Wetenschap VS dreigt koppositie te verliezen

De Verenigde Staten beginnen hun dominante positie in de wetenschappelijke wereld te verliezen. Dat is de conclusie van de National Science Board in haar twee-jaarlijkse toekomstverwachting. De investeringen in onderzoek en ontwikkeling zijn weliswaar hoger dan ooit en de VS zijn nog altijd de grootste producent van high-tech producten, maar de concurrentie zit niet stil: met name landen als Zuid-Korea en China tonen zich meer en meer een exporteur van kennis. Daarbij zijn de VS op gebieden als de natuurkunde hun leidende positie kwijtgeraakt waar het gaat om aantallen gepubliceerde artikelen, en gaan ook Nobelprijzen al lang niet meer uitsluitend naar Amerikanen, iets wat in de periode tussen 1960 en 1990 wél het geval was. Het ziet er helemaal niet naar uit dat deze neerwaartse trends op afzienbare termijn kunnen worden omgebogen, omdat er een groot tekort dreigt aan jonge mensen met een wetenschappelijke opleiding. De gemiddelde leeftijd van werknemers op het gebied van wetenschap en technologie is al hoog zodat een pensioengolf dreigt, terwijl de aanwas te wensen overlaat: de VS nemen mondiaal een schamele zeventiende plaats in als het gaat om het percentage jongeren tussen 18 en 24 dat een natuurwetenschappelijke studie doet.

In de afgelopen tientallen jaren waren het vooral hooggeschoolden uit het buitenland die de Amerikaanse high-tech industrie draaiende hielden. Ook aan de universiteiten waren het tot voor kort buitenlandse studenten die een groot deel van de verleende diploma's voor hun rekening namen. Maar de groei van de welvaart en de daarmee samenhangende toename in investeringen in wetenschappelijk onderzoek maken het voor studenten in China of Zuid-Korea tegenwoordig net zo aantrekkelijk om in eigen land een opleiding te volgen en werk te zoeken. Geen wonder dus dat het aantal verstrekte Amerikaanse visa aan buitenlandse studenten sinds het eind van de jaren negentig drastisch is gedaald, een tendens die nog eens werd versterkt na 11 september.