Myskina zegeviert in potsierlijke vrouwenfinale

De uitkomst van de vrouwenfinale op Roland Garros stond al vast: Rusland zou zijn eerste grandslamkampioene bejubelen. Anastasia Myskina (22) was de gelukkige.

De vraag was of hij aanwezig zou zijn en zo ja: of Boris Jeltsin de euvele moed zou hebben om na het laatste punt vanuit de ereloge het centre court te bestormen. Niets is de voormalige president van Rusland te dol, zeker niet als het om tennis gaat. Anderhalf jaar geleden deelde hij omstandig mee in de feestvreugde, nadat het Rusland van kopman Marat Safin in een zenuwslopende finale de Davis Cup had gewonnen ten koste van gastland Frankrijk.

In datzelfde Parijs ontbrak zaterdag elk spoor van de inmiddels 73-jarige tennisfanaat, die dertien jaar geleden op een tank klom en eigenhandig de Sovjet-Unie ten grave droeg. De fragiele gezondheid van `vadertje' Jeltsin en de toch al gespannen situatie vanwege de aanwezigheid van de Amerikaanse president George W. Bush stonden een bezoek aan de Franse hoofdstad in de weg. En dus moesten Anastasia Myskina en Elena Dementjeva het zaterdag doen met een gelukstelegram, dat vanuit hun vaderland op hun Parijse hotelkamers werd bezorgd.

Of had Jeltsin een vooruitziende blik, en wist de immer hartstochtelijke meelevende oud-president dat het duel zou ontaarden in een tranendal? Minder dan een uur (59 minuten) had Myskina nodig om zich te ontdoen van haar opnieuw door zenuwen verlamde landgenote: 6-1 en 6-2. Het was, en vriend en vijand waren het daar na afloop over eens, de meest eenzijdige finale op Roland Garros sinds 1988, toen de arme Natasja Zvereva uit Wit-Rusland met twee keer 6-0 over de knie ging bij Fraulein Forehand Steffi Graf.

Plaatsvervangende schaamte maakte zich zaterdag meester van het publiek, en de arme Dementjeva brak naderhand in huilen uit, toen ze oog in oog met de wereldpers geconfronteerd werd met haar belabberde opslag, goed voor tien dubbele fouten. Het was een aandoenlijk tafereel, met in de hoofdrol een tennisster die het in haar zeven duels op Roland Garros presteerde om 67 dubbele fouten te slaan. ,,Kan iemand deze juffrouw het telefoonnummer van Pete Sampras geven'', vroeg oud-prof John McEnroe zich in zijn rol als tv-commentator hatelijk af.

Te wanhopen hoeft Dementjeva vooralsnog niet. Haar `beroemde' landgenote Anna Koernikova, bij gebrek aan tennistalent inmiddels uitgeweken naar de catwalk, maakte zichzelf én het vrouwentennis ooit belachelijk door bij de Australian Open in één wedstrijd maar liefst 23 dubbele fouten van haar racket te laten vertrekken. Zo bont maakte Dementjeva het zaterdag niet, al ontkwam de 22-jarige blondine uit Moskou niet aan de pijnlijke conclusie: ,,Ik kan gewoon niet serveren.'' Dat was triest genoeg het citaat van de dag.

Des te opmerkelijker was het feit dat de pupil van Ruslands eerste grandslamfinaliste Olga Morozova (1974) in Parijs tot de finale wist door te dringen. Amélie Mauresmo, de gespierde Française die faalde in haar thuistoernooi, moet zich zaterdag de haren uit het hoofd hebben getrokken, toen ze het geklungel van haar bedwingster (in de kwartfinales) zag.

Was het twee jaar een volledig Amerikaanse finale (de zusterstrijd Venus versus Serena Williams), vorig jaar een Belgisch onderonsje (Clijsters-Henin), ditmaal was het de beurt aan Rusland, dat langzaam maar zeker de macht overneemt in het mondiale vrouwentennis. Verrassend is dat niet. Gestaag slopen de erfopvolgsters van Morozova de laatste jaren richting toptien. Het was een kwestie van tijd, voordat een Russin zou toeslaan.

Zaterdag was het zover, maar uit piëteit met de onfortuinlijke Dementjeva onderging Myskina haar eerste grandslamtitel als een ijskonijn. Zelf was de sinds vandaag nummer drie van de wereld (was vijf) ook bijna bezweken onder de spanning, bekende ze na afloop. Haar opponente viel dan ook niets te verwijten. ,,Ik heb vooraf zelf ook zitten huilen in de kleedkamer, zo nerveus was ik.''

Myskina noch Dementjeva is gezegend met overdadig veel talent. Beiden beschikken over een solide slagenarsenaal, maar ook niet meer dan dat. Geen van beiden kan terugvallen op een swingende backhand á la Justine Henin of op het meedogenloze powertennis van de Williams-zusjes. Hun belangrijkste wapens zijn werklust en beroepsernst.

Met name de stugge Myskina is moeilijk te verslaan. ,,In trainingen won ik vroeger altijd van haar'', vertelde Dementjeva aan de vooravond van het duel met haar jeugdvriendin, met wie ze als zesjarige al samenspeelde bij het befaamde Spartak Moskou. ,,Maar zodra er wat op het spel stond, en soms was dat een pizza, dan won Anastasia.'' Zaterdag was de inzet aanzienlijk groter: 838.500 euro.

Beiden zijn kinderen van de perestrojka, die profiteerden van het feit dat tennis in 1988 (weer) een olympische sport werd en de Sovjet-autoriteiten, aangemoedigd door Jeltsin, ineens wel bereid waren geld te steken in het lang als elitaire `bourgeois-sport' afgeschilderde tennis. Hun finest hour beleefden Myskina en Dementjeva uitgerekend in Parijs, de stad waar Rusland in 1996 zijn allereerste grandslamkampioen mocht bejubelen: Jevgeni Kafelnikov.

Nu het tennispotentieel in Rusland is blootgelegd, is het de beurt aan die andere grote sportmacht uit het oosten: China. Ook daar geldt de sport niet langer als kapitalistisch uithangbord bij uitstek. Met de Olympische Spelen in eigen land (Peking 2008) op komst investeren de Chinezen momenteel volop in de ontwikkeling van het eigen tennistalent.

Het eerste succesje kwam in Parijs, toen de 20-jarige Zheng Jie als eerste Chinese ooit de vierde ronde van een grandslamtoernooi bereikte. Tot grote vreugde van de tennisbestuurders, die maar wat graag de Chinese miljardenmarkt willen exploiteren. Niemand die vreemd moet opkijken als over pak 'm beet tien jaar twee Chineses in de finale van Roland Garros staan.

    • Mark Hoogstad