Cultuurraad: negeer rapport-Berenschot

De Raad voor Cultuur vindt het rapport-Berenschot over mogelijke bezuinigen op ondersteunende instellingen in de cultuursector onbruikbaar. De Raad adviseert staatssecretaris Van der Laan (Cultuur) dan ook om ,,de conclusies van het rapport-Berenschot met terughoudendheid te benaderen''.

Dit staat in een brief die de Raad vanmorgen heeft gestuurd aan Van der Laan. De Raad heeft in april advies uitgebracht over de subsidies aan culturele instellingen voor de periode 2005-2008. In dat advies was de Raad al voorbijgegaan aan een voorlopige versie van het rapport-Berenschot. In het definitieve rapport geeft Berenschot aan dat het rijk 5 tot 16 miljoen euro kan bezuinigen door het aantal ondersteunende kunstinstellingen terug te brengen van zestig naar twaalf.

Voor dit eind mei verschenen rapport heeft de Raad voor Cultuur weinig goede woorden over. Bij de analyse van de verschillende ondersteuningsfuncties ,,stelt de Raad vast dat het rapport een nogal hoog `tekentafelgehalte' heeft en dat er boude conclusies worden getrokken waarvoor de magere uitwerking van dit onderdeel onvoldoende overtuigende onderbouwing biedt'', schrijft voorzitter W. Sorgdrager in de brief.

De ,,theoretische kijk''van Berenschot leidt tot uitspraken over versnippering, een gebrek aan evenwicht, een onduidelijk onderscheid tussen verschillende taken en een onrechtvaardige balans in subsidies. ,,De Raad vindt deze benadering evenwel te kort schieten'', schrijft Sorgdrager. De Raad verkiest dan ook het eigen `maatwerk' waarbij elke subsidieaanvraag op de eigen merites is beoordeeld. Want, zo schrijft Sorgdrager aan Van der Laan: ,,De werkelijkheid van de cultuursector laat zich immers niet automatisch doeltreffend 'vangen' in een uniform theoretisch kader.''