1974

Gisteren was De Grote Nationale Trauma Verwerkingsdag. Op Radio 2 konden luisteraars de hele dag bellen om herinneringen op te halen aan het WK van 1974. Van 20.00 uur tot 02.00 uur een terugblik door NOS Studio Sport vanaf de kwalificatie tot en met de fatale Duitse degenstoot in het hart. Met een rare weergalm in het hoofd maar toch opgeschoond heeft de natie vannacht na dertig jaar weer voet aan wal gezet.

Een boeiende dag, gisteren, maar wel eentje die een aantal vragen opriep: wat heb ik in die dertig jaar niet allemaal gemist? Ik had geen weet van een trauma. Elke patriot beantwoordt zonder nadenken de vraag: waar was u op 7 juli 1974, de dag van de WK-finale? Ik herinner me niets. Absoluut niets. Ben ik wel een Nederlander?

In april verscheen het boek `Wij waren de besten' van Auke Kok. Ik begreep dat het een vrolijke boel moet zijn geweest in het spelershotel in München. Vooral 's nachts. Met als sleutelwoorden (in willekeurige volgorde): sigaretten, drank, stoeipoezen. Hoe kan het dat zelfs het in de pers breed uitgemeten maar volgens Kok nog relatief onschuldige zwembadincident aan me voorbij is gegaan? Waar zat mijn hoofd dán vol van? Mijn particuliere verlangen naar Sex, Drugs & Rock 'n Roll?

Die zomer werd ik bevorderd van 4- naar 5 Havo. Voor de rest was er vooral reden tot getemperd enthousiasme. Vitaminetekort, ijzergebrek, een afgrondelijke vermoeidheid – volgens de dokter het gevolg van veel te intensief wielrennen in combinatie met een groeispurtje – brachten me regelmatig aan de toonbank van de plaatselijke apotheker. Die zomer kocht ik een raggende maar eigenlijk stomvervelende elpee van Uriah Heep: very 'eavy, very 'umble. En ik leerde een meisje kennen. Zo gulzig was dat meisje (als een woestijnwind zo verschroeiend haar adem) dat ik alleen in het gezelschap van een vriend in haar nabijheid durfde te komen, zodat er van concreet levensverkeer uiteindelijk niet veel terecht is gekomen.

Waar was ik op 7 juli 1974? Ik graaf in mijn archief van dat jaar. Weinig knipsels, dus weinig wapenfeiten. De zevende juli was een zondag. In dit of dat Limburgs of Brabants kerkdorp moet ik die dag op een koersfiets rond de kerktoren hebben gecirkeld. Ik vind een röntgenfoto. Mijn rechterhand (hoe komt dat ding in mijn archief, het hoort in een ziekenhuisarchief). Ook dat nog, een barst in een van de handwortelbeentjes. Een val in het late voorjaar.

Ik herinner me hoe mijn hand gefixeerd werd met een gewatteerde plank. Dat was handig. Verstandig was het niet, maar om door te trainen en te koersen kon die plank makkelijk worden verwijderd. Vage beelden doemen op. Ik zie een straat met een spandoek en dranghekken waarachter geen hond te bespeuren valt. De microfonist staat tegen lantaarnpalen te praten. Aan het staartje van het zwiepende peloton hang ik. Op 7 juli 1974 is mijn wereld gekrompen tot het formaat van bijzonder pijnlijk handwortelbeentje.