D-day voor het laatst

Voor de meeste aanwezige veteranen van D-day was het gisteren de laatste herdenking in Normandië. De generatie van voornamelijk Amerikaanse en Britse helden die op 6 juni 1944 op hoop van zegen in een hagel van kogels, ontploffende bommen en mijnen het strand opstormden en overleefden, sterft langzaam uit. En zo verdwijnen de persoonlijke herinneringen aan de kolossale inspanningen die Amerika zich tijdens en na de oorlog heeft getroost voor de vrijheid en veiligheid van Europa. Opmerkelijk waren de lovende woorden voor D-day gisteren van de voor het eerst bij de herdenking aanwezige politieke leider van de indertijd overwonnen natie Duitsland, bondskanselier Schröder. Het blijft een prestatie dat Amerika het verslagen Duitsland niet heeft vernederd. Na een splitsing tijdens de Koude Oorlog die 44 jaar duurde is Duitsland als een van de grote democratieën in het Westen opgenomen. Dat is niet zo vanzelfsprekend als het achteraf lijkt.

Inmiddels is de westerse eensgezindheid afgebrokkeld bij ontstentenis van een gemeenschappelijke vijand. De roerende woorden en schouderklopjes maskeerden de grote onderlinge verdeeldheid van de voormalige bondgenoten tegen de Sovjet-Unie. De Franse gastheer, president Chirac, onderhandelt in de Veiligheidsraad van de VN over de voorwaarden voor de voortzetting van de Amerikaans-Britse bezetting van Irak, waar hij altijd tegen is geweest. Ook Duitsland hoort tot de critici van de bezetting. De kritiek maakt weinig indruk op Amerikanen omdat Duitsland en Frankrijk weinig actief hebben bijgedragen aan vrede in dat gebied. Maar nu de bezetting van Irak zo slecht verloopt, heeft Bush de steun van de kritische bondgenoten nodig. Dat neemt niet weg dat Europa snel zijn prominentie verliest in Washington. Amerikaanse politici concentreren zich op het Midden-Oosten en het snel groeiende Azië. De Amerikaanse regering overweegt twee complete landmachtdivisies en straaljagers terug te trekken uit Europa. Europa zou inmiddels ook volwassen genoeg moeten zijn om zijn eigen defensie zelf ter hand te nemen en niet op andere machten te rekenen. Ook in het verleden is Amerikaanse betrokkenheid bij Europa niet vanzelfsprekend geweest.

Om steun te krijgen voor de Amerikaanse inspanningen in Irak probeert president Bush de eensgezindheid ten tijde van D-day als voorbeeld te stellen. Die parallel gaat niet op. De bevrijding van Europa was populair, terwijl de bezetting van Irak steeds minder steun krijgt van de bevrijde Irakezen. De strijd tegen terrorisme lijkt in de verste verte niet op een conventionele oorlog met geüniformeerde soldaten aan twee kanten. Toch heeft D-day een les voor het heden. De invasie in Normandië met haar lange nasleep heeft laten zien dat Amerika na perioden van passiviteit en isolationisme tot grote prestaties in staat is. Amerika mag dan wel van karakter en bevolkingssamenstelling veranderen, het blijft de grootste westerse democratie die qua geestelijke waarden en vrijheid meer met Europa dan met andere continenten gemeenschappelijk heeft. Dat betekent dat Europa bij Amerika betrokken moet blijven. Als Amerika kritiek verdient, hoort daar een gul voordeel van de twijfel bij.