Parallellepipeda

Onze bondscoach zat niet goed. Letterlijk. Ik bespeurde een ongemakkelijke houding op de rode stoel met hoge rugleuning, direct naast de reservebank. Advocaat zat met zijn billen op de rand, de benen als twee planken recht vooruit en de armen over elkaar.

De camera nam Advocaat tijdens het oefenduel tegen Ierland zo een aantal malen in beeld. De bondscoach had dat, op zijn beurt, weer door en werd er bijzonder onrustig en argwanend van. Hij kon zichzelf op het grote scherm in het stadion zien en moest het bekennen: een ongemakkelijke zit.

De bondscoach ziet een camera als een precisiewapen. Advocaat voelt zich op eigen terrein betrapt en vergeet in paniek trainer te zijn. Hij geneert zich, niet voor zichzelf, nee, Dick Advocaat schaamt zich met die schichtige oogopslag voor het zootje op het veld. Hij zou het eens moeten wagen tijdens de wedstrijd in de lens te schreeuwen. Dat zou hem en het legioen goed doen.

`Mensen, Dick hier. U ziet het: het is naadje. Helemaal naadje. Willem en ik gaan er in de rust een paar klojo's uithalen. Tot zo, na de reclame!'

Van Hanegem is altijd in love met de camera. Hij is een goed zittende coach. Hij is dan ook een adept uit de Ernst Happel-school. Allereerst rookt hij. Rokende coaches kunnen altijd op mijn sympathie rekenen; het straalt rust en gezag uit. Daarnaast maakt Van Hanegem gebruik van de hele zitting van de stoel. Of hij nu rechtop zit of – mooier nog – met het bovenlichaam voorover en de onderarmen als steun op de bovenbenen; de kont zit altijd in de hoek van de stoel. Advocaat moet eens kijken hoe Van Hanegem zit te zitten.

Een paar weken geleden deed Advocaat zijn beklag over de microfoon naast de bank. De mensen in de huiskamer konden alles horen. Het volk zou niet snappen waarom een trainer zo hard uitvalt tegen spelers. Nou, dat snappen we inmiddels heel goed. We willen niets liever. Op de slachtbank die elf. Laat ze gillen als kreeften in een pan kokend water.

Tijdens de wedstrijd mogen we de coaches niet meer begrijpen. Advocaat hield vaak een hand voor zijn mond wanneer hij Van Hanegem vertelde wat er niet klopte. Dat trucje komt uit het tennis waar dubbelpartners met een bal voor hun mond elkaar toefluisteren waar de service moet komen.

Assistent-coach Bert van Lingen is het verst gevorderd in het maskeren van zijn bedoelingen, ik weet eigenlijk sowieso niet waarom hij erbij is. Tot in de rust. Vlak voor de start van de tweede helft tegen Ierland stond hij midden op het veld en wenkte invaller Seedorf. Van Lingen pakte een blocnote en wees op het eerste vel. De camera spiekte. Ik zag een voetbalveldje getekend met wilde krassen, namen en doorhalingen. Hij draaide de bladzijde om. Seedorf spuugde op de grond. Van Lingen wees een en ander aan. Seedorf duwde zijn neus op het papier. Hij kon zijn ogen niet geloven.

Parallellepipedum.

Niks ruit. Parallellepipedum. Seedorf holde nog snel naar de zijlijn en keek ongelovig in de ogen van Van Hanegem. De voetballer deed twee vingers in de lucht. Willem knikte. Ja, twee ja. Twee parallellepipeda, dat was de bedoeling. Seedorf snapte er niets van.

Een beetje parallellepiepen met z'n elven, zo hulpeloos zag het Nederlands voetbal er uit. De hamstring van Seedorf schoot in de stress, Advocaat keek via het grote scherm naar zijn eigen, knipperende ogen en Van Hanegem had drie keer nodig om zijn peuk aan te krijgen. Alles heeft nu een betekenis. Alleen, niemand weet de voortekenen te duiden.

Behalve Frans Bauer.

Hij zong met een snik in de stem dat juwelen door velen gedragen worden. Klopt als een bus. En dat het leven maar even duurt. Precies Frans! O ja, en ook nog dat alles zo weer voorbij gaat. Juist, jongen, helemaal juist.