Toch hoop voor Hubble

Komt het toch nog goed met de Hubble-telescoop? Als het aan Nasa-baas Sean O'Keefe ligt wel. Afgelopen dinsdag maakte hij op een bijeenkomst van de American Astronomical Society in Denver (Colorado) bekend dat de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie overweegt om een robot-servicevlucht naar de Hubble uit te voeren. De aankondiging van een call for proposals werd met luid applaus begroet.

Januari dit jaar leek het lot van de Hubble bezegeld. Dezelfde O'Keefe maakte toen bekend dat de geplande vijfde servicevlucht naar de Hubble per (bemande) Space Shuttle, die voor volgend jaar op de rol stond, was afgeblazen. Oorzaak: de ramp met het ruimteveer Columbia op 1 februari 2003. De commissie die dat ongeluk onderzocht kwam met de aanbeveling dat een shuttle-bemanning voortaan in staat moet zijn tijdens een vlucht het hitteschild te inspecteren. Bij een vlucht naar het internationale ruimtestation ISS is dat geen probleem, maar apart voor een Hubble-missie zo'n voorziening ontwikkelen ging de Nasa te ver, aldus O'Keefe. Waarna binnen en buiten de astronomische wereld een storm van protest opstak.

Voorstellen voor een robotmissie naar de Hubble moeten voor 16 juli ingediend zijn. Haast is geboden omdat binnen drie jaar de Hubble aan nieuwe batterijen toe is. Ook de gyroscopen, zonder welke de satelliet niet op een bepaalde ster te richten valt, zijn toe aan vervanging. Gebeurt er niets, dan verandert de Hubble in 2007 (of kort daarna) in ruimteschroot.

De gevraagde robotmissie bestaat uit drie onderdelen. Hoogste prioriteit heeft het bevestigen aan de Hubble van een de-orbiting-module die op termijn het gevaarte op gecontroleerde wijze de aardse dampkring in kan sturen, opdat de restanten van de satelliet in de Grote Oceaan plonzen. Vervolgens moeten de batterijen en gyroscopen vervangen worden, zodat de Hubble weer zeven jaar mee kan. Het moeilijkste zal zijn om twee nieuwe instrumenten te installeren, met een gezamenlijke waarde van 200 miljoen dollar. Die zijn al gebouwd en zullen de gevoeligheid en de nauwkeurigheid van de telecoop aanzienlijk vergroten. De robots werken niet autonoom maar krijgen on line besturing vanaf aarde. Het idee is om shuttle-astronauten in te zetten die bij een eerdere servicevlucht naar de Hubble betrokken zijn geweest.

Op de bijeenkomst in Denver sprak O'Keefe van een win-winsituatie. De Hubble zou de astronomen nog jaren van prachtige plaatjes (en wetenschap) voorzien, terwijl de Nasa met de robotmissie alvast ervaring kan opdoen voor toekomstige missies waarbij in de ruimte grote constructies in elkaar moeten worden gezet. Zulke missies vloeien voort uit de nieuwe Nasa-visie die president Bush begin dit jaar ontvouwde: terug naar de maan, naar Mars en het exploreren van de ruimte.

Astronomen juichen het idee van een robotmissie toe, maar zien tegelijk graag dat in afwachting van de uitkomst van de call for proposals de shuttle-missie in leven blijft. Vorige week nog stuurden 27 astronauten een petitie naar Bush die stelt dat een robotmissie een shuttlevlucht niet volledig kan vervangen, dat er nieuwe technologie voor nodig is die zich nog moet bewijzen en dat de kans op mislukking van zo'n sercicevlucht dus groter is. Ook Rodger Thompson, principal investigator van de Hubble-infraroodcamera, wil de shuttle-optie open houden. ``Eén service-missie naar de Hubble'', zei hij woensdag in de New York Times, levert veel meer wetenschap op dan de 24 shuttlevluchten naar het internationale ruimtestation bij elkaar.''