Eenkennige sopraansaxofonist

Hij was geen rietblazer die de sopraan er `even bij deed'; de vrijdag in Boston overleden Steve Lacy manifesteerde zich zijn leven lang als een unieke sopraansaxofonist. Eigenwijs, integer en eenkennig.

,,Je kunt niet met twee vrouwen leven.'' Dat is volgens zijn jongere Amsterdamse collega Ab Baars het standaardantwoord dat Lacy gaf als iemand hem vroeg waarom hij niet tevens andere saxen bespeelde. Baars, die jarenlang zo `in' Lacy was dat collega's er grapjes over maakten, gaf de sopraansax tenslotte op en maakte in '96 een tournee met Lacy waarbij hij zelf de klarinet hanteerde. De klarinet was het instrument waar oudere bespelers van de sopraansax als Bob Wilber (1928) en de legendarische Sidney Bechet (1897-1959) op begonnen waren. Voor de meeste `echte' saxofonisten was de sopraan een instrument `erbij', naast de alt (Johnny Hodges, stersolist in het orkest van Duke Ellington) of de tenor (John Coltrane en tientallen na hem).

De in New York geboren Steven Norman Lackritz werd tot `Lacy' omgedoopt door trompettist Rex Stewart met wie hij zich uit bewondering voor Sidney Bechet begin jaren '50 aan dixieland wijdde. De omslag van terug naar vroeger naar met volle vaart vooruit werd veroorzaakt door het contact dat hij een paar jaar daarna met `free-jazz'-pianist Cecil Taylor kreeg.

Een pianist op wie Lacy nog meer verliefd raakte was Thelonious Monk, met wie hij begin jaren '60 samenwerkte en aan wie hij tot zijn dood eer bleef bewijzen, in een prachtig kwartet met trombonist Roswell Rudd en ook in talloze andere ontmoetingen, zoals met `onze' Misha Mengelberg. Twee mannen die praten over een gedeelde, blijkbaar ongeneeslijke liefde (voor Monk), zoals te horen is op de FMP cd FiveFacings, je voelt je er bijna een voyeur bij.

In Amerika kreeg Lacy met zijn muziek geen poot aan de grond, dus het was geen wonder dat hij omstreeks 1970 in Parijs bleef plakken. Waar hij naast de sopraansax een tweede liefde vond: de celliste Irène Aëbi. En waar hij een heleboel platen maakte: solo, in duo's en grotere formaties. De ene is beter dan de andere, maar Lacy verlaagde zich nooit tot domme namaak of platte commercie. In Monk's Dream, opgenomen met zijn oude maat Roswell Rudd, maakte Lacy in 1999 nog eens duidelijk dat een sopraansaxofoon behalve voor euforie (de aanpak-Bechet) en het uitdragen van extase (de aanpak-Coltrane) ook geschikt is voor helder dagelijks verkeer. Zonder hysterie of stemverheffing, bijna gortdroog met liefde een mooie melodie omspelen, dat was de kracht van Steve Lacy op sopraansaxofoon.

    • Frans van Leeuwen