Geen moeite met rol

Bij Reagan woog de presentatie van het beleid zwaarder dan het beleid zelf, meent J.H.Lubbers.

Ronald Reagan mag dan de geschiedenis in gaan als co-architect van nieuwe Oost-West-verhoudingen, het bijzondere van zijn presidentschap (1981-1989) ligt elders. Reagan is pionier geweest in de benutting van de televisie als politiek medium, met als gevolg een blijvende accentverlegging in het westerse democratische bestel. Bij Reagan woog de presentatie van het beleid zwaarder dan het beleid zelf. Hij probeerde de controversiële kanten van zijn beleid en zijn veelal gespannen relatie met het Congres te compenseren dan wel te neutraliseren door zich via de tv rechtstreeks tot de natie te richten. Ook als hij niet voor de camera stond of zat, deed hij alsof. Van acteur tot president geklommen, had Reagan met de rol van president geen moeite. Speelde hij de president, dan was hij het ook echt.

Dankzij de tv werd Reagan ondanks zijn middelmatige bestuurlijke vermogens een succes in de ogen van het publiek. Van James Bryce, Brits ambassadeur in Washington van 1907-1913, is het commentaar afkomstig dat de Amerikaanse kiezer, als hij zich over een kandidaat moet uitspreken, geen moeite heeft met middelmatigheid; geen behoefte heeft aan originaliteit of diepzinnigheid, noch ook aan verfijnde beschaving of hoge intelligentie.

Voor hem hoeft de man niet meer te bezitten dan gezond verstand, daadkracht en vooral een tikje magnetisme. Reagan ten voeten uit. Zoals James Reston mij eens zei, was Reagan populair bij de Amerikanen, omdat hij zo echt Amerikaans was: vriendelijk, oppervlakkig en slecht geïnformeerd. Maar charisma straalde van hem uit, samen met de eenvoudige boodschap die hij aan het Amerikaanse volk trachtte te brengen. Het typisch Amerikaanse geloof in een eigen uitzonderlijkheid was bij Reagan duidelijk aanwezig.

Teruggrijpend op filmthema's van de jaren '30 hield hij het kiezersvolk de klassieke waarden van de Amerikaanse samenleving voor: oude idealen; de hard werkende, eerlijke Amerikaan; het gezin als basis van de samenleving. Een weinig reële visie, maar welkom bij de kijkers.

Voor buitenlandse bezoekers van het Witte Huis werd het op die manier, hoe vriendelijk zij ook werden ontvangen, niet eenvoudig om met de president een conversatie van enige diepte te voeren. Diverse Nederlandse bewindslieden heb ik daarmee zien worstelen. In de gesprekken die ik zelf met Reagan heb gevoerd, beperkte zijn inbreng zich meestal tot een (blijkbaar) begrijpelijk glimlachen.

Reagans beleid was dus, zoals Cyrus Vance al in 1981 opmerkte, meer posture dan policy. Maar bij een groot deel van het Amerikaanse volk had hij er succes mee. Wijlen Thomas P. O'Neill Jr., Democraat, jaren lang voorzitter van het Huis van Afgevaardigden en daarmee de belangrijkste tegenspeler van de president, zegt in zijn memoires dat Reagan er als president niet veel van maakte, maar dat hij een prima koning (a hell of a king) had kunnen zijn.

Is een presentatie à la Reagan in een tijd waarin het tv-medium de publieke opinie is gaan beheersen, misschien precies wat het publiek – niet alleen het Amerikaanse – nodig heeft? Dat ook bij ons de uitstraling van een politicus belangrijker lijkt te zijn geworden dan wat hij inhoudelijk heeft te zeggen, is in een representatieve democratie misschien onvermijdelijk. Willen wij ook de consequentie aanvaarden, dat hier de beste mogelijkheid ligt om het democratische proces in leven te houden?

Dr. J.H. Lubbers is oud-ambassadeur.

    • J.H. Lubbers