De vraag is hóe vrij columnisten zijn

Een hoofdredacteur ,,moet tegen een stootje kunnen'', schreefhoofdredacteur Folkert Jensma, in Opinie & Debat van 5 juni. Hij richtte zich daarmee tot zijn collega van het Brabants Dagblad, Tony van der Meulen, die had geklaagd over een column in NRC Handelsblad waarin Youp van `t Hek hem betichtte van vreemdgaan en hoerenloperij. Nadat een verslaggeefster van het Brabants Dagblad Van `t Hek (kennelijk) hinderlijk had gevolgd, wilde de cabaretier wraak nemen. Dus verzon hij dat Van der Meulen het hield met een jonge verslaggeefster en dat hij in bordelen kwam. Voor iemand die heel boos is, is behoefte aan wraak begrijpelijk. Blind van woede doe je wel eens gekke dingen. Maar van een redactie mag worden verwacht dat de overwegingen om een stuk te plaatsen, rationeel zijn.

Wraak nemen op iemand door opzettelijk leugens over hem te verspreiden, is niet ethisch en een krant zou zich voor dat soort vendetta's niet moeten lenen. Oók niet als de hoofdredacteur van mening is dat columnisten vrij zijn. De vraag is niet óf columnisten vrij zijn, de vraag is hóe vrij ze zijn. In zijn weerwoord liet Jensma zich over de grens van die vrijheid helaas niet uit, terwijl dat toch de kern van de zaak is. Hoe acceptabel is het bijvoorbeeld als een columnist zijn pijlen richt op iemands kinderen? Of wat doe je als een columnist de lezers oproept om iemand te vermoorden? En, had Jensma wél ingegrepen als er pijnlijke leugens over hem zélf in hadden gestaan?

Niemand is helemaal vrij, ook columnisten niet. Het recht om vrij te zijn, botst op enig moment altijd met een ander recht. Dat ontkennen, is weglopen voor het probleem. Het is jammer dat Jensma zich achter de veronderstelde volledige vrijheid van columnisten verschuilt, in plaats van in te gaan op de veel interessantere vraag waar de vrijheid van columnisten ophoudt. Alleen uit het slotzinnetje in Jensma's betoog valt op te maken dat hij het eigenlijk niet zo erg vindt dat Van `t Hek zijn lezers heeft wijs gemaakt dat Van der Meulen naar de hoeren gaat. Hij moet maar ,,tegen een stootje kunnen'', vindt Jensma.

Maar als iemand zomaar een klap uitdeelt, is het probleem niet of de ontvanger van die klap wel of niet flink is. Het probleem is dat hem onrecht is aangedaan. Jensma is voor het onrecht dat Van der Meulen is aangedaan, qualitate qua verantwoordelijk. Zelf dreigde hij onlangs met juridische stappen tegen de uitgeverij van een boek vol met ongefundeerde beschuldigingen tegen hem en andere NRC-redacteuren. Terecht. Hoofdredacteuren moeten de vrijheid van meningsuiting koesteren en beschermen, door in te grijpen op de momenten dat zij wordt misbruikt.

Van der Meulen, stap naar de rechter!

Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra zijn free lance journalisten.