`D-day' in teken van verzoening

De zestigste verjaardag van D-day, de geallieerde landing in Normandië, stond gisteren door de deelname van Duitsland in het teken van verzoening.

In het open raam van haar keurig opgeruimde huisje in het Normandische Pont-Audemer neemt de 92-jarige Marie-Louise Deschamps geen blad voor de mond. ,,Nee, ik mag ze nog altijd niet, de Duitsers.''

Jacques Chirac, de Franse president, kon haar land gisteren nog zo hard `een broer' noemen van het huidige Duitsland, de krasse bejaarde Deschamps neemt de voormalige bezetter nog steeds kwalijk de postduiven van haar broer te hebben afgepakt. ,,Prachtige vogels waren het. Ze hebben mijn broer enkele dagen vastgehouden. Hij heeft er zijn leven lang een trauma aan overgehouden.''

Het kleine Pont-Audemer, een dorpje vol vakwerkhuizen, was zondagochtend, voorafgaand aan de grote internationale herdenking van D-day nabij het honderdtwintig kilometer verderop gelegen Arromanches, het toneel van een Frans-Nederlandse ceremonie. Die bestond eruit dat koningin Beatrix in gezelschap van de Franse premier Jean-Pierre Raffarin door de hoofdstraat naar het stadhuis liep. Daar legde zij in de tuin een krans bij het piepkleine monumentje dat herinnert aan de Nederlandse bijdrage, van de toenmalige Prinses Irene Brigade, aan de ontzetting van het stadje.

Er werd dit weekeinde een vijftiental van dergelijke bilaterale bijeenkomsten gehouden, met als hoogtepunten de Frans-Amerikaanse met de presidenten Bush en Chirac, ook gisterochtend, en de Frans-Duitse, waarmee de herdenkingsdag werd afgesloten.

Nooit eerder is D-day zo omvangrijk herdacht: in 1964, twintig jaar na dato, gaf de toenmalige Franse president Charles de Gaulle zelfs de voorkeur aan een herdenking van de landing, in augustus 1944, van de Franse troepen in de Provence. Dat was geheel in overeenstemming met zijn interpretatie van de geschiedenis: dat Frankrijk bevrijd was door het Franse leger en dat Parijs, ook in augustus, zelfs zomaar, pardoes, `zichzelf' had bevrijd.

Meer dan ooit tevoren ook stond de herdenking van `le Jour J', in het teken van verzoening. Dat kwam vooral door de deelname, voor de eerste keer, van Duitsland. Maar het had ook te maken met de actuele spanningen tussen gastland Frankrijk en de historische bevrijder Amerika naar aanleiding van de Irak-crisis.

Veel commentatoren verwachten dat dit de laatste grote herdenking van D-day is geweest. Over tien jaar zullen de meeste deelnemers aan de landingen zijn overleden.

[vervolg D-DAY: pagina 5]

D-DAY

'De geschiedenis herhaalt zich niet'

[vervolg van pagina 1]

Behalve dat koningin Beatrix bij in Pont-Audemer met haar fijnbehakte schoeisel halverwege haar tocht achter een kinderhoofdje bleef haken en bijna ten val kwam, kenmerkte de Nederlands-Franse herdenking van D-day zich door een volstrekt gebrek aan emotie. Een plaatselijke stiliste had in het stadhuis, ten behoeve van een eventuele vorstelijke retirade, een kamertje met een systeemplafonnetje met wat guirlandes en enkele Lodewijkstoeltjes omgebouwd tot een vertederend boudoirtje. Zelfs het tien jaar geleden nog omstreden aandeel van de Nederlanders aan hun bevrijding was nu aanleiding tot niet meer dan onverschillig schouderophalen.

Ook elders ontbrak de opwinding – maar dat was juist het opwindende. De Amerikaanse president en zijn Franse ambtgenoot Chirac verwezen op geen enkele manier naar de huidige spanning tussen hen beiden, of het zou moeten zijn dat de laatste zich zaterdagavond, na een diner met George W. Bush, liet ontvallen dat ,,de geschiedenis [zich] niet herhaalt''.

Daarmee onderstreepte Chirac voor de goede verstaander de Franse afwijzing van de parallel die Bush de afgelopen tijd bij herhaling hardop ontwaarde: tussen de morele noodzaak, destijds, om Hitler een halt toe te roepen en die om een einde te maken aan de tirannie van de Iraakse leider Saddam Hussein. De vergelijking is het Amerikaanse antwoord op het in Frankrijk in deze tijd van herdenking in zwang geraakte idee om `ja' tegen Amerika te zeggen, maar `nee' tegen Bush.

De afwezigheid van stekelige zinnetjes verhinderde niet dat de toespraken van vooral Chirac, drie in totaal, tegen de achtergrond van de geopolitieke situatie bol stonden van dubbelzinnigheden. Iedere loftuiting aan het adres van de moedige Amerikaanse bevrijders, iedere verwijzing naar de vriendschap tussen Frankrijk en Amerika ,,sinds altijd'' en ,,voor altijd'' en ieder betoon van Franse dankbaarheid jegens de Amerikanen werd gekleurd door de actualiteit. In die uitspraken resoneerde onvermijdelijk het Franse onuitgesproken `hadden we het niet gezegd?' ten aanzien van de chaos in Irak en het bittere, Amerikaanse `we staan er, zoals altijd, weer alleen voor'. De Amerikaanse-Franse schizofrenie werd zelfs niet geëvenaard door die van de aanwezigheid van bondskanselier Gerhard Schröder, vertegenwoordiger van het land dat zo glorieus verslagen werd, zestig jaar geleden.

De Fransen, als geen ander doorkneed in de diplomatie, hadden er gisteren zichtbaar voor gekozen de gespletenheid te smoren in het thema van de verzoening. De tweeëntwintig uitgenodigde staatshoofden en regeringsleiders van vijftien landen – met Italië als opvallende afwezige – werden gisteren onthaald op een groots, emotioneel, door Daniel Charpentier op bijna Hollywood-achtige wijze geregisseerd spektakel. Op de hermetisch afgesloten herdenkingsplaats voor het strand van Arromanches moesten de ongeveer zesduizend genodigden bijna anderhalf uur wachten tot een bus met hoge gasten, onder wie koningin Beatrix, arriveerde. Tien minuten later kwam de Britse koningin Elizabeth aan, nog weer tien minuten later arriveerde, temidden van een nerveuze stoet veiligheidsdiensten, de gepantserde stretchlimousine met president Bush.

Veertien veteranen uit evenzoveel landen, onder wie de Nederlander Rudolf Hemmes, werden door president Chirac onderscheiden met een ereteken van het Légion d'Honneur. Zij en een honderdveertigtal anderen, onder wie menigeen in rolstoel of met rollator, werden onthaald op een emotioneel en ovationeel applaus. De aanwezigen beseften zichtbaar, dat deze herdenking de laatste in haar soort zal zijn. Over tien jaar zal er menselijkerwijs gesproken bijna geen getuige meer zijn van D-day.

HOOFDARTIKEL: pagina 9