We hebben nooit hulp van anderen verwacht

Sinds 1 mei telt de Europese Unie 25 landen. Deel 17 van een serie familieportretten. Het verhaal van de Finse familie Von Weissenberg. `We zijn altijd bekeken als een beetje een vreemd land.'

Twee weken geleden was er nog een kleine expositie in het atelier onder haar huis, waarbij vijftien aquarellen werden verkocht. Haar leeftijd, 93 jaar, weerhoudt Eva von Weissenberg er niet van te schilderen. Ze woont alleen in Strömma, een gehucht tussen Helsinki en Turku aan de Finse zuidkust. De tuin kijkt uit over water, de toegang tot de Oostzee. Rondom berken en dennen. Vandaag zijn zoon Markus (65) en diens zoon Jon (36) gekomen, en zoon Timo (64) met zijn vrouw Annabella (62) ook.

Von Weissenberg – de naam verraadt de Zweedse oorsprong van de familie. Net als het overgrote deel van de Zweedse gemeenschap in Finland, iets meer dan zes procent van de totale bevolking, komt Eva von Weissenberg uit een gegoede familie. Haar vader had een hoge functie in de papierindustrie in Tampere, ruim 150 kilometer ten noorden van Helsinki. Daarmee lag ook de sociale positie van het gezin vast en de afkeer van de communisten, die in 1918 probeerden met steun van de Russen de macht te veroveren in het nog maar net van Zweden afgescheiden Finland.

Zelf heeft Eva alleen een paar vage herinneringen aan die tijd. ,,Je had de Witten en de Roden en wij behoorden tot de Witten'', zegt ze. ,,De Witten waren de aardige mensen en de Roden de slechten. Een oorlog kent altijd maar twee kleuren.'' De rivier Tammerkoski die Tampere in tweeën splitst, scheidde destijds `wit' en `rood', burgerij en arbeiders. Als industrieel was Eva's vader een doelwit voor de Roden, vertelt Markus over zijn opa. ,,Op een dag vielen de communisten zijn huis binnen. Mijn opa is op het dak geklommen en heeft zich achter de schoorsteen verstopt. Daardoor heeft hij de oorlog overleefd. Een buurman werd door de Roden meegenomen en is geëxecuteerd.''

Na een paar maanden wonnen de Witten de burgeroorlog, met steun van het Duitse leger. De burgerlijke partijen, die de meerderheid vormden in het parlement, flirtten korte tijd met de monarchie. ,,We hadden zelfs al een koning in gedachten, een Duitse prins'', zegt Timo, ,,maar die periode duurde niet lang.'' Neef Jon knikt. ,,Ja, tot het moment dat de Duitsers de oorlog begonnen te verliezen. Toen wilden wij ze ook niet meer.''

De dreiging van het machtige Rusland bleef voelbaar en in 1939 kwam het tot een nieuwe confrontatie, in de Winteroorlog. Eva, intussen moeder van vier jonge kinderen, herinnert zich de barre omstandigheden nog goed. ,,Eten was er genoeg. Maar het was koud, soms wel veertig graden onder nul. Zelfs aan tafel hielden we onze handschoenen aan.'' Een groot deel van de tijd stond ze er alleen voor, haar man diende als officier in het Finse leger.

In tegenstelling tot wat iedereen verwachtte, slaagden de Russen er niet in Finland te overrompelen. In plaats daarvan werd een dure vrede gesloten, waarbij de Finnen onder meer tien procent van hun grondgebied moesten afstaan. ,,We voelden ons sterk'', zegt Markus. ,,We beschouwden onszelf als winnaars, ook al hadden we veel verloren.''

Noodgedwongen zochten de Finnen hun heil weer bij de Duitsers, omdat alleen zij in staat leken het land tegen de opdringerige Russen te beschermen. Het weerhield de Russen er niet van om Finland in 1941 opnieuw aan te vallen, waarna de strijd weer oplaaide. ,,Aan het eind van de oorlog moesten we de Duitsers nog uit Lapland verjagen'', zegt Timo, die wel houdt van ferme taal.

Finland raakte na de oorlog zo'n beetje tussen wal en schip. Het land lag geïsoleerd in een uithoek en kwam verzwakt uit de strijd tegen Russen en Duitsers. Na de oorlog eisten de Russen forse `herstelbetalingen'. ,,De Russen waren onze vijanden, we haatten ze'', zegt Eva. ,,We voelden ons westers, maar de Russen vonden dat we bij hen hoorden'', zegt zoon Markus. ,,Ze deden alles om ons onder de duim te houden.''

Toch rekende Finland niet op steun uit het Westen. ,,We hebben nooit hulp van anderen verwacht'', aldus Markus. ,,We hadden ook helemaal geen hulp nodig'', zegt Timo, die er een tikje cynisch aan toevoegt: ,,Het Westen kon ons ook niet echt helpen. Maar ze hadden wel sympathie voor ons.'' ,,Veel sympathie'', bevestigt zijn vrouw Annabella. ,,Maar we waren klein en ver weg. En niet van belang.'' Jon is het daarmee eens: ,,We waren als land al lang opgegeven.''

Zo werd Finland in de jaren vijftig dat eigenzinnige land van bossen en meren aan de rand van Europa, dat zichzelf schijnbaar onbeduidend maakte, om Rusland buiten de deur te houden. En dat voor alles wat het deed zich eerst afvroeg of het buurland daarmee kon instemmen. Er kwam zelfs een woord voor die vorm van noodgedwongen neutraliteit: finlandisering.

,,Die politiek heeft ons geen windeieren gelegd'', zegt Markus. ,,Doordat de Russen ons verplichtten om bijvoorbeeld jaarlijks een vooraf vastgesteld aantal ijsbrekers te bouwen, konden wij die bedrijfstak opbouwen. Dat heeft de zware industrie een belangrijke impuls gegeven.''

Heel geleidelijk, en volgens de Von Weissenbergs dankzij behendig opererende presidenten als Urho Kekkonen, schoof Finland verder op naar het Westen. Het einde van de communistische regimes in Oost-Europa en de val van de Muur in 1989 werden dan ook niet als een bevrijding ervaren.

Amos leidt ons even af. Het driejarige zoontje van Jon speelt gefascineerd met de oude telefoon van zijn overgrootmoeder. ,,Hij kent geen vaste telefoons, de meesten hebben alleen nog een mobiele'', zegt Jon. ,,Voor ons betekende de val van de Muur geen verandering'', aldus Timo. ,,We keken er van een afstand naar. We waren al lang westers en voelden ons ook zo.''

Wel verdween met de Muur het argument van het neutrale Finland tegen een openlijke keuze voor het Westen. Min of meer vanzelfsprekend volgde dan ook aansluiting bij de Europese Unie, in 1995, tezamen met het eveneens neutrale Zweden en Oostenrijk.

In tegenstelling tot de Zweden zijn de Finnen vanaf het begin ruimhartig in hun deelname aan `Europa'. Jon kan zich nog steeds opwinden over de Zweedse afwijzing van de euro, vorig jaar. ,,Ik was heel teleurgesteld'', zegt hij. ,,De Zweden zijn verwend. Ze hebben hun mond vol over hulp aan de Derde Wereld. Maar ze durven de kroon niet op te geven omdat ze doodsbenauwd zijn om iets van hun welvaart te verliezen.''

Markus is juist blij met de euro. ,,Natuurlijk waren ook hier mensen bang om met het verdwijnen van de Finse mark iets van de eigen identiteit te verliezen. Maar we zijn nog steeds Finnen, alleen nu met euro's in onze portemonnee.'' ,,Doordat ik elders in Europa met mijn eigen munt kan betalen, voel ik me er meer thuis'', zegt Jon, ,,voel ik me veiliger.''

Jon vindt zelfs dat Finland lid moet worden van de NAVO. Maar dat gaat de anderen veel te ver. ,,De NAVO is een instrument van de VS. Die luisteren toch niet naar ons'', meent Markus. ,,Mijn vraag is: waarom zouden we het doen?''

Daarop heeft Jon, die mede uit bewondering voor zijn enkele jaren geleden overleden opa werkt bij de Finse marine, wel een antwoord. ,,Militair is het niet belangrijk. Maar anderen hebben ons altijd bekeken als een beetje een vreemd land. Finland heeft behoefte aan duidelijkheid. Zo laten we zien dat we dezelfde achtergrond delen. Als we gezamenlijk optreden kunnen we iets betekenen voor een krachtig Europa.''

Bang om daarmee iets van zijn Finse identiteit te verliezen is Jon niet. ,,We vormen als Zweedse gemeenschap in Finland een kleine minderheid, maar we zijn onszelf gebleven. In Europa is Finland ook heel klein. Maar we hebben een sterke eigen cultuur. Waarom zouden we die verliezen?''

Eerdere afleveringen zijn te lezen op www.nrc.nl/europa