Amerika's grote communicator

In Ronald Reagan herkende Amerika zichzelf. Zijn onverwoestbare optimisme was zijn belangrijkste politieke wapen. Hij gaf Amerikanen weer het gevoel dat ze leefden in het land van de onbeperkte mogelijkheden.

Ronald Reagan, die zaterdag op 93-jarige leeftijd overleed, was een van de populairste Amerikaanse presidenten van de vorige eeuw. Toen de voormalige filmster in 1981 zijn intrek nam in het Witte Huis was hij 69 jaar, ouder dan al zijn voorgangers. Maar ondanks zijn hoge leeftijd bezorgde hij Amerikanen een bijna vergeten gevoel van jeugdig optimisme. Hij overleefde blunders, schandalen en een hardnekkige twijfel aan zijn intellectuele capaciteiten. En toen hij Washington na acht jaar weer verliet was hij nog vrijwel even geliefd als bij zijn aankomst.

Reagans populariteit kreeg amper tien weken na zijn inauguratie al een haast mythische kwaliteit toen hij een moordaanslag overleefde. In Washington werd hij neergeschoten door een geestelijk gestoorde man en raakte ernstig gewond: een kogel had zijn long doorboord. Maar zijn gevoel voor humor liet hem niet in de steek. Toen hij het verschrikte gezicht van zijn vrouw Nancy zag grapte hij: ,,Schatje, ik vergat te bukken - Honey, I forgot to duck.'' Reagan kende zijn klassieken: het waren de woorden die de befaamde bokser Jack Dempsey in 1926 sprak nadat hij zijn kampioenstitel had verloren. Het publiek, dat beter op de hoogte werd gehouden van Reagans bon mots dan van de ernst van zijn medische toestand, vond het prachtig. Dat hij twee weken later alweer aan het werk was, of voor de camera's die indruk wekte, bezegelde zijn heldenstatus.

Als politicus is Reagan lang onderschat. Niet alleen Democraten maar ook Republikeinen, om nog maar te zwijgen van journalisten, intellectuelen en buitenlandse waarnemers, vonden het moeilijk om de voormalige filmster serieus te nemen. Zelfs toen hij in 1980 met grote meerderheid de zittende president Carter had verslagen, beschouwden velen Reagan nog als een in de politiek verdwaalde acteur.

Gemakshalve werd vaak over het hoofd gezien dat hij toen al acht jaar lang gouverneur was geweest van Californië, een staat die – zoals Reagan zelf vaak benadrukte – een grotere economie heeft dan de meeste landen ter wereld. Toen hij in Washington aankwam was hij een door de wol geverfd politicus. Al in 1968 had hij een gooi gedaan naar de Republikeinse nominatie voor het presidentschap, en in 1976 had hij de nominatie bijna weggekaapt voor de neus van de zittende president Gerald Ford.

De gebeurtenis waarmee Reagan respect afdwong als politiek leider vond vier maanden na de moordaanslag plaats. Zo'n twaalfduizend Amerikaanse luchtverkeersleiders gingen in staking om modernisering van de vliegvelden af te dwingen en vermindering van de werklast. Reagan had zelf een vakbondsverleden, hij was een van de oprichters, en van 1947 tot 1952 voorzitter, van de bond voor filmacteurs in Hollywood, de Screen Actors Guild. Maar de staking van de verkeersleiders noemde hij illegaal, dit kon de openbare veiligheid in gevaar brengen. Reagan dreigde de stakers te ontslaan als ze niet binnen 48 uur weer aan de slag gingen.

De bond van verkeersleiders, een van de weinige nationale vakbonden die hem tijdens zijn verkiezingscampagne hadden gesteund, schatte de president verkeerd in. Reagan hield voet bij stuk, ontsloeg de verkeersleiders en liet de controletorens bemannen door militairen. Niet alleen de staking was gebroken, de hele bond ging ten onder.

Dit daadkrachtige optreden maakte op het Amerikaanse publiek een diepe indruk. Het tijdperk van gebrek aan zelfvertrouwen is voorbij, had Reagan tijdens zijn inaugurale rede gezegd. En nu had hij laten zien wat dat betekende. Het vormde een scherp contrast met zijn Democratische voorganger Jimmy Carter, die gebukt ging onder een reputatie van fatale besluiteloosheid.

Het verschil tussen beide presidenten bleek al op de eerste dag van Reagans presidentschap. Carter had zijn hoop op een tweede termijn zien stranden op een hoge inflatie en een slepende gijzelingscrisis in Iran, waar een groep islamitische revolutionairen maandenlang 53 Amerikanen in gijzeling hield. Door zijn intensieve bemoeienis met alle details van de gijzelingszaak was Carter steeds meer vereenzelvigd met het onvermogen om een oplossing voor de crisis te vinden. Toen hij op de dag van de machtsoverdracht, in de vroege ochtend, eindelijk te horen kreeg dat de vrijlating van de gijzelaars ophanden was, belde hij Reagan om hem het heugelijk nieuws te vertellen. Maar een medewerker van Reagan vertelde Carter tot diens verbijstering dat de toekomstige president nog lag te slapen en niet gestoord mocht worden. De man die enkele uren later de leiding van het land zou overnemen, had nu eenmaal als uitgangspunt dat je niet heel hard hoeft te werken om een goede president te zijn.

Reagans ontspannen stijl van regeren heeft hem veel kritiek bezorgd. Hij zou lui zijn, zijn stukken niet lezen en niet meer dan een paar uur per dag werken. Bovendien zou zijn denkraam te beperkt zijn voor de complexe vraagstukken waar een Amerikaans president voortdurend mee geconfronteerd wordt. In de pers werd gesuggereerd dat het probleem niet zozeer was dat hij veel werk delegeerde aan zijn medewerkers, maar dat het de medewerkers (of zijn vrouw Nancy) waren die de touwtjes in handen hadden en die werk delegeerden aan hèm – en dan vooral activiteiten met een louter ceremonieel karakter.

Zeker is dat Reagan in belangrijke kwesties meer dan eens slecht van de feiten op de hoogte bleek. Tijdens kabinetsbesprekingen sukkelde hij af en toe in slaap. De post van kiezers las hij soms met meer aandacht dan de memoranda van zijn staf. En op een levendige intellectuele nieuwsgierigheid kon hij nooit worden betrapt. Reagan volgde zijn instincten, dacht in eenvoudige anekdotes en viel steeds terug op een klein aantal politieke en ideologische stelregels.

Maar wie geloofde dat hij dom was onderschatte hem. Een groot abstract denker was hij zeker niet, maar hij had wel een ander soort intelligentie, ,,een unieke verkopers-intelligentie'' in de woorden van Garry Wills, een van zijn biografen. Als geen ander kon Reagan zijn product aan de man brengen – zijn conservatieve visie, zijn beleid, en ook zichzelf.

Hij voelde zich niet alleen op zijn gemak voor de camera, hij voelde zich ook op zijn gemak met zijn politieke instincten, die keer op keer bleken aan te sluiten bij de overheersende publieke opinie in het land. Vaak is Reagan verweten dat hij dacht in slagzinnen, schrijft Wills, ,,maar de kunst is om voor elke gelegenheid de juiste zin uit te kiezen, de zin die het best de gevoelens, de verlangens en de idealen van het publiek aanspreekt''. En daarin was Reagan, The Great Communicator, een meester.

Reagans buitenlandse politiek stoelde op een fel en diepgevoeld anticommunisme. Ten tijde van de beruchte communistenjacht van senator McCarthy en de commissie voor on-Amerikaanse activiteiten was hij in Hollywood een geheime informant voor de FBI. Tijdens zijn presidentschap werd het einde van de Koude Oorlog ingeluid, en volgens zijn bewonderaars was dat aan Reagan te danken. Zijn ambitieuze bewapeningsprogramma en zijn harde opstelling tegenover de Sovjet-Unie zouden het communisme de nekslag hebben toegebracht. Beroemd is de oproep die hij in 1987 in Berlijn richtte tot Sovjet-leider Gorbatsjov. Staand voor de Brandenburger Tor, op de grens van Oost en West, sprak hij over de hervormingen die in de Sovjet-Unie in gang waren gezet. ,,Secretaris-generaal Gorbatsjov, als u uit bent op vrede, als u uit bent op voorspoed in de Sovjet-Unie en Oost-Europa, als u uit bent op liberalisatie: kom dan hier naar deze poort! Meneer Gorbatsjov, open deze poort! Meneer Gorbatsjov, tear down this wall - haal deze muur neer!''

Bij zijn aantreden had Reagan duidelijk gemaakt dat hij niets voelde voor een politiek van ontspanning, zoals Nixon en Carter die gevoerd hadden. De eerste jaren van Reagans presidentschap kenmerkten zich door een uitgesproken kilte in de Amerikaans-Russische betrekkingen. Zonder terughoudendheid noemde Reagan de Sovjet-Unie ,,een rijk van het kwaad''.

Voor alles moest voorkomen worden, aldus Reagan, dat de VS in militair en vooral nucleair opzicht bij de Sovjet-Unie achterop zouden raken. Een grootscheeps bewapeningsprogramma moest daarvoor zorgen. Dat zijn voorganger Carter al met die bewapeningswedloop was begonnen gaf Reagan niet graag toe.

Een belangrijk onderdeel van Reagans defensiebeleid was zijn zogeheten Strategic Defense Initiative (SDI), ook wel bekend als Star Wars, een plan voor een in de ruimte gebaseerd antiraketsysteem en voorloper van het huidige plan voor een rakettenschild. Het was een omstreden en kostbaar project. Jarenlang was het een obstakel in de betrekkingen met Moskou, omdat het de Amerikanen een beslissend strategisch overwicht over de Sovjet-Unie dreigde te geven. Het project stimuleerde hervormers in Moskou ontspanning met Washington na te streven.

Hoeveel krediet Reagan verdient voor het einde van de Koude Oorlog zal nog generaties historici bezighouden. Was Amerika onder Reagan aan het ,,slaapwandelen door de geschiedenis'', zoals een boek van journalist Haynes Johnson over de Reagan-jaren heet? Niemand zal ontkennen dat de Sovjet-Unie vooral zichzelf een aantal zware klappen had toegebracht. De ingrijpende hervormingen van Gorbatsjov zetten bovendien een proces in gang dat niet meer omkeerbaar bleek. Maar Reagan speelde het klaar om toch een stabiele gesprekspartner voor Gorbatsjov te zijn. De twee leiders sloten een aantal belangrijke ontwapeningsakkoorden, brachten meer ontspanning teweeg dan onder Nixon en Carter ooit mogelijk was geweest.

Zoals veel Amerikaanse politici had Reagan aanvankelijk geen grote belangstelling voor de internationale politiek. De Koude Oorlog bepaalde zijn blik en zijn beleid, en daarbinnen was weinig ruimte voor nuances. De dreigende groei van de communistische invloedssfeer in Midden-Amerika groeide haast uit tot een persoonlijke obsessie. Ondermijning of omverwerping van het sandinistische regime in Nicaragua werd een belangrijke doelstelling van zijn beleid, net als de strijd tegen de linkse opstandelingen in El Salvador. Tegen de uitdrukkelijke wil van het Congres mengde de CIA zich onder Reagan in de bloedige burgeroorlogen die, deels namens de VS, in Midden-Amerika werden uitgevochten.

Reagans beleid kenmerkte zich door een militaire benadering van de buitenlandse politiek. Het duidelijkst was dat bij de ,,preventieve interventie'' in Grenada in 1983. De Amerikaanse invasie van het Caraïbische eilandje maakte een eind aan het marxistische regime dat er aan de macht was. En bovendien drong het een drama naar de achtergrond dat Amerika's internationale aanzien een dag eerder zwaar had getroffen: de bomaanslag op een legerplaats van Amerikaanse vredestroepen in Beiroet, waarbij 241 mariniers om het leven kwamen. Met de staart tussen de benen trokken de Amerikanen zich terug uit Libanon.

Die vernederende aftocht had een andere president fataal kunnen worden, maar Reagan liet zich er niet door uit het veld slaan. Tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen van 1984 werd de tragische mislukking in Libanon ruimschoots overschaduwd door de gemakkelijke overwinning op Grenada. Reagan versloeg zijn uitdager Walter Mondale met recordcijfers.

Zijn onverwoestbare en aanstekelijke optimisme was Reagans belangrijkste politieke wapen. Zijn rotsvaste vertrouwen in de toekomst van Amerika stak scherp af bij de tobberigheid van Carter, die zijn landgenoten voorhield dat er grenzen aan de groei waren. Reagan daarentegen gaf Amerikanen het gevoel dat ze nog steeds in het land van de onbeperkte mogelijkheden woonden.

Toen hij aantrad hadden de Amerikanen een lange reeks van min of meer tragisch verlopen presidentschappen achter de rug: Kennedy was vermoord, Johnson was verstrikt geraakt in het debacle van de Vietnam-oorlog, Nixon moest aftreden door het Watergate-schandaal en Ford, die Nixon opvolgde zonder ooit gekozen te zijn, werd al na twee jaar door de kiezers afgedankt. Met Reagan hadden de Amerikanen voor het eerst weer een president die het ambt met zichtbare trots bekleedde. Hij sprak gloedvol over de belofte die Amerika al voor de pilgrim fathers had belichaamd, en verkondigde dat het opnieuw ,,ochtend in Amerika'' was. Zo droeg Reagan niet alleen bij aan een herstel van het Amerikaanse zelfvertrouwen, als oppepper van de nationale ziel en unieke grootvaderlijke charme verwierf hij zich bovendien een positie waarin blunders en schandalen hem gemakkelijk werden vergeven. Getergde Democraten noemden hem daarom wel de teflon-president, alsof hij een anti-aanbaklaag had die ervoor zorgde dat geen vuiltje hem bleef aankleven.

Binnen de Republikeinse partij hoorde Reagan onmiskenbaar tot de rechtervleugel. In de jaren veertig en vijftig, toen hij nog een Democraat was, schoof hij geleidelijk op naar rechts. En in 1962 stapte hij over naar de Republikeinen. Als president wist Reagan een brede coalitie te smeden waarin niet alleen Republikeinen van allerlei pluimage zich thuis voelden, van conservatieve christe nen uit het diepe zuiden tot vrijemarktdenkers van Wall Street, maar ook grote aantallen Democraten, de zogenoemde Reagan Democrats, die zich niet meer herkenden in de naar links afgedreven Democratische partij.

Reagan paarde uitgesproken conservatieve taal aan een beleid dat in veel gevallen gematigd was. Hij schaarde zich achter het verlangen van christelijk rechts voor een verbod op abortus, maar spande zich daar nauwelijks voor in. Hij ging veelvuldig te keer tegen de uitwassen van de bijstand, maar zijn beperking van de regeling was veel minder ingrijpend dan de strenge hervorming die de Democraat Bill Clinton in 1996 zou doorvoeren.

Verlaging van de belastingen en deregulering van de economie waren de programmapunten waar Reagan wél werk van maakte. ,,De overheid is niet de oplossing, maar het probleem'' was een stelregel waar hij als gouverneur van Californië al hoge ogen mee had gegooid. En dus moest het overheidsapparaat worden afgeslankt, de overheidsuitgaven moesten worden beperkt en de belastingen met 25 procent omlaag. Lagere belastingen zouden, volgens de theorie die Reagan had omarmd, leiden tot sterkere economische groei en daardoor toch weer tot hogere belastinginkomsten. Tijdens de voorverkiezingen in 1980 had Reagans rivaal George Bush sr. dit nog afgedaan als voodoo economics. Maar als vice-president en later president toonde Bush zich een brave volgeling van wat de geschiedenis zou ingaan als Reaganomics. Het beleid leverde torenhoge begrotingstekorten op en de VS werden het grootste schuldenland ter wereld. De economie herstelde zich spectaculair, maar de steun voor het grote bedrijfsleven sijpelde niet door naar de hele bevolking.

De politieke invloed van Reagan reikte verder dan de wetten die hij door het Congres loodste of het beleid dat hij voerde. Uit wat indertijd met een groot woord de Reagan Revolutie werd genoemd is een invloedrijke neoconservatieve beweging voortgekomen die – met denktanks, tijdschriften en een groeiend aantal vertegenwoordigers in het Congres – het Amerikaanse politieke denken diepgaand heeft beïnvloed. Reagan pleitte voor een kleinere overheid, lagere belastingen en verschuiving van de macht van Washington naar de deelstaten. Mededogen was geen zaak voor de staat. In zijn visie moest elk individu verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen leven, in plaats van zich te verlaten op de verzorgingsstaat. Het zijn stuk voor stuk ideeën die in de jaren negentig niet alleen door Newt Gingrich en de zijnen werden omarmd, maar ook door een brede laag van de bevolking en een groot deel van de politieke klasse. Ook George W. Bush bouwt erop voort.

Twee grote schandalen vormen blijvende smetten op Reagans blazoen. De spaarbankencrisis, bekend als het Savings and loan scandal, bracht catastrofale gevolgen aan het licht van de politiek van deregulering. De regels waaronder spaarbanken moesten opereren waren versoepeld en het toezicht op de instellingen was verslapt doordat de regering weigerde extra personeel aan te trekken (er moesten immers juist minder bureaucraten komen). Banken stortten zich met door de overheid gegarandeerde fondsen op leningen en investeringen met hoge risico's, talloze bankfunctionarissen verrijkten zichzelf onrechtmatig en toen de zaak in 1986 en 1987 in elkaar stortte, bleef de overheid zitten met honderden failliete spaarbanken. De volle omvang van de crisis werd pas duidelijk toen Reagan de macht al had overgedragen aan George Bush. De strop voor de belastingbetalers liep in de honderden miljarden. Het Congres trok in 1989 een bedrag van 166 miljard dollar uit voor de redding van de sector, maar de uiteindelijke kosten kunnen volgens economen nog oplopen tot meer dan 500 miljard.

Het Iran-Contra-schandaal wierp een ontluisterend licht op de manier waarop in het Witte Huis van Reagan buitenlandse politiek werd bedreven: tegelijk amateuristisch en in strijd met de wet en de wil van het Congres. Terwijl het officieel Amerikaans beleid was om niet met terroristen te onderhandelen over vrijlating van gijzelaars, bleken de VS – ondanks een internationaal wapenembargo – wapens aan Iran verkocht te hebben, in ruil voor Iraanse beloftes om de terroristische groep Hezbollah onder druk te zetten om Amerikaanse gijzelaars vrij te laten. De winst van deze operatie werd heimelijk aangewend als steun voor de Nicaraguaanse rebellen, de contra's, ook al had het Congres hulp aan de opstandelingen verboden.

Reagan heeft erkend dat hij van de wapenverkoop op de hoogte was, maar nooit is zwart op wit vastgesteld of hij ook wist van de illegale hulp aan de contra's en of hij er zijn goedkeuring aan had gegeven. Wel kwam vast te staan dat hoge functionarissen in het Witte Huis, zoals CIA-directeur William Casey, veiligheidsadviseur John Poindexter en diens assistent Oliver North, erop uit waren het Congres te misleiden.

Opiniepeilingen gaven aan dat Reagan het vertrouwen van het publiek door het schandaal had verspeeld. Maar in 1988, het laatste jaar van zijn presidentschap, won hij zijn populariteit toch weer terug. Alleen uit zijn politieke daden en ideeën kan dat niet verklaard worden.

Het geheim van Reagans populariteit was zijn hele persoonlijkheid, die zoveel Amerikanen vertrouwd voorkwam. Hij was herkenbaar als een gewone, hartelijke jongen, die was opgegroeid in middle America, in zijn geval in het plaatsje Dixon, in Illinois, als zoon van een zwaar drinkende, katholieke vader en een streng gelovige moeder. Hij was herkenbaar uit de meestal hartverwarmende rollen in zijn meer dan vijftig films (hij speelde nooit de bad guy, met één uitzondering waar hij later altijd spijt van had). Hij was herkenbaar in zijn provincialiteit, in zijn trots op Amerika, in zijn ongegeneerde moralisme en ook in zijn nostalgie naar een sterk geïdealiseerd verleden, waarin alles nog simpel en goed was.

In Reagan herkenden de Amerikanen hun herinneringen, hun cultuur en hun aspiraties. Met zijn hele geschiedenis en achtergrond - en daar hoorde ook Hollywood bij - stond hij voor Amerika zoals veel Amerikanen zich hun land graag voorstellen.

Contact maken met Amerika, dat is altijd Reagans vak geweest – voor de radio, op het witte doek, als woordvoerder van General Electric en natuurlijk als politicus. Een groot acteur was hij niet. Hoewel Reagan al snel aanzienlijk succes had, stond hij steeds in de schaduw van zijn (eerste) vrouw, de actrice Jane Wyman, van wie hij in 1949 scheidde. Zijn tweede vrouw, Nancy Davis, die eveneens actrice was, ontpopte zich tot een drijvende kracht achter zijn carrière. ,,Als Ronnie meteen met Nancy was getrouwd'', heeft de acteur James Stewart eens gezegd, ,,dan had hij een Oscar gewonnen, daar zou zij wel voor hebben gezorgd.''

In de Tweede Wereldoorlog diende Reagan in het leger, al hoefde hij Hollywood niet te verlaten. Door zijn slechte ogen was hij afgekeurd voor militaire dienst. In plaats daarvan maakte hij opleidings- en propagandafilms. Later zou hij over zijn oorlogsjaren spreken alsof hij daadwerkelijk aan de oorlog had deelgenomen. Aan de Israëlische premier Shamir vertelde hij eens hoe hij in Duitsland met zijn legereenheid kort na de bevrijding de concentratiekampen had gefilmd. Eén filmrol had hij thuis bewaard, om te kunnen tonen aan mensen die de Holocaust in twijfel trokken. Het verhaal was zo ontroerend dat Shamir het in een kabinetsvergadering navertelde. Maar het Witte Huis moest later erkennen dat Reagan tijdens de oorlog het land niet had verlaten.

Reagans sterke verhalen, zijn onvermogen of onwil om feit en fictie uit elkaar te houden, baarden commentatoren die zijn presidentschap volgden al vroeg zorgen. Hier was meer aan de hand dan de bij politici wel vaker voorkomende neiging om ten eigen bate de geschiedenis wat te verfraaien. The New Republic suggereerde in 1982 openlijk dat Reagan seniel was. Drie jaar later stelde The New York Times de kwestie aan de orde in een lang stuk met de titel ,,het verstand van de president''. Zijn stijl van denken was een probleem bij ingewikkelde kwesties, schreef de krant. Toen in 1986 het Iran-Contra-schandaal de kop opstak groeiden de zorgen over de mentale toestand van Reagan, die in toenemende mate vergeetachtig was en dikwijls een verdwaasde oudemannenblik in zijn ogen had. Bovendien werd zijn hardhorendheid erger. Het kostte The Great Communicator steeds meer moeite om te communiceren.

Toen zijn tweede ambtstermijn voorbij was trok Reagan zich terug in Californië. In 1994 maakte hij in een handgeschreven brief aan het Amerikaanse volk bekend dat hij leed aan de ziekte van Alzheimer, en dat hij zich volledig uit het openbare leven terugtrok.

    • Juurd Eijsvoogel