Een rugzak is er voor iedereen

Wie veel te dragen heeft, gaat niet lopen zeulen met koffers en tassen, maar kiest een rugzak. Omdat dragen van alle tijden is, zou je verwachten dat de rugzak een lange historie heeft, maar dat is niet zo. Vijftig jaar geleden droegen gewone mensen nooit een rugzak. Soldaten droegen een ransel en je had het wonderlijke bergbeklimmersvolkje waar je in de Panorama over las, maar dan had je het wel gehad. Kinderen gingen met een lederen schooltas aan de hand naar school. Wie op reis ging, gebruikte voor zijn bagage koffers en valiezen, die op stations door kruiers werden gedragen.

Dat is nu allemaal verleden tijd. Schoolkinderen, motorrijders, vakantiegangers, allemaal dragen ze een rugzak. Als je bij een bank een rekening opent, krijg je er een gratis. In ieder huisgezin slingeren wel een paar rugzakjes rond.

Rugzakken heb je in alle prijzen en maten. Je hebt oprolbare zakjes die je op een wandeling bij je steekt en waarin je jas en trui stopt als het te warm wordt. Je hebt de daypacks voor eten en drinken onderweg en eventueel een regenjas. Je hebt de trendy damesrugzakjes die het handtasje vervangen.

Je hebt de vakantierugzak voor de backpackers die down under willen. En je hebt de expeditierugzak voor het zware draagwerk met tent en proviand voor weken. De rugzak is het symbool voor vrijheid en ongebondenheid.

Vluchtelingen dragen nooit een rugzak.

De meeste rugzakken hebben een soort frame om het draagstel aan te bevestigen. Dat kan eenvoudig uit een stuk schuimstof bestaan, liefst van gesloten cellen die geen water opnemen, maar bij de grotere zakken komt er meer aan te pas. De eerste rugzakken uit de jaren vijftig hadden een uitwendig driehoekig draadframe. Het waren zakken van canvas, leer en vilt die als een klont onderaan je rug hingen. Rugzakdragers liepen voorovergebogen met hun duim onder de schouderbanden. Geen benijdenswaardige lieden.

De doorbraak kwam eind jaren zestig toen het aluminium ladderframe verscheen. Dit uitwendige frame was rechthoekig en het zwaartepunt van de zak kwam veel hoger te zitten. De rugzakdrager kon daardoor rechtop lopen.

Het werd in de jaren zeventig de standaardrugzak. De meeste waren van het driekwartformaat: het frame liep lager door dan de zak zelf, zodat je er een slaapzak onder kon hangen.

Ladderframerugzakken zie je nu nauwelijks meer. De reden is dat ze onhandig zijn in het openbaar vervoer en in het vliegtuig: ze zijn sperrig, zoals Duitsers zeggen. Er verschenen rugzakken met een inwendig frame, anatomisch aangepast aan de rugwelving. Met een gepolsterde heupriem werd een groot deel van het gewicht van de schouders naar de heupen overgebracht. Deze rugzak is nu de standaardrugzak geworden. Het nadeel dat je er altijd een bezwete rug aan overhoudt, moet de eigentijdse rugzakdrager maar voor lief nemen.

Nu katoen vervangen is door kunststof, zijn de zakken zelden waterdicht: ze lekken door de naden. Die lekkage kun je met seamseal te lijf gaan, maar bij aanhoudende regen is het aan te raden om belangrijke spullen in plastic zakjes te stoppen, vooral onderin de rugzak. Een andere oplossing is een regenhoes erbij kopen, een soort autopyjama voor de rugzak.

Een enkel zijzakje is handig, maar te veel leidt tot nodeloos gezoek. Kwetsbare dingen kunnen er toch niet in: die stoten gegarandeerd een keer kapot. Geef één zakje met watervaste viltstift een andere kleur: bij een rugzak vergis je je altijd met links en rechts. Een rits die de rugzak in het midden opent, kan handig zijn, maar het is wel zo'n voorziening die net kapotgaat in een buitenlands hotel. Wel handig is een rugzak waarbij het draagstel weggeritst kan worden, waardoor een gladde koffer ontstaat ook handig voor in het vliegtuig.

Wie een rugzak koopt moet hem passen met gewicht erin, een kilo of acht is wel het minste. Wie dat vergeet en alleen in de passpiegel kijkt of hij wel goed kleurt bij de afritsbroek, kan daar later veel spijt van krijgen. En neem er de tijd voor: twee of drie rugzakken verstellen en passen kost toch wel een uurtje.