We zijn godzijdank niet katholiek

Praag is een van de mooiste en meest ongeschonden hoofdsteden van Oost-Europa. De Tsjechen zijn een vreedzaam en volgzaam volk. Maar na de dissident Havel huist nu de harde euroscepticus Klaus als president op de burcht. Beeldend kunstenaar David Cerny maakt zich zorgen over de restauratie.

'Ik hoop dat de Europese Unie het tij kan keren.'

Het staat nog altijd FIer op het Wenceslasplein, het beroemde ruiterstandbeeld van de heilige Wenceslas, een van de eerste koningen van Tsjechië, die in 929 door zijn broer Boleslav werd vermoord. Wenceslas is de schutspatroon van het land. Vanaf zijn sokkel heeft de oude vorst heel wat aan zich voorbij zien trekken. In 1919 werd hier de eerste Tsjechoslowaakse republiek uitgeroepen. In 1968 denderden de sovjettanks aan hem voorbij. In 1969 verbrandde de jonge student Jan Palach zich hier uit protest tegen de Russische invasie. In 1989 luidden de Tsjechen er met massale demonstraties hun Fluwelen Revolutie in.

Maar één straat verderop, in de passage van bioscoop Lucerna, hangt een kopie van hetzelfde paard ondersteboven aan zijn benen, met Wenceslas op zijn buik. De Tsjechen met hun milde zelfspot weten een blasfemische grap over hun nationale held kennelijk wel te waarderen, al hebben, naar verluidt, boze skinheads de lange tong van het paard afgebroken.

Het hangende standbeeld is gemaakt door de Tsjechische kunstenaar David Cerny (36), die in de stad wel meer grappen heeft uitgehaald. Zo liet hij ter gelegenheid van Praag Culturele Hoofdstad van Europa een serie zwarte buitenaardse baby'tjes omhoogkruipen tegen een vroegere stoorzender, die nu dienst doet als televisietoren. Ze zijn nog steeds te bezichtigen. En hij schilderde de resten van de tank roze, die volgens de sovjetmythologie Praag van de Duitsers had bevrijd. Een plan om een gigantische masturberende Hercules op het dak van het Nationaal Museum te plaatsen, was de museumdirectie te gortig. Maar iedereen in Praag kent David Cerny, ook door zijn maandelijkse tv-programma over kunst, Artoza, waarvoor hij onlangs zelfs naar Bagdad reisde.

Artistiek milieu

David Cerny werd in 1967 geboren, een half jaar voor de sovjettanks Praag binnenrolden om de Praagse Lente van Aleksandr Dubcek de kop in te slaan. 'Op een dag werden mijn ouders wakker en zagen zij de loop van een tank op drie meter van hun raam. Dat was nogal een schok.' Cerny komt uit een artistiek milieu. Zijn moeder was restauratrice bij het Nationaal Museum, en zijn vader? 'Ik zou zeggen: hij wás ooit kunstschilder. Hij heeft er eigenlijk de brui aan gegeven en verdiende zijn geld met toegepast graFIsch werk. Toen ik geboren werd, zat mijn moeder in het tweede jaar van de Academie voor Schone Kunsten en daar ben ik dus zo ongeveer opgegroeid. Mijn ouders namen me steeds mee naar vernissages en stuurden me naar tekenles en zo. Ze hoopten dat ik kunstenaar zou worden. Maar ik haatte het. Ik trok meer naar de techniek.'

David wilde al vroeg niet deugen. Op de lagere school had hij al trammelant. 'Ik had mijn ene schoen blauw met witte sterren geschilderd en de andere rood met witte strepen. Samen vormden ze de Amerikaanse vlag. De leraar vond het een provocatie. Ik moet een jaar of tien geweest zijn.' Zoals de meeste Tsjechen waren Davids ouders kritisch over het communistische bewind, maar verzet boden ze niet. 'Ik herinner me dat er op het plein waar we woonden een Leninstandbeeld werd neergezet. Mijn vaders commentaar was dat ze er beter een nieuw stoplicht hadden kunnen neerzetten in plaats van deze shit. Ik vertelde dat nietsvermoedend door op de kleuterschool en toen kreeg mijn vader een telefoontje dat hij dit soort dingen niet meer moest zeggen waar ik bij was. Zo werkte het.'

Er was in Davids leven een reeks van dit soort kleine incidenten. Echt serieus werd het niet. Zo is hij op de lagere school weleens tegen de lamp gelopen, omdat hij westerse platen draaide die zijn gevluchte oom uit het buitenland had opgestuurd. Eigenlijk voelde je al heel vroeg aan dat het systeem niet deugde, vertelt Cerny. Op school waren er docenten die met een selecte groep leerlingen heel openlijk over de politieke situatie spraken. 'Ik herinner me een geweldige geschiedenislerares die de helft van de les aan onze tafeltjes kwam zitten om uit te leggen hoe de vork in de steel zat. De anderen waren communistische klootzakken.'

Op de middelbare school was Cerny geobsedeerd door technische bouwsels, door allerlei vliegmechanismen. 'Mijn ouders hadden de hoop al opgegeven dat ik kunstenaar zou worden. Maar opeens begonnen al die draden me vreselijk te irriteren. Ik besloot toelatingsexamen te doen voor de afdeling design van de Academie voor toegepaste kunst. Dat was de minst politieke afdeling. Koos je bijvoorbeeld voor beeldhouwen, dan wist je zeker dat je vroeg of laat politieke problemen zou krijgen. De eerste opdracht die ik daar kreeg was: maak een souvenir van Praag. Iedereen ontwierp van die bullshit van glas (heel Praag is inmiddels vergeven van de souvenirwinkels met Boheems glasblaaswerk - ls). Ik maakte zo'n Russische matrjosjka - zo'n popje in een popje in een popje - maar dan in de vorm van panelaks, de communistische ¦atgebouwen, met daarin opgeborgen kleine kopietjes van het Praagse kasteel en het Nationaal Museum op het Wenceslasplein, dat in 1968 beschoten is door de sovjettanks. Mijn professor was woest, hij ontplofte zowat. Maar het was al 1988, er waren politieke demonstraties aan de gang en de sfeer was niet meer zo dreigend. In de lente van 1989 openden we de eerste onafhankelijke galerie in Praag. Omdat de geheime politie mijn paspoort na een arrestatie op een dissidentenfeestje in beslag had genomen, ging ik leren hanggliden. Ik dacht: als ze me er niet uitlaten, vlieg ik gewoon de grens over.'

Het duurde lang voordat Cerny begon te geloven dat het regime op zijn laatste benen liep. In 1989 ging hij met een groep medestudenten naar een tentoonstelling van Max Ernst in Dresden. Het was in de dagen dat Oost-Duitse jongeren via de West-Duitse ambassade in Praag massaal naar het westen begonnen te ontsnappen. 'Toen wij terugreden naar Praag, zat de trein vol met jonge Duitsers met kussens en teddyberen en alles wat je nodig hebt om te overleven. Wij zaten lol te trappen en op onze vraag wat ze in Tsjechoslowakije gingen doen, zeiden ze: o, we gaan het mooie Praag bekijken. Wij zeiden plagend: we zullen jullie de ambassade wel wijzen. Ze dachten dat wij Tsjechische provocateurs waren. Op het moment dat we de grens passeerden, zuchtten wij terneergeslagen: o, fuck! Maar die Duitsers explodeerden van blijdschap.' Cerny bleef pessimistisch. 'Elke tweede Tsjech haatte het regime, maar ik kon niet geloven dat er genoeg woede was om het bewind omver te werpen.'

Dat het systeem op zijn einde liep, drong pas echt tot hem door op 17 november 1989. Wat begon als de jaarlijkse ofFIciële demonstratie van de socialistische jeugdbeweging, ter herdenking van de student Jan Opletal die door de nazi's was gedood, eindigde in een pandemonium. 'Normaal gesproken zouden wij nooit aan zo'n demonstratie meedoen, maar iedereen wist dat dit het cruciale moment was. We ontvouwden spandoeken met leuzen als 'Wij willen vrijheid'. De demonstratie groeide maar aan. In Narodnystraat werden we van twee kanten ingesloten door een politiekordon. Daar woonde een klasgenoot van me en via zijn huis wist ik over het dak te ontsnappen.'

Heel goed herinnert Cerny zich het moment dat hij voor het eerst dacht: dit is een ander land. 'Dat was toen Václav Havel op de burcht zijn eerste nieuwjaarstoespraak hield als president van Tsjechoslowakije. Hij zei: ”Beste landgenoten. Jarenlang heeft u bij deze gelegenheid van de president te horen gekregen hoe goed het met ons land ging, hoe alles groeide en bloeide. Welnu, ik zeg u: dit land bloeit niet!” Dat was een prachtig moment.'

Soldaat Schwejk

Hoe zit dat toch met die Tsjechische mentaliteit? Het lijkt een en al zachtaardigheid. Soldaat Schwejk, de Praagse Lente, socialisme met een menselijk gezicht, de Fluwelen Revolutie en in 1993 ook nog de Fluwelen Scheiding, waarbij Tsjechië en Slowakije zonder bloedvergieten uiteengingen. 'Ach, als je het vergelijkt met de Joegoslavische mentaliteit is de onze zo gek nog niet. Maar vergelijk je ons met de opstandige Polen... Dit land is zo vaak vertrapt en geslagen dat hier een gebrek aan assertiviteit heerst. We zijn collaborateurs, maar we hebben één pluspunt: we zijn in ieder geval niet katholiek. De Tsjechen zijn waarschijnlijk het minst gelovige volk van Oost-Europa. Dat dateert al van de veertiende-eeuwse rebel Jan Hus. Sinds de hussieten zijn wij hier zeer anti-rooms. Dat heeft niets met het communisme te maken: de Slowaken waren ook communistisch, maar die zijn net zo katholiek als de Polen.'

Dat Tsjechoslowakije is uiteengevallen, komt volgens Cerny door de Slowaken. 'De Tsjechen kon het eigenlijk niks schelen. Er waren hier geen speciale emoties over. In Tsjechië spreekt een kind van 7 jaar geen Slowaaks, terwijl alle Slowaken wel Tsjechisch kunnen. Iedereen daar kijkt naar de Tsjechische tv. Ik was laatst in Bratislava en heb tot een uur of 5 in de morgen zitten discussiëren met een hele slimme, hele rijke jongen die maar bleef volhouden dat het uiteenvallen heel goed is geweest voor de Slowaakse natie. Het is, denk ik, een soort minderwaardigheidscomplex. De Slowaken wilden bewijzen dat ze op eigen benen konden staan. Voor de Slowaakse premier Meciar was dat in 1993 heel belangrijk: hij wilde zelf de macht. Dat is nu met onze nieuwe president Václav Klaus precies hetzelfde. Hij voert een openlijke eurosceptische campagne, omdat hij bang is zijn macht weer aan Brussel kwijt te raken.'

Sinds een jaar nu zetelt de vroegere premier Václav Klaus als president van Tsjechië op de burcht, waar zijn voorganger Václav Havel ooit binnentrad op gympen, met popmusici en FIlosofen in zijn kielzog. Het contrast kon niet groter zijn. Havel, de ex-dissident, toneelschrijver, romanticus, essayist en onvermoeibaar strijder voor de mensenrechten, staat al jarenlang lijnrecht tegenover de harde, pragmatische Klaus met zijn shocktherapie, die al in 1994 triomfantelijk meldde dat de overgang naar het kapitalisme in Tsjechië was voltooid. Onmiddellijk daarop volgde een zware recessie. Op de vraag wat er in Tsjechië de laatste jaren veranderd is, zegt Cerny: 'We hebben nu Klaus als president!'

Na onder bulderend gelach de felicitaties in ontvangst te hebben genomen, zegt hij, ernstig nu weer: 'In Havels tijd hadden we in elk geval een paar jaar een president met prestige. Hij sprak tenminste de waarheid. Havel heeft de laatste jaren wel aan populariteit ingeboet, maar tot het einde toe had 60 procent van de bevolking vertrouwen in hem. Hij had nooit met die Dagmar moeten trouwen (Havels eerste vrouw Olga stierf in 1996 aan kanker - ls), maar alla. Nu hebben we een asshole als president.'

Eén groot feest

Cerny kijkt al bijna met nostalgie terug op de eerste jaren na de omwenteling. 'Het leven was één groot feest. De eerste drie, vier jaar hadden we het idee dat we in absolute vrijheid leefden. Het was net Holland: we konden blowen wat we wilden en de politie was bang om iets te doen. Ik heb Jan Ruml (ex-dissident en destijds minister van Binnenlandse Zaken - ls) daar nog weleens op aangesproken, maar hij wilde niet toegeven dat de politie in die jaren onder zijn bewind gewoon geen poot uitstak. Maar op een gegeven moment heeft iemand kennelijk gezegd: het feestje is voorbij, nu nemen we de macht weer in handen.'

Cerny's blijheid over de vrijheid van die eerste jaren is begrijpelijk, maar het is een nogal oppervlakkige interpretatie van een democratische maatschappij. Democratie betekent niet dat de politie bang is voor de burgers. 'Okay, maar zie het zo: vier jaar lang hadden we politieagenten als Engelse bobby's gehad, ze vielen je niet lastig om niks, ze sloegen je niet meer in elkaar. Maar op een gegeven moment was het voorbij. In 1996, na een nacht doorzakken, wilden we naar de uitkijktoren op de Petrin-heuvel klimmen. We moesten over een paar muren heen en door een paar tuinen. De politie arresteerde ons en op het bureau werd ik met handboeien vastgeklonken aan de verwarming en in elkaar geslagen. Ik had twee gebroken ribben. We waren weer terug naar de normale situatie: ze waren weer gemeen geworden.'

Wat vind Cerny van het politieke systeem? Is Tsjechië een democratie? 'Ik zou zeggen, het is een democratischer land dan Irak. Maar vergis je niet: de aanhang van de communisten in het parlement groeit. Ze kunnen nu rekenen op 23 procent van de kiezers en ze zijn de op een na machtigste partij. Die gedachte maakt me gek. Ik ben niet bang voor ze, maar ik vind dat ze verboden zouden moeten worden. Klaus is mede door hun steun tot president gekozen (de Tsjechische president wordt gekozen door het parlement - ls). Zijn populariteit is gestegen tot bijna 80 procent! Klaus is een populist, een bijna ziekelijke egomaan. Hij heeft geen enkel schaamtegevoel en liegt aan één stuk door. Omdat in dit land iedereen altijd alles meent te weten, meen ik ook uit vertrouwelijke bron te weten dat er voor zijn verkiezing gewoon betaald is.'

Wat is de communistische erfenis van Tsjechië? 'Geestelijk vuil. De behoefte te liegen en te stelen. En hypocrisie, hoewel de commerciële huichelarij die ik in Amerika ben tegengekomen, misschien nog wel erger is. Ik ben blij dat ik het communisme nog heb meegemaakt, zodat ik weet hoe het was. In 1994 was ik op een uitwisselingsprogramma van het Whitney Museum of American Art. We zaten daar op een gegeven moment bijna bóvenop Broadway te luisteren naar allerlei marxistisch geleuter. Ik zei: luister, die theorieën zijn prachtig, maar in de praktijk wérken ze niet! Moest ik daar mensen uit Seattle en Californië uitleggen wat het communisme inhield!'

Hier heerst nog angst

Maar in Tsjechië groeit nu toch een generatie op die niets meer met het communisme te maken heeft gehad, ze hebben een andere mentaliteit. 'Dat denk je maar, maar hun ouders en grootouders hebben hun die slechte gewoonten, dat vuil, die verziekte manier van denken overgedragen. Het zal lang duren voordat dat verdwenen is.'

Maar conformisme vind je overal, ook in Nederland. 'O nee, dat is absoluut niet te vergelijken. Hier heerst nog angst. Mensen zijn altijd bang dat ze ergens 'problemen' mee krijgen. Toen ik die tank roze wilde schilderen, riep iedereen: daar krijg je problemen mee!'

Cerny troont me mee naar zijn computer en laat een ontwerp zien dat hij maakte in opdracht van de metro van Praag. 'Ze vroegen me om een bovengrondse metropijp te versieren. Ik maakte er een soort knoop in en noemde het 'de verstopping'. Die opdrachtgever schrok zich dood. Hij bleef maar roepen: problemen, problemen. Je zou eens kunnen denken dat dit object een toespeling is op een terroristische aanslag. En die man is maar een paar jaar ouder dan ik.'

De Tsjechische eurosceptici zitten vooral bij de ods (de Burger-Democratische Oppositie, de partij van Klaus) en bij de communisten. Maar 77 procent van de Tsjechen heeft vorig jaar voor Europa gestemd bij het referendum. 'De helft heeft natuurlijk ja gezegd, omdat ze af willen van de invoerrechten voor tweedehands auto's of om andere praktische redenen.' Cerny maakt zich zorgen over de Tsjechische democratie. 'Ik hoop dat de Europese Unie het tij kan keren. Maar als je naar de Franse president Chirac en naar Berlusconi kijkt, heb je niet de indruk dat de politiek in West-Europa nu zo clean is... Toch is de eu mijn laatste hoop dat er iets gaat veranderen in de politieke cultuur. Als je steekpenningen aanneemt, moet je je baan verliezen. Dat hoort de normale situatie te zijn in Europa. Politiek is belangrijk. Als ik iemand belasting betaal, wil ik zien dat het op een zinnige manier wordt besteed. Voor mij is politiek ook een praktische zaak, ik denk niet in termen van natie, volk of vaderland.'

De euroscepsis in het westen vindt Cerny eigenlijk heel begrijpelijk. 'Als ik in Frankrijk woonde en ik zou de Tsjechen erbij krijgen, dan zou ik ook sceptisch zijn.' Lachend voegt hij eraan toe: 'De Franse saloncommunisten hebben we wél iets te bieden: een authentieke niet-hervormde stalinistische communistische partij. Maar even in ernst: in onze landen laat de publieke dienstverlening nog veel te wensen over. Jullie zijn gewoon ontwikkelder. Je kunt je natuurlijk afvragen of jullie niet over-ontwikkeld zijn geraakt. Wie weet is de westerse samenleving wel aan het eind van zijn bestaan gekomen en worden we straks allemaal platgewalst door de Chinezen. De helft van de kleren die we dragen komt nu al uit China.'

David Cerny heeft nog wel een boodschap voor het Nederlandse volk. 'De Nederlanders bezitten van alle buitenlanders het meeste onroerend goed in Tsjechië. Als het ijs van de noordpool begint te smelten, zijn jullie hier met jullie 3 miljoen hartelijk welkom.' Als hij hoort dat het om 16 miljoen mensen gaat, roept hij: 'Shit! Nou, doe dan maar de groeten aan de Dogtroep.' M

Laura Starink is redacteur van NRC Handelsblad.

Pavel Wellner is fotograaf in Praag.

[streamers]

'Op een dag zagen mijn ouders de loop van een tank op drie meter van hun raam.'

'Ik ging leren hanggliden. Ik dacht: als ze me er niet uitlaten, vlieg ik gewoon de grens over.'

'Doe dan maar de groeten aan de Dogtroep.'