Moord op Serviër schrikt Kosovo op

In Kosovo is zaterdag een Serviër vermoord, in een kennelijke poging het etnisch geweld in de regio opnieuw aan te wakkeren. Het was de eerste etnische moord sinds de rellen van maart, waarbij negentien doden vielen.

De Serviër, een zeventienjarige jongen, werd vanuit een langsrijdende auto doodgeschoten toen hij met een groep leeftijdgenoten bij een hamburgerkiosk in Gracanica stond. Gracanica, even ten zuiden van de hoofdstad Priština, is een van de Servische enclaves in Kosovo. De auto verdween, maar werd later opgespoord. Twee Kosovo-Albanezen zijn gearresteerd. De auto bleek met vervalste nummerborden te rijden.

De Serviërs van Gracanica demonstreerden gisteren bij de begrafenis tegen de vredesmacht KFOR, die de taak heeft hen in hun enclave te beschermen. KFOR heeft de controle de laatste tijd versoepeld. De betogers eisten dat de internationale gemeenschap een eind maakt aan wat ze noemden ,,de uitroeiing'' van de Serviërs. Ze eisten aparte, exclusief voor Serviërs bestemde wegen van en naar de Servische enclaves in Kosovo.

De leiders van de Serviërs in Kosovo en in Servië zelf namen de moord in Gracanica hoog op. De Kosovo-coördinator van de Servische regering, Nebojša Covic, noemde de moord ,,een boodschap aan [EU-buitenlandcoördinator] Javier Solana'', die vandaag in Priština wordt verwacht, en ,,een afscheidsboodschap aan Harri Holkeri.'' Holkeri, de VN-bestuurder van Kosovo, is bezig aan een afscheidstournee door Kosovo. Hij heeft onlangs ,,uit gezondheidsoverwegingen'' zijn ontslag ingediend als chef van het VN-bestuur in Kosovo. De reputatie van Holkeri heeft zeer geleden onder de rellen van maart, toen bleek dat van verzoening tussen beide bevolkingsgroepen in Kosovo geen sprake is en toen bovendien bleek dat noch KFOR, noch de VN-politie in staat is de minderheid van Serviërs tegen de Albanezen te verdedigen. Covic stelde gisteren nog eens dat ,,niemand de Serviërs beschermt''.

De leider van de Kosovo-Serviërs, parlementariër Oliver Ivanovic, verweet met name het VN-bestuur UNMIK en de vredesmacht KFOR nalatigheid, omdat zij ,,de controleposten op de toegangswegen tot de Servische regio's hebben afgeschaft en aldus extremisten toelaten zich vrij te bewegen''. De `Servische Nationale Raad', een door het VN-gezag niet erkende organisatie van lokale Servische leiders, liet weten dat de anti-Servische rellen in maart en de moord in Gracanica zijn georganiseerd door een groepering die zich ten doel stelt de Serviërs definitief uit Kosovo te verdrijven. De minister van Buitenlandse Zaken van de unie Servië-Montenegro, Vuk Draškovic, en de president van de unie, Svetozar Marovic, hebben gisteren, los van elkaar, brieven geschreven aan de secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, waarin ze de moord in Gracanica als aanleiding gebruikten voor de eis VN-resolutie 1244 – waarmee het VN-bestuur in Kosovo werd ingesteld – uit te voeren en de veiligheid van de Serviërs te garanderen.