Zestig jaar later

De dag van de invasie verschilde in mijn buurt niet van andere oorlogsdagen. We gingen gewoon naar school, de tram reed nog. 's Avonds werd er naar de Engelse radio geluisterd. De Bosatlas erbij gepakt. Die was al veel gebruikt. Van dag tot dag werden de veranderingen in de fronten bijgehouden, in Noord-Afrika, Italië, op de Krim, in de OekraÏne. Ik ben van de generatie die weet waar Solloem, Mersa Matroe, Anzio, Rostow, Mosdok en Woronesj liggen. Nu moet je Falluja, Basra en Ramallah kunnen aanwijzen.

Op 6 juni 1944 werd de kaart van Frankrijk opengeslagen, met potlood de landingsplaatsen erin getekend. Bij Caen waren parachutisten geland. Dat was dat. Huiswerk maken. Om tien uur 's avonds draaide de Soldatensender Beograd Lili Marlene en als er niet teveel storingen waren op de korte golf – dinsdagavond geloof ik – Eddy Condon's Jazz Concert. Stoorzenders: ook lang niet aan gedacht. Met een hoogtonig oei-oei-oei-oei verpestten ze wat je wilde horen. Dat werd weggedrukt, hoewel niet helemaal. Achter het stoorgeluid was iemand aan het praten, maar onverstaanbaar geworden. Je bleef luisteren, hopend iets begrijpelijks te kunnen onderscheiden. Altijd vergeefs. Nu proberen anonieme ellendelingen een virus in je computer te stoppen. Aan zoiets moeten we denken.

Als de oorlog niet om de hoek of voor je deur woedt of bij je binnenkomt, verschillen de dagen niet opmerkelijk van elkaar. De mensen worden door de veranderingen beslopen terwijl ze hun best doen het leven zo normaal mogelijk te houden. De krant kwam ook nog gewoon in de bus. Nu, zestig jaar later, vraag ik me af of op de dag van de Invasie ons uitzicht op de oorlog wezenlijk veranderde. Ik denk het wel. Het begin van het einde enzovoorts. Meer hoop. We begonnen ons pas ongerust te maken toen na een week, of twee weken misschien, de Geallieerden nog steeds in hun bruggenhoofden zaten opgesloten. De Invasie was pas geslaagd na de doorbraak bij Arromanche, en toen was er geen houden meer aan. Over drie maanden is Dolle Dinsdag zestig jaar geleden. Hebben we er iets aan gedaan toen het vijftig jaar geleden was? Nee. Dolle Dinsdag had voor Nederland het vervolg op de invasie moeten worden, de definitieve doorbraak, maar het werd de dag waarop niets gebeurde van wat er verwacht werd. Dat is geen dag om te herdenken.

Morgen worden er weer stevige toespraken gehouden. Dat moet. Je kunt zoveel regeringsleiders niet op de plaats van de historische handeling bij elkaar laten komen en ze dan hun mond laten houden. En de tijden zijn er weer naar. Ik ben trouwens tegen het afschaffen of het moderniseren van plechtigheden. Als je zo'n gebeurtenis `eigentijds' maakt, haal je de kern, het wezen eruit. Simon Carmiggelt heeft een stukje geschreven over de mannen die op de avond van vier mei op de Waalsdorpervlakte de erewacht vormen, ieder jaar zichtbaar ouder, sommigen ook dikker, de overall past niet meer, steeds minder mensen weten wat een stengun is, enz. Ja, dat is aandoenlijk. Maar je moet weten wat er in hun hoofden om gaat

Voor het eerst is er in Frankrijk een Duitse regeringsleider bij. Wat denkt Gerhard Schröder straks? Zal hij zich in de stilte onder zijn hersenpan proberen voor te stellen wat een Duitse soldaat beving toen die op de grauwe vroege ochtend aan de horizon de Invasievloot zag verschijnen? Zullen Tony Blair en George W.Bush zich verdiepen in de gemoedstoestand van een gewone soldaat, de laatste seconden voor de klep van het landingsvaartuig openging? Zullen ze proberen zich het enorme lawaai voor te stellen van alles om zich heen, de oranje flitsen uit de vuurmonden die ze op zich gericht zagen? Zal het helpen? Wat, wie zal het helpen?

De film Saving Private Ryan is een groot succes geweest. Dat is niet zozeer te danken aan het verhaal dat de film bijelkaar houdt, als wel aan het eerste kwartier waarin uitsluitend de landing wordt gereconstrueerd. Als je dit deel hebt gezien, weet je dan beter `hoe het werkelijk was'? Ik betwijfel het. De werkelijkheid bestaat alleen op het ogenblik zelf. Er zou een techniek moeten worden uitgevonden – dat komt nog wel, en het idee is al uitgewerkt door Aldous Huxley, in Brave New World – waardoor je voorstellingen van de werkelijkheid kunt maken die niet meer van de echte werkelijkheid te onderscheiden zijn. Om te beginnen, bijvoorbeeld, de reconstructie van een gewone dag in de oorlog, zoals die door een gewone burger wordt geleefd en beleefd. Dan krijg je er misschien een beetje idee van.

Op 6 juni denk ik altijd even aan Hans Levi, een vriendje uit de buurt. Met zijn familie was hij op het nippertje aan de jodenvervolging ontkomen. Veilig hadden ze Engeland bereikt. Een paar dagen na de Bevrijding werd er gebeld. Daar stond Hans op de stoep, in uniform, met het Invasiekoord, een oranje en donkerblauwe tres. Hij had de terugreis via Normandië gemaakt. En ja, de hele familie maakte het goed, en wij ook. Toen vroeg hij: ,,Hebben jullie nog drop?'' In Engeland hadden ze alleen Engelse drop, die niet te eten was. Nee, in de Hongerwinter was ook alle drop opgegeten.

Ik heb het verhaal al eens verteld. Nu, bij de zestigste verjaardag van de Invasie voor de laatste keer.