Godsdienstpolitie 1

`Godsdienstpolitie' is de nieuwe term waarmee burgemeester Cohen (NRC Handelsblad, 3 juni) de grote verworvenheid van de Verlichting, bestaande in de suprematie van de politiek over kerk en godsdienst, verdacht maakt en zelfs in de waagschaal stelt. Kennelijk bedoelt hij daarmee onder andere een repressief politiek optreden ten aanzien van bepaalde godsdienstige praktijken, in casu van de islam, in ons land.

Dergelijk politiek toezicht acht hij uit den boze. Beter zou het zijn om de godsdiensten wat meer hun onofficiële gang te laten gaan, tolerant te zijn inzake verschijnselen die zich op de rand van toelaatbaarheid bewegen en vooral respect te hebben voor hun ,,perspectief op een rechtvaardige of rechtvaardigere (!) samenleving''.

Daar is niets op tegen. Bedenkelijk is het evenwel, wanneer hij daarna spreekt over ,,de zoektocht naar een rechtvaardige samenleving'' die bij de godsdiensten aanwezig zou zijn en die ,,het punt zou kunnen zijn waarop gelovigen en seculieren elkaar de hand kunnen reiken''.

Van een zoektocht is zeker geen sprake bij christenen, islamieten en andere godsdienstige richtingen. Met een beroep op goddelijke of profetische openbaring weten gelovigen immers zo goed wat in de samenleving wel en niet mag en matigt men zich een houding aan die niet vatbaar is voor overleg of compromis.

Elke godsdienst is per se arrogant en heeft de onuitroeibare neiging om zich boven de heidense omgeving te verheffen en deze naar zijn hand te zetten, zodra de gelegenheid zich voordoet.

Democratie, dat wil zeggen met elkaar als gelijkwaardige burgers gestalte geven aan onze samenleving, is iets dat door de echte gelovige altijd zal worden beleefd als zijnde in strijd met het gedragspatroon dat hij naar zijn mening van hoger hand voorgeschreven heeft gekregen. Hoe wij moeten leven, ook in de seculiere samenleving, staat geschreven in het heilige boek. Wee degene die dat verwerpt. Hij mag uit naam van God worden gestraft.

Cohen zou er beter aan doen niet zo lichtvoetig afscheid te nemen van de Verlichting onder het voorwendsel dat daarin geen eenstemmigheid heerst en dat haar naïeve ideaal van een vooruitgang der mensheid door bevrijding van godsdienstwaan nog nimmer volledig is verwerkelijkt.

Waar het om ging, was rationele ontvoogding en politieke emancipatie. Daarvan vinden we weinig terug in de betreurenswaardige rede van Cohen. In plaats daarvan lijkt hij kwalijke godsdienstige indoctrinatie van kinderen of onderdrukking van vrouwen door kledingvoorschriften te willen toelaten.