Leider zonder opsmuk

De historische betekenis van Reagan ligt in zijn buitenlandse politiek, meent Arthur Schlesinger.

`De president van de Verenigde Staten'', schreef Henry Adams, ,,is een soort kapitein in volle zee. Hij moet houvast hebben aan een roer, een koers, een haven.'' Dát had Ronald Reagan intuïtief begrepen. Hij had the vision thing in overvloed – en verder helaas niet zo veel. Hij was geen analyticus, en de details beheerste hij niet. Maar hij schetste welsprekend, met een groot gevoel voor simplificatie en aanstekelijk optimisme, waarheen hij zijn land en de wereld ongeveer dacht te leiden.

Hij was niet kleingeestig, zoals Nixon, met zijn afkeer van zwarten, joden en links, en evenmin beschouwde hij zijn politieke opponenten als vijanden van de republiek. Hij straalde wellevendheid uit en accepteerde meningsverschillen soepeltjes als iets wat bij het politieke leven hoorde.

In binnenlandse aangelegenheden voer hij een heel bepaalde koers. Toen hij nog jonger was, en wie weet wijzer, stemde hij bij zijn eerste vier presidentsverkiezingen op Franklin D. Roosevelt, maar zijn eigen tijd als president wijdde hij aan het afbreken van het werk van FDR. Uitbreiding van de rol van de overheid was volgens hem de wortel van alle politieke en sociale kwaad.

Belastingverlaging was zijn voornaamste wapen. Die zou, zo meende hij, de economie stimuleren en daardoor zichzelf terugbetalen. Hij concentreerde zich op belastingverlaging voor de rijken, en rekende erop dat de voordelen uiteindelijk zouden doorsijpelen naar de armen. Volgens senator Moynihan was de belastingverlaging zo opgezet dat enorme tekorten werden gecreëerd, die sociale uitgaven onmogelijk maakten.

Uiteindelijk is het Reagan niet gelukt de logge overheid af te slanken: tijdens zijn twee ambtstermijnen is het aantal medewerkers van de federale oveheid toegenomen met 7 procent. De federale uitgaven zijn zelfs gegroeid ten opzichte van het nationaal product.

Reagan, die de begroting in evenwicht wilde brengen, veroorzaakte de grootste begrotingstekorten die Amerika ooit in vredestijd heeft gekend en hij verdrievoudigde de nationale schuld. Hij was een aanhanger van de sociale agenda van religieus rechts, maar wist het bidden op openbare scholen niet verplicht te krijgen, noch abortus of het verbranden van de vlag te verbieden. In de acht jaren van Reagan was de kloof tussen rijke en arme Amerikanen groter dan hij een halve eeuw was geweest.

Zijn historische daden lagen op het vlak van de buitenlandse politiek. Volgens Reagans aanhangers heeft zijn dure herbewapeningsprogramma de Sovjet-Unie ten val gebracht. Het zou kunnen, maar wat de Russen de das omdeed was toch vooral het communisme, dat in de loop van de tijd een economische, politieke en morele ramp was gebleken – precies wat de architecten van het beleid van vreedzame containment (indamming) een halve eeuw eerder hadden voorspeld.

En Reagans nalatenschap? In 1995 dacht Newt Gingrich met zijn `contract met Amerika' de Reagan-revolutie af te ronden. Het ging, mét Gingrich, roemloos ten onder. Vooral sinds 11 september lijkt de vurige afkeer van overheidsbemoeienis op zijn retour. Misschien was in de stroom van de Amerikaanse geschiedenis het reaganisme slechts een voorbijgaande episode. Maar Ronald Reagan zelf zal in de herinnering blijven als een man die fier, gekoesterd door de natie, de ondergaande zon van zijn leven tegemoet is gereden.

Arthur Schlesinger jr. was naaste medewerker van president Kennedy.

© Newsweek