Afgeremde driften in Spartacus

,,Hoer! Hoer! Hoer! Hoer! Hoer!'' De jongens roepen het ritmisch en vol overtuiging. Met naakte bovenlichamen, de benen in Volendammer vissersbroeken gestoken, bestormen zij het toneel. Dat eruitziet als een clubhuis, vol kreten op de muren en in een hoek een keukenblok waar paling wordt bereid.

In een fictief en toch herkenbaar stadje aan het IJsselmeer situeert Nieuw-West het drama Spartacus. De maatschappij in dat stadje, althans in het clubhuis, is er ingericht volgens de principes van het antieke Sparta. Een heerser drilt er zijn slaven – en de slaaf Spartacus komt in opstand. Tegen de almacht van Kees Veerman, een geflipte kunstenaar, die de jongens in een ideologische wurggreep houdt. ,,Niet respect hebben maar eisen,'' leert de charismatische kroegbaas de kansarme knapen. En tegenover het ,,Ik kan pas vrij zijn als iedereen vrij is'' van Spartacus stelt hij cru: ,,Ik kan pas macht hebben als ik anderen kan onderdrukken.''

Vrouwen bijvoorbeeld, of homo's. En de vrouw of homo in jezelf. Een video op de achtergrond toont mannen in een seksclub. Zij penetreren elkaar enthousiast en de jongens van Kees Veerman lachen er schamper om. Dat ding tussen je benen, daar moet je niet op letten, heeft hun leider hen ingepeperd. Maar diezelfde leider laat hen wel een paaldans opvoeren.

Schrijver Rob de Graaf en regisseur Marien Jongewaard gaven hun obsessie met enge mannenclubs al eerder vorm in Neanderdal, waarin dezelfde palen of loden pijpen opdoken. Maar waar de hooligans van toen hun driften ongeremd uit mochten leven, daar moeten zij zich nu beheersen. Dat moet van Kees Veerman, die hen voor zichzelf wil hebben, en dat moet van de makers, die uitgekeken zijn op pure anarchie. Alleen lukt het beheersen niet altijd. Soms slaan de boys weer flink wat stoelen stuk. Spartacus slaat het misprijzend gade. Hij hoort niet meer bij die dommekrachten, hij heeft een meisje leren kennen en is vanbinnen gesmolten. ,,Ik ben een bloemenman, een liefdesman, een jongen van de vrede,'' zegt hij ietwat bleu.

Op dat soort missers na, en afgezien van te lange monologen in het middendeel, is De Graafs tekst consistent en sterk. Kees Hulst als de Grote Leider gaat er virtuoos mee om. Snerend, samenzwerend, donderend, flemend en meesterlijk manipulerend steekt hij zijn preken af – begeleid door het gegalm van psalmen. Vergeleken met hem is de Spartacus van Juda Goslinga een doetje – maar dat hoort bij zijn rol. En de jongens? Van, onder andere, het mimegezelschap Bambie? Die verlaten de bühne zoals ze kwamen: ,,Hoer! hoer! hoer! hoer! hoer!''

Voorstelling: Spartacus, door Nieuw-West. Regie: Marien Jongewaard. Tekst: Rob de Graaf. Gezien: 4/6 Theater Frascati, Amsterdam. Daar t/m 12/6. Inl: 020-463672 of www.nieuwwest.com.