Tanghes Spoken is intens traag

De verstikkend benauwde huiskamer heeft geen ramen, alleen deuren. Als die door een van de personages geopend worden, gaat dat tergend langzaam. Achter de deuren houden zich spoken schuil. Dit beeld moet de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen (1828-1906) voor ogen hebben gestaan toen hij in 1881 het schokkende toneelstuk Spoken schreef. Regisseur Dirk Tanghe van het Utrechtse gezelschap De Paardenkathedraal heeft Ibsens huiskamer-als-gevangenis minutieus nagevolgd, zelfs nog beklemmender dan de schrijver zelf. Tanghe heeft tuindeuren die zicht bieden op een regenachtige fjord, zoals de regieaanwijzing voorschrijft, weggelaten. Een tafel, leren fauteuils: meer is niet nodig.

En natuurlijk de muziek. Tanghe is een regisseur die zijn voorstellingen laat voortstuwen door muziek. Je zou kunnen zeggen dat hij theatrale symfonieën maakt. De spoken vertegenwoordigen gruwelijke gebeurtenissen uit het verleden. Hoofdpersoon Helene Alving stelt alles in het werk om de gruweldaden van haar inmiddels overleden man uit te wissen: zijn liederlijk gedrag, zijn handtastelijkheden met als gevolg zwangerschap van een dienstmeisje. Zoon Oswald lijdt aan erfelijke syfilis die zijn geestesvermogens aantast. Mevrouw Alving heeft haar zinnen gezet op de dominee, maar deze verwijt haar huwelijksontrouw. Mevrouw Alving zou met alles willen breken, maar zij kan het niet. Het verleden heeft haar voorgoed in de greep. De enige die uiteindelijk weggaat is het dienstmeisje. Als zij hoort dat haar vader ook de vader is van Oswald, op wie ze heimelijk verliefd is, verlaat ze het spookhuis.

Voor deze regie kiest Tanghe voor een dwingende, laat negentiende-eeuwse stijl. De kostumering is schilderkunstig fraai. De speelstijl is intens traag en nagenoeg zonder versnelling. Elk van de vijf personages praat met nadrukkelijke dictie, ze nemen lange pauzes. Ze staan of zitten, in beide gevallen roerloos. Het gezicht van Maike Meijer als mevrouw Alving is geblanket als een masker. Dominee Manders (Bas Keijzer) heeft een zalvende stem. Elisa Beuger als het dienstmeisje en Jeroen van Venrooij in de rol van de opstandige, gekwelde zoon Oswald vertegenwoordigen de jeugd. Maar ook zij kunnen de doem van het behekste huis niet ontlopen.

Het dwingende keurslijn naar vorm en inhoud is levensgevaarlijk voor deze voorstelling, die bijna vier uur duurt. Als grootste bezwaar geldt de overtolligheid van Ibsens taal. Het wemelt van de herhalingen, vaak lelijke. In het realisme van Ibsen was dat gebruikelijk. Tanghe heeft geen onderscheid gemaakt tussen hoofd- en bijzaken. Het is onmogelijk en ook onwenselijk elke zin de kracht te geven van springstof. Anderzijds heb ik grote bewondering voor de roekeloosheid en consequentie waarmee spelers en regisseur deze gestaalde stijl volhouden. Geleidelijk onthult zich het grondpatroon van deze tragedie. Het is als een symfonie van Mahler met zijn lange, nauwelijks als melodie te herkennen lijnen. Schitterend is het moment waarop bekend wordt dat het weeshuis dat mevrouw Alving laat bouwen om haar kwade geweten te sussen in brand staat. Oorverdovend onweer klinkt, klokgebeier galmt en de personages rennen verwilderd heen en weer.

Het slot is ontluisterend. Oswald toont zijn moeder de zelfmoordpillen. Hij zegt de beroemde woorden: ,,Moeder, geef mij de zon.'' Hij wilde leven zoals hij eens in het zonovergoten zuiden leefde, maar vindt de dood. Mevrouw Alving heeft alles verloren terwijl zij juist alles wilde redden. Zo werkt deze hele tragedie: alles ontaardt in zijn tegendeel. En daarom snakt iedereen uiteindelijk naar adem.

Voorstelling: Spoken van Henrik Ibsen door De Paardenkathedraal. Regie: Dirk Tanghe. Gezien: 4/6 De Paardenkathedraal, Utrecht.Te zien t/m 30/6 aldaar.