De grote veranderaar

Ronald Reagan bezorgde een natie die overhoop lag met zichzelf weer zelfvertrouwen. Politiek, economisch, moreel en militair dreigde verval voor de Verenigde Staten.

De erfenis van Vietnam en de jaren zeventig hadden hun tol geëist. Het zwakke presidentschap van Jimmy Carter, dat zijn dieptepunt vond in de rampzalig aangepakte gijzeling van de Amerikaanse ambassade in Iran, maakte de weg vrij voor deze optimistische Republikein die erin slaagde de geschiedenis naar zijn hand te zetten. Hij had de tijd mee, want veel slechter kon het in menig opzicht niet gaan met Amerika. Reagan kon door een consequent doorgevoerde politiek veel goedmaken. Dat deed hij op zijn eigen onnavolgbare wijze. Zijn presidentschap markeert een periode van economische en politieke veranderingen. Michail Gorbatsjov, als leider van de Sovjet-Unie in die tijd zijn grote tegenspeler, had gelijk met zijn opmerking dit weekeinde dat Reagan de juiste man op de juiste plaats op het juiste moment was. Toen werd dat niet door iedereen onderkend, maar nu, met het voordeel van de terugblik, kan de conclusie slechts luiden dat Ronald Reagan een meester van de grote lijn was. Details waren aan hem niet besteed. Op sleutelmomenten wist hij daarentegen wat hij moest doen en daar worden leiders op beoordeeld: op hun vermogen om verder te kijken dan de waan van de dag en beslissingen te nemen – soms tegen de adviezen in – die een land en misschien zelfs de wereld voordeel opleveren. Reagan had zeker tekortkomingen, maar hij blonk uit in een paar simpele zaken: een onwankelbaar geloof in vrijheid en een onvoorwaardelijk vertrouwen in de kracht van het individu. Tijdens zijn presidentschap deed hij weinig anders dan hierop kapitaliseren, in variaties en afhankelijk van de gebeurtenissen – maar wel met grote stelselmatigheid.

In het belang van de vrijheid riep hij Gorbatsjov op om de Berlijnse Muur af te breken (,,...if you seek seek liberalization...tear down this wall''). De inzet van zijn gesprekken hierover was hoog. Restauratie van de Amerikaanse militaire kracht was de grondslag van de onderhandelingen met de Sovjet-Unie, door Reagan `het rijk van het kwaad' genoemd. Achteraf kan men concluderen dat deze toon en aanpak de enige juiste waren om het IJzeren Gordijn neer te halen. Nu lijkt het vanzelfsprekend; toen was het omstreden. Reagan heeft de kans gegrepen die Gorbatsjov bood. In eigen land prevaleerde het individu. Onder Reagan werd de rol van de overheid teruggedrongen. Vakbonden lustte hij rauw. Een van zijn eerste daden was het massaal ontslaan van stakende luchtverkeersleiders. In de jaren daarna had Reagan geen kind aan de ooit zo machtige bonden. Ook in die zin had hij veel gemeen met een politieke leider overzee die de tijdgeest goed aanvoelde: Margaret Thatcher, de conservatieve Britse premier in die jaren. Reagan is een van de weinige presidenten die een economische politiek naar zich vernoemd kregen. Zijn beleid van aanbodeconomie door belastingverlagingen en deregulering werd `Reaganomics' genoemd, een aanduiding die in Amerika de jaren overleefde en die ondanks de enorme begrotingstekorten die erdoor ontstonden, een positieve klank hield.

De tijd heeft Reagan zijn fouten (de schande van de Iran-Contra-affaire) goeddeels vergeven. Wat blijft is het besef van een man die het moment wist te pakken, Amerika op het goede spoor kreeg en de wereld een ander aanzien gaf.