Dijkstal

Ik begrijp de verbazing over de uitbarsting van Hans Dijkstal niet goed.

De VVD was nog niet zo lang geleden vooral een partij waarin veel dixieland werd gedraaid. Kenny Ball and his Jazzmen, Chris Barber, Acker Bilk dat werk. Ik houd niet van dixieland, maar het is wel een onschuldig, overzichtelijk soort muziek. In die partij voelde Hans Dijkstal, de amateursaxofonist, zich als een vis in het water.

Die VVD bestaat niet meer. De VVD is onder leiding van Jozias van Aartsen een keiharde, fortuynistische partij geworden met een voorliefde voor ketelmuziek. Ketelmuziek is volgens mijn woordenboek muziek die met potten, pannen en ketels wordt gemaakt en vergezeld wordt van een oorverdovend geschreeuw. Het is een vorm van volksjustitie die zich afspeelde voor de deur van lieden die overspel hadden gepleegd of zich anderszins hadden misdragen in de ogen van de dorpsbewoners.

Dijkstal, die niets van Fortuyn moest hebben, heeft van nabij gezien hoe zijn partij deze metamorfose onderging nadat hij de macht was kwijtgeraakt. Hij moest tandenknarsend aanhoren hoe Van Aartsen openlijk koketteerde met zijn geestverwantschap met Fortuyn, en hoe Kamerleden als Geert Wilders (,,Ik ben de moderne Joe McCarthy... nee, zo zou ik me niet willen noemen, daar krijg ik gezeik mee'') en Hirsi Ali zijn partij nog verder naar rechts sleurden.

De goede, oude Hans, dat toonbeeld van gematigdheid, kon het niet langer verdragen. Eerst formuleerde hij hier en daar, nog tamelijk voorzichtig, zijn kritiek. Maar niemand wilde luisteren, hij werd amper geciteerd.

Zo groeide Dijkstal naar het moment toe waarop hij zich eens even heerlijk wilde laten gaan. Ieder mens heeft die momenten, en bijna ieder mens heeft er een dag later een beetje spijt van. Want het zijn momenten waarop je drift met je op de loop gaat en je net iets te veel zegt.

Nu zit hij klem tussen die jodenster en dat `Il Capo' voor Van Aartsen, die overigens ijdel genoeg is om zich vanaf nu te verbeelden dat hij op Marlon Brando als de Godfather lijkt.

En niemand die nog let op al die verstandige dingen die Dijkstal óók in dat interview in het Algemeen Dagblad zei.

Zoals: ,,Het is een grote denkfout van vooral de VVD geweest om integratie bij Justitie onder te brengen. Zo criminaliseer je een hele bevolkingsgroep, onbegrijpelijk.'' En: ,,Van Aartsen denkt stemmen te trekken door Wilders zijn uitspraken te laten doen.'' En (over `het hek om Rotterdam'): ,,Mensen moeten accepteren dat de wereld verandert. We zijn een open samenleving. Allochtonen zijn hier om te blijven. Zelfs als je dat zou willen, die mensen gaan echt niet weg. Migranten, of ze nu belijdend moslim zijn of niet, moeten gewoon kunnen meedraaien in de maatschappij.''

Allemaal taal waarvan we over tien jaar, als de radicaal-rechtse mode weer is uitgewoed, zullen zeggen: toch moedig dat hij dat toen durfde te zeggen.

Niemand anders in de politiek durfde het. Ook Wouter Bos niet, die (samen met Verhagen) door Dijkstal terecht gehekeld wordt. Dijkstal haalt in dat AD-interview de kolen uit het vuur voor de risicomijdende, linkse oppositie. Hij brandde er even zijn vingers aan, maar het was toch goed dat hij het deed.