Charme is ook iets

Mijn hart ligt er echt, het voelt als iets dat bij ons hoort. Mooie woorden van onze minister van Ontwikkelingssamenwerking Agnes van Ardenne, opgetekend bij haar terugkeer uit Suriname. Zulke mooie woorden hoor je zelden van ministers. Maar in de politiek moet je mooie woorden wantrouwen. Als je ze hoort, weet je dat er onheil dreigt. Journalisten hebben de zware taak de mooie woorden op te schrijven en tegelijk aan te geven waarom ze eigenlijk zo vals zijn.

Nederland staakt hulp Suriname, is dan ook de opening van NRC Handelsblad, afgelopen zaterdag (5 juni). Land niet arm genoeg, luidt de vlag bij deze kop.

Het is bijna een feestje waard, dit moet een mijlpaal zijn. Je staakt de hulp, omdat het land niet arm meer is, ergo: de hulp heeft gewerkt! Hoort u dat, geachte cynici, die er niet genoeg van krijgen ons te vertellen dat alle hulp aan arme landen weggegooid geld is?

Suriname is zó `niet arm genoeg', dat Nederland een relatie van gelijkwaardigheid wenst met Suriname. Ook dat is verheugend nieuws. Eindelijk twee zelfstandige naties, op voet van volledige gelijkwaardigheid, geen chantage, geen valse sentimenten – afgelopen zaterdag werd Suriname eindelijk onafhankelijk. Een land met een bevolking zo groot als Utrecht en nog wat randgemeenten, geheel gelijkwaardig, zoals Nederland

gelijkwaardig is aan Amerika.

Hoe komt het dat mensen ons blijven opzadelen met die illusies? In het dagelijks leven weten we wel beter. Als ik, met mijn 1,67 meter en 58 kilo, op straat een conflict krijg met een beer van 1,90 meter en 110 kilo, haal ik het niet in mijn hoofd om uit te gaan van de formele gelijkwaardigheid tussen alle burgers. Wilt u de parkeerplaats meneer, terwijl ik er langer stond? Neemt u de parkeerplaats maar, ik heb liever een andere parkeerplaats dan een bed op de intensive care.

Mevrouw van Ardenne maakt het nog ingewikkelder. Ze zegt dat ze een band met Suriname wil die zakelijk is én betrokken. Het eerste snap ik, alles is tegenwoordig zakelijk, wat betekent dat de gevoelens van de ander mij niks kunnen schelen. Maar dan krijg je het woord `betrokken'. Een betrekking is er, de betrekking zal nu zelfs worden beëindigd, mevrouw, u staakt toch de hulp? De relatie met Nederland wordt eindelijk als die met Kameroen.

Waar slaat de betrokkenheid dan op? U schept verwarring, begrijpt u dat? Het woord betrokkenheid is uit de tijd van Den Uyl en Pronk. Zij waren zo betrokken dat ze dat kleine landje aan de andere kant van de oceaan zijn gang lieten gaan, met alle staatsgrepen, moordpartijen en corrupte politici van dien. De betrokkenheid met Suriname is altijd een foute en valse betrokkenheid geweest. Zakelijk en betrokken, dat is als een scheiding van tafel en bed, en wie weet nog wat dat is?

Ondertussen, aan de andere kant van de oceaan, heeft men heel andere ideeën over de relatie Suriname-Nederland. Ik ben al vier jaar niet in Suriname geweest, maar ik luister gulzig naar de verhalen van vrienden die er met vakantie naar toe gaan, alsof er geen landen op de wereld bestaan met heuse stranden en aardige mensen. En al die verhalen hebben een

rode draad: ze zijn daar verbitterd over Nederland. Vier-, vijfhonderdduizend mensen die niet anders doen dan verbitterd zijn. Zoals mensen moeten ontbijten, zo moeten Surinamers bitter zijn.

Het ligt aan hun ongelooflijke bekrompenheid, aan hun eigen onvermogen om de boel op orde te krijgen, maar de Surinamers zijn vooral ook verbolgen over de Nederlandse betrokkenheid. Nederland heeft tegenover Suriname nooit een zuivere houding kunnen aannemen. Niets aan de Nederlandse houding tegenover Suriname is ooit zuiver geweest: die hele onafhankelijkheid, om mee te beginnen, was volksbedrog. Iedereen wist dat het idioot was dat kleine volkje de indruk te geven dat het zijn eigen boontjes kon doppen. Iedereen kende de trucjes van een handjevol Surinamers dat Nederland zo effectief een schuldgevoel kon aanpraten over kolonialisme en slavernij.

Zelfs de Surinamers kenden de trucjes, daarom zijn zovelen van hen hier, in Nederland. Door massaal weg te gaan, toonden ze aan geen fiducie te hebben in dat onafhankelijke land. Maar Nederland luisterde niet naar de grootste politieke partij van het land, en dat was de partij van de landverlaters.

Het is eigenlijk tamelijk gemeen om Suriname ,,niet arm genoeg'' te verklaren. Alsof armoede het criterium is voor onderlinge banden. Kameroen, mevrouw Van Ardenne, hoeveel hulp geven we aan Kameroen? En weet u waarom we niet zo actief zijn in Kameroen? Om twee redenen. De eerste is dat ze daar geen Nederlands spreken. Ze spreken er van alles, Engels, Frans, zelfs Duits, maar geen Nederlands. Met Kameroen kunnen we dus een broodnuchtere, zakelijke relatie hebben. Een hopeloze relatie, maar zaken hebben met hoop weinig te maken.

De tweede reden, mevrouw Van Ardenne, en dat ligt misschien in het verlengde van de eerste, is uw hart. Als u zou zeggen dat u in Yaounde uw hart heeft liggen, zou ik er niets van geloven. Als u zou zeggen dat u bij Kameroen een gevoel krijgt dat het iets is wat bij ons hoort, had ik u levenslang tbs zonder verlof toegewenst.

Maar u bent helemaal niet zwakzinnig of gestoord. Het overkomt iedere Nederlander die naar deze laatste rest Tropisch Nederland trekt. Het overkwam de meest wantrouwige en verbitterde Nederlanders die naar het land gingen. Het overkwam zelfs Willem Frederik Hermans toen hij op zijn verbitterdst was. Ik ken eigenlijk niet één Nederlander die niet viel voor de charme van dat Nederlands sprekende volkje daar in de rimboe.

Dat is wat u zegt, mevrouw Van Ardenne: als u Suriname zakelijk vergelijkt met andere ellende-landen, is Suriname lang niet ellendig genoeg. Maar het land heeft iets wat u niet kon ontkennen: charme. En charme is iets waard, gelooft u me maar. Ze hebben daar een grote mond en een overmaat aan verbolgenheid, omdat ze niet snappen waarom hun charme niet altijd werkt. U heeft die charme gezien, u heeft die charme erkend, maar u wilt er niet aan toegeven. Kom, kom, mevrouw Van Ardenne, volg gewoon uw hart.

ramdas@nrc.nl