Terroristen spekken de kas van het regime dat ze bestrijden

De Amerikanen en de Engelsen hebben een nieuw front ontdekt in de strijd tegen de terreur en om de olie: Afrika. Volgens het Engelstalige maandblad Middle East zijn er de laatste maanden Amerikaanse troepen van de Special Forces aangekomen in landen waar Amerikaanse en Britse oliemaatschappijen olie exploreren en produceren, met name in Algerije, Niger, Tsjaad en Mali. Het blad meldt dat de Amerikanen al 700 miljoen dollar hebben uitgegeven aan het uitrusten en trainen van de troepen in deze landen, in het kader van een plan dat alle Sahel-landen omvat.

De Britten zitten evenmin stil. Het bezoek dat premier Blair onlangs aan Libië bracht, was volgens het blad niet alleen bedoeld om Gaddafi de belofte af te dwingen dat hij zal afzien van massavernietigingswapens, maar ook om zich persoonlijk te bemoeien met het sluiten van een overeenkomst tussen Libië en de Brits-Nederlandse oliemaatschappij Royal Dutch Shell. De onderneming heeft daardoor opnieuw toegang tot een van 's wereld belangrijkste olieproducerende landen in de Arabische wereld, constateert het blad.

Zoals de industrielanden verslaafd zijn aan Arabische olie, zo is het Arabische bedrijfsleven afhankelijk van hun kapitaal. In het omslagartikel schrijft het blad dat het aantal Arabische ondernemingen met een notering op de Amerikaanse en Europese beurzen binnen zes jaar zal verdubbelen. De Arabieren maken daarbij gebruik van American Depositary Receipts, ,,een investeringsinstrument met een rijke historie'', schrijft het blad. Vlak na de Eerste Wereldoorlog deden Europese bedrijven er hun voordeel mee.

En na de Tweede Wereldoorlog waren het vooral Zuid-Amerikaanse en Aziatische ondernemingen die er kapitaal mee aantrokken.

Dat de Arabieren de ADR's nu ook hebben ontdekt, is geen wonder, meent het blad. Want ondernemingen die op deze manier kapitaal aantrekken worden jaarlijks tien procent meer waard op hun thuismarkt, blijkt uit onderzoek van de beleggingsconsultancy Oxford Metrica. Bij het onderzoek waren 767 Arabische ondernemingen betrokken.

Maar misschien moet het Arabische bedrijfsleven beter letten op wat er thuis gebeurt. Want, schrijft het Britse weekblad The Economist, ondanks de aanslagen blijven de koersen op de beurs in Riad stijgen, terwijl ze de afgelopen twee jaar toch al 125 procent waren gestegen. Dat betekent volgens het blad dat de beleggers vertrouwen hebben in de toekomst van het Saoedische koninkrijk. In feite spekken de jihadi's die hun aanvallen als successen vieren, de kas van het regime dat ze bestrijden.

Maar dat wil volgens het blad niet zeggen dat de regering het terrorisme op eigen houtje de baas kan. Daar heeft het regerende koningshuis ook het volk voor nodig. ,,Om de mensen achter zich te krijgen'', zo citeert het blad een Saoedische zakenman, ,,moet het regime hen ook politieke zeggenschap geven. Want momenteel zijn er te veel mensen die zeggen: terrorisme is slecht, maar het is een zaak tussen de regering en de terroristen.'' Toch kunnen ze, schrijft het blad, op meer bijval rekenen dan je zou denken. Weliswaar meent een meerderheid van de Arabieren dat de aanvallen op buitenlanders in Saoedi-Arabië slecht zijn voor het imago van de islam, maar die meerderheid is niet erg groot, zo blijkt uit een enquête van het Arabische tv-zender Al Jazira onder 85.000 respondenten. Een grote minderheid van 42 procent vond dat het aanvallen van buitenlanders goed is voor het geloof.

Met het vooruitzicht op meer terreuraanvallen in Saoedi-Arabië zal de markt op scherp blijven staan, voorspelt het Amerikaanse zakenweekblad BusinessWeek. Maar de meeste analisten gaan er van uit dat een serieuze verstoring van de aanvoer niet aan de orde is. Niettemin zullen aanvallen op minder goed beschermde doelwitten als kantoren de prijs nog verder kunnen opjagen tot vijftig dollar per vat, verwacht het blad.

Maar tachtig dollar per vat is evengoed denkbaar, meent het Duitse weekblad Die Zeit. De huidige prijs van ruim veertig dollar per vat is reëel gerekend nog niet half zo hoog als het prijsniveau in 1980. Het blad meent dat de wereld het moet hebben van een snelle stijging van de olieproductie in Irak, waar de productievoorwaarden ideaal zijn. Nergens anders ter wereld is de oliewinning zo gemakkelijk en goedkoop als in Irak, namelijk een dollar per vat. Dat is half zo goedkoop als in Saoedi-Arabië. Overigens verbaast het blad zich er over dat de bescherming van het milieu nauwelijks een rol speelt in de discussie. De kwaliteit van het milieu is toch een reden te meer om de afhankelijkheid van olie zo snel mogelijk te overwinnen?

Dan heeft het blad toch buiten de waard gerekend, want Shell handelt niet alleen in olie, maar ook in energie die je wint met wind. De onderneming verwacht dat de aanvoer van olie vanaf 2020 zal verminderen, zo citeert het Amerikaanse beursweekblad Barron's Jeremy Cohen, vice-president van Shell International Renewables. Het herinnert er aan dat Shell twee jaar geleden een zonne-energie bedrijf overnam van Siemens en dat het vier jaar geleden begon met Shell WindEnergy.