003, geeft wel aan dat de regering van president Bush uit vrees voor meer aanslagen de behoefte had de grenzen van het toelaatbare te onderzoeken.

Als een Amerikaanse functionaris [van een van 's lands inlichtingendiensten] een verdachte in gevangenschap martelt ,,doet hij dat om nieuwe aanvallen op de Verenigde Staten door het terreurnetwerk van Al-Qaeda te voorkomen'', aldus het memo. Het juristenpanel stelde ook dat niet alle gevallen van ,,het toebrengen van bescheiden of kortstondige pijn'' gelijk staan aan martelen. Martelen, aldus het memo, ,,staat gelijk aan de pijn die gepaard gaat met zware lichamelijke verwonding''.

Beide memo's zouden ook daadwerkelijk zijn gebruikt als leidraad voor de behandeling van verdachten van Al-Qaeda en de gevangenen in Guantánamo Bay. Minister Donald Rumsfeld van Defensie zou in 2003 uitdrukkelijk om juridisch advies hebben gevraagd over de behandeling van vermeende terroristen.

Woordvoerders van het ministerie van Defensie hebben getracht de schade van het uitlekken van de memo's te beperken, door te zeggen dat slechts sprake is geweest van een juridische analyse die geenszins van invloed is geweest op de aanscherpte ondervragingsprocedures in Guantánamo die Rumsfeld in april 2003 heeft goedgekeurd. ,,Het rapport van april ging over ondervragingstechnieken en procedures'', zei Lawrence Di Rita, woordvoerder van het Pentagon. ,,Het was geen analyse van wetten.''

Groeperingen voor de rechten van de mens en Amerikaanse burgerrechtenorganisaties hebben hun afschuw uitgesproken over het bestaan van dergelijke memo's. ,,Het is verre weg het ergste wat ik heb gezien sinds het schandaal in Abu Ghraib'', zegt Tom Malinowski van Human Rights Watch in de Amerikaanse krant The Washington Post. ,,Het lijkt er op dat ze hebben bekeken of het mogelijk was om het afleggen van juridische rekenschap te ontlopen. Het gevolg is dat jaren van militaire doctrine en de standaard voor ondervraging onderuit zijn gehaald.''