Gouden medaille Fuchs

Rudi Fuchs, voormalig directeur van het Stedelijk Museum, had op zijn afscheidsfeestje graag excuses van de gemeente gehoord. Die kreeg hij niet, wel een onderscheiding.

De gemeente Amsterdam nam zaterdag eindelijk afscheid van Rudi Fuchs, oud-directeur van het Stedelijk Museum. In Stedelijk CS, het tijdelijke onderkomen van het museum, reikte burgemeester Job Cohen hem zaterdag de gouden museummedaille uit. Er waren talloze hooggeplaatste politici, kunstenaars, schrijvers en collega's naar de receptie gekomen om Fuchs te eren. Toch hield het feestje een wrange bijsmaak.

Fuchs, die sinds 1993 directeur van het Stedelijk was en vooral in de laatste jaren fel bekritiseerd werd vanwege zijn wisselvallige tentoonstellingsbeleid en zijn weinig daadkrachtige optreden bij de verbouwingsperikelen, legde zijn functie eind 2002 neer. In april 2003 stelde de gemeente zijn afscheidsfeestje uit omdat Fuchs betrokken zou zijn bij een frauduleuze invoer van vijf werken van Karel Appel. Die verdachtmaking was onjuist, zo bleek in november, toen het openbaar ministerie Fuchs ontsloeg van rechtsvervolging.

Cohen wilde zaterdag geen woorden vuil maken aan de affaire. ,,Door die zure appel hebben we heen gebeten'', zei hij. Wel gaf de burgemeester toe dat het 'Dossier Stedelijk' een schoolvoorbeeld was van hoe gemeente en museumdirectie niet met elkaar om horen te gaan. ,,Je bent niet iemand van het poldermodel'', zei Cohen tegen Fuchs. ,,En dat siert je. Aan de rol van directeur had je een hekel. Het gedoe met de uitbreiding lag je niet, dat hield je van je andere werk af.''

Voor dat 'andere werk', het verzamelen en tonen van kunst, kreeg Fuchs wel veel lof toegezwaaid. Cohen noemde Fuchs `de wichelroedeloper van de eigentijdse kunst', iemand die de ,,de bloemen aan de rand van het ravijn opzoekt''.

Als Fuchs na ellenlange toespraken eindelijk zelf het podium beklimt, klinkt er een luid applaus. Hij verwelkomt de vele internationale kunstenaars, onder wie Gilbert & George, Gunther Förg, Georg Herold en Luciano Fabro, en zegt dat hun aanwezigheid het grootste geschenk van de avond is. Excuses van de gemeente, die hij zo graag had gehoord, bleven uit. ,,Maar de woorden van de burgemeester gaven aan dat de gemeente niet alles goed gedaan had'', meent Fuchs. En hij besluit met een welgemeend advies aan de aanwezige wethouder van cultuur, Hannah Belliot: ,,U kunt de woorden van lof concretiseren door niet te morrelen aan het aankoopbudget van het Stedelijk Museum. Tenzij het te verhogen.''