`Je moet bij de koplopers zitten'

Bedrijven moeten niet aarzelen met investeren in China of India, stelt BCG-consultant Jan Willem Maas. ,,Ondernemers hebben geen keus, ze moeten meedoen.''

Moeten wij ook productie naar China en India verplaatsen, vragen veel ondernemers zich af. ,,Helemaal fout'', zegt consultant Jan Willem Maas van The Boston Consulting Group (BCG), een gerenommeerde, wereldwijd opererende adviesgroep. ,,Bedrijven zouden zich juist moeten afvragen welke delen van het bedrijf ze níet naar lagelonenlanden moeten verplaatsen. Want al het andere gaat hier op den duur gewoon weg.'' In een onlangs verschenen studie over industriële globalisering, waarin BCG-consultants uit Azië, Europa en de VS hun ervaringen met tientallen investeerders in lagelonenlanden hebben verwerkt, waarschuwt BCG bedrijven niet te aarzelen. ,,Je moet bij de koplopers zitten, niet bij de laatkomers, want die zullen de concurrentiestrijd verliezen'', zegt Maas, die zelf een aantal Nederlandse industriële bedrijven adviseerde bij hun gang naar lagelonenlanden.

Maas verbaast zich over het grote aantal bestuurders dat rustig afwacht. ,,Veel ondernemers zeggen dat het allemaal zo'n vaart niet zal lopen. Zij verdedigen hun keuze om hier te blijven zitten met achterhaalde argumenten, bijvoorbeeld dat de concurrentie uit China ondermaats is en dat de productie in het Westen al zo geautomatiseerd is dat er weinig valt te besparen op loonkosten.''

Natuurlijk zijn er risico's. De aanloopkosten in landen als China en India kunnen hoger uitvallen. Er komen vaste kosten bij, zoals het afdekken van wisselkoersrisico's of het aanhouden van buffervoorraden als transporten vertraging oplopen. Levertijden kunnen oplopen als de havencapaciteit te krap blijkt te zijn, grondstofprijzen stijgen als er tekorten ontstaan. En in China zou een flinke revaluatie van de yuan direct een deel van het kostenvoordeel wegvagen. ,,Soms moet je te dure fabrieken in het westen wel sluiten'', zegt Maas. ,,Dat brengt hoge kosten met zich mee, zoals ontslagvergoedingen, versnelde afschrijving van machines, het afbreken en opruimen van fabrieken en fabrieksterreinen. Die kosten moet je zien als investering in de toekomst. Maar je moet ze wel laten meewegen als je berekent of het zinvol is om in lagelonenlanden te produceren.''

Dat hoeft niet altijd zo te zijn. ,,Bij uitontwikkelde producten in volwassen markten kan het goedkoper zijn om die in je bestaande fabrieken te houden. Investeren in een complete nieuwe fabriek doe je alleen als je nog flinke groei verwacht.'' Bedrijven moeten volgens Maas proberen een sterke marktpositie in lagelonenlanden op te bouwen met hun beste, meest kansrijke producten. ,,Je gaat niet je probleemonderdelen verplaatsen en de `kroonjuwelen' van het bedrijf in een omgeving met hoge kosten handhaven.'' Bovendien krijg je volgens Maas bij vakbonden de handen eerder op elkaar als je nieuwe werkgelegenheid creëert in lagelonenlanden dan als je bestaande banen daarheen verplaatst. ,,Al moet je soms toch fabrieken sluiten. Dat is pijnlijk, maar ook dat moet je zien als een investering in de toekomst.'' Volgens Maas is het een hardnekkig misverstand dat lage lonen de enige reden zijn om productie te verplaaten. ,,Natuurlijk zijn de lonen in China een stuk lager. Een fabrieksarbeider die hier 15 tot 20 euro verdient, kost in China 1 euro per uur. Maar er zijn meer voordelen.''

[Vervolg china:pagina ]

china

`Mensen zijn goedkoper dan machines'

[Vervolg van pagina ] Volgens Maas zijn in China de meeste grondstoffen een derde goedkoper en machines en gereedschappen de helft. Overheden in lagelonenlanden stellen aan buitenlandse investeerders vaak grond goedkoop beschikbaar en geven subsidies en belastingvoordelen. ,,En doordat fabrieken in China meestal veel groter zijn dan in het westen, zijn er ook meer schaalvoordelen te behalen.'' De kapitaallasten liggen bovendien lager. ,,Industriële productie in het westen is kapitaalintensief, want om te besparen op hoge lonen, investeren bedrijven fors in machines, robots en automatisering. Maar in China zijn mensen goedkoper dan machines, dus kun je beter een groter deel van het productieproces met de hand doen. Dat bespaart enorm op de investeringen en dus op de vaste kosten.''

Dat er daardoor in een Chinese fabriek meer mensen nodig zijn is volgens Maas een voordeel. ,,Het grootste deel van de kosten wordt op die manier variabel. Dat maakt je veel flexibeler. Een machine heeft een vaste capaciteit en als je die eenmaal gekocht hebt, moet hij zo veel mogelijk draaien om de investering terug te verdienen. Met de personeelsbezetting kan je veel gemakkelijker variëren en snel inspelen op ontwikkelingen in de vraag.''

Randvoorwaarden waar het in het verleden aan ontbrak, zoals wegen, havens, telecomnetwerken, worden volgens Maas almaar beter. Lagelonenlanden investeren volop in hun infrastructuur, China voorop. ,,Natuurlijk duurt het langer om een product bij de afnemer te krijgen wanneer je verder weg zit, maar als je dat incalculeert, zijn de levertijden evengoed betrouwbaar. Vooral het ontstaan van een uitgebreid netwerk van toeleveranciers van halffabrikaten heeft daaraan bijgedragen.'' Bovendien zijn door de toegenomen concurrentie tussen toeleveranciers de inkoopkosten van onderdelen en andere halffabrikaten gedaald. ,,En belangrijk is ook dat de kwaliteit van de geleverde producten niet onderdoet voor die van leveranciers in het westen.''

Alles bij elkaar kan de kostprijs van een industrieel product, inclusief de extra transportkosten om het bij de afnemer te krijgen, volgens het BCG-rapport met 20 tot 40 procent omlaag. Kosten van ondersteunende diensten, zoals salarisadministratie, debiteurenbewaking, ICT-beheer en callcenters, zelfs met 60 procent, omdat hierbij lonen veruit de grootste kostenpost zijn. ,,Terwijl China veel productiewerk aantrekt, ontpopt India zich als dé plek om dienstverlenende taken aan uit te besteden. In India is een enorm reservoir aan hoogopgeleiden die vloeiend Engels spreken.'' De kwaliteit van de dienstverlening is volgens Maas ook hoger. ,,Deze diensten zijn de kernactiviteit van deze Indiase bedrijven, dus investeren zij in de kwaliteit ervan. Terwijl de gemiddelde callcentermedewerker hier alleen middelbare school heeft, heeft die in India een universitaire opleiding.''

Investeren in lagelonenlanden is niet alleen een kwestie van productie verplaatsen. Misschien wel de belangrijkste reden om er actief te worden is volgens Maas dat dit de snelstgroeiende economieën ter wereld zijn. ,,China wordt op termijn voor veel producten de grootste afzetmarkt, dus als ondernemer moet je ervoor zorgen dat je daar bij bent.''

Idealiter zouden bedrijven een nieuwe opzet moeten bedenken, waarbij elke activiteit gevestigd wordt op de plek waar de voordelen het grootst zijn. Zo ontstaat de meest efficiënte spreiding van productiemiddelen. ,,Je zou kunnen beginnen met het uitgangspunt dat alles, wegens de kosten, het beste in lagelonenlanden zou kunnen staan. Van daaruit ga je terugredeneren wat je beter in het westen kan doen.'' De goedkoopste locatie is niet voor alle activiteiten altijd de beste. ,,Andere voordelen kunnen zwaarder wegen, zoals de noodzaak om dicht bij de klant te zitten. Ook bescherming tegen namaak kan hier eenvoudiger zijn. En investeren in automatisering kan de kosten genoeg terugdringen om het voordeel van de lagelonenlanden op te heffen.''

Meestal geldt echter het omgekeerde, zegt Maas. ,,Veel bedrijven onderschatten dat. Ondernemers die nog niet actief de mogelijkheden van lagelonenlanden aan het onderzoeken zijn, moeten daar snel mee beginnen. Zij hebben geen keus, ze moeten meedoen.''