Oppositie wint terrein in Roemenië

Bij gemeenteraadsverkiezingen in Roemenië – generale repetitie voor de parlements=- en presidentsverkiezingen van november – hebben de regerende sociaal-democraten rake klappen opgelopen.

Dat blijkt uit de peilingen bij de stembureaus, exit polls, die gisteren overal in het land zijn gehouden. De officiële uitslagen worden pas later deze week verwacht.

De belangrijkste uitslagen zijn die in Boekarest, waar de zittende burgemeester Traian Basescu zich zijn sociaal-democratische uitdager Mircea Geoana – minister van Buitenlandse Zaken – van het lijf hield, en in Cluj (Kolozsvár), de hoofdstad van Transsylvanië, waar de Roemeense ultranationalist Gheorghe Funar na twaalf jaar eindelijk als burgemeester werd verslagen.

Basescu, lid van de oppositionele Alliantie voor Rechtvaardigheid en Waarheid (waarin zijn Democratische Partij en de liberale PNL samengaan), kreeg in Boekarest bijna zestig procent van de stemmen. Geoana, internationaal gerespecteerd als topdiplomaat en populair, maar zonder enige binnenlands-politieke ervaring, bleef steken op 29 procent. De regerende sociaal-democratische PSD deed het ook slecht in de districten van Boekarest. De Alliantie wist rond 53 procent van de stemmen te vergaren, de PSD maar dertig procent. Basescu, een voormalige kapitein van de koopvaardij, krijgt de meerderheid in de gemeenteraad die hij tot nu toe niet had en zijn Alliantie verovert ook alle burgemeesterszetels in de zes districten van de hoofdstad. De burgemeester – internationaal bekend om zijn radicale methoden bij het oplossen van het zwerfhondenprobleem in de hoofdstad – sprak er zijn tevredenheid over uit dat de kiezers een zeeman hadden verkozen boven een diplomaat.

Waarnemers menen dat Geoana met zijn vergeefse gooi naar het burgemeesterschap van Boekarest zijn eigen carrière en de toetreding van Roemenië tot de EU geen goede dienst heeft bewezen. Zijn nederlaag heeft zijn prestige in eigen land geschaad, en `Brussel' is met zijn initiatief niet erg ingenomen omdat hij de nationale politiek de voorkeur leek te geven, juist nu Roemenië voor de belangrijkste laatste onderhandelingen over de toetreding tot de Europese Unie staat.

In de Transsylvaanse hoofdstad Cluj (Kolozsvár) werd Gheorghe Funar, een Roemeense nationalist die in de twaalf jaar van zijn burgemeesterschap niets heeft nagelaten om de Hongaarse minderheid in de stad te treiteren, verslagen. Hij kreeg maar twintig ptrocent van de stemmen. Wie burgemeester wordt, wordt over twee weken beslist, als de nummers een en twee in de uitslag van gisteren tegen elkaar uitkomen. Gisteren kreeg de sociaal-democratische minister van Binnenlandse Zaken Ioan Rus 41 procent van de stemmen, te weinig om direct te worden gekozen. Zijn tegenstander over twee weken is een parlementariër van de Alliantie, Emil Boc. In Timisoara won een christen-democraat voor de derde keer een mandaat als burgemeester.

Waarnemers geloven dat de regerende sociaal-democraten de prijs betalen voor hun onvermogen de belangrijkste problemen van het land op te lossen: de corruptie, de politieke inmenging in het juridische systeem en de inperking van de persvrijheid, problemen die de regering zal moeten oplossen wil ze Roemenië in 2007 tot de Europese Unie laten toetreden. De PSD heeft na jaren van regeren een niet al te best imago. Ze is er weliswaar in geslaagd het gemiddelde salaris op te krikken van 100 naar 180 dollar per maand, maar haar stijl van regeren wordt ervaren als arrogant en haar geluk is dat de politieke oppositie gefragmenteerd en onderling sterk verdeeld is.