`Politiek stopt bouwfraude in doofpot'

In een van de dossiers over de bouwfraude staan aanwijzingen van ,,ernstige feiten'', aldus de Amsterdamse advocaat Spong. Dat deze feiten niet strafrechtelijk zijn onderzocht, verklaart hij uit politieke motieven.

Het besluit van justitie om geen strafrechtelijk onderzoek in te stellen naar de schaduwboekhouding van bouwbedrijf Boele & van Eesteren is ingegeven door politieke of economische overwegingen. Strafrechtelijk bevat het dossier een waslijst van aanknopingspunten voor onderzoek, waaronder valsheid in geschrifte, oplichting en belastingontduiking.

Dat zegt de Amsterdamse advocaat G. Spong na bestudering van de schaduwadministratie waarin verboden werk- en prijsafspraken staan van 90 aannemers.

Spong trad in januari op als adviseur van de klokkenluider. Die overhandigde in februari het dossier, mede op Spongs advies, aan het openbaar ministerie. Volgens de advocaat gaat het in het dossier om aanwijzingen van ,,ernstige feiten die gedegen onderzoek vergen'', waaronder het horen van in het dossier genoemde betrokkenen. In de schaduwadministratie komt ook de naam voor van voormalig minister van Verkeer en Waterstaat en Economische Zaken, Annemarie Jorritsma.

In een brief aan de klokkenluider noemde Spong de door hem aangetroffen aanwijzingen van strafbare feiten in het dossier zo schokkend, dat alleen al het bezit ervan de klokkenluider op een gevangenisstraf van zes maanden kon komen te staan.

Volgens een woordvoerder van het openbaar ministerie is, nadat het dossier was ontvangen van de klokkenluider, alleen de eventuele betrokkenheid van Jorritsma onderzocht. Het bood volgens hem ,,onvoldoende aanknopingspunten'' voor strafrechtelijk onderzoek. Hij bevestigt dat daarbij alleen de ingeleverde documenten zijn onderzocht. Er zijn verder door justitie geen betrokkenen gehoord.

Het vijfhonderd pagina's tellende dossier is vervolgens niet meer bekeken op strafbare feiten als valsheid in geschrifte en oplichting, maar doorgestuurd naar de mededingingsautoriteit NMa. Dat gebeurde overigens zo traag dat de aannemers in de gelegenheid waren clementie te vragen bij de NMa.

,,We zijn niet het bouwfraudeparket van Nederland'', aldus de woordvoerder van het landelijk parket. ,,Het was opportuun om een andere instantie in te schakelen, zoals de NMa. Die is sinds 1998 bevoegd om overtredingen van de Mededingingswet te onderzoeken. Als de NMa in hun onderzoek strafbare feiten constateren, horen we het wel.''

Een woordvoerster van de NMA zegt dat de mededingingsautoriteit helemaal geen aanwijzingen van oplichting of valsheid in geschrifte mág doorspelen aan justitie. ,,Het is ook maar de vraag of we dergelijke signalen tegenkomen. Dat is tot nu toe in ieder geval nog niet gebeurd.''

Spong noemt het een raadsel waarom het openbaar ministerie heeft volstaan met dergelijk ,,summier'' onderzoek. ,,Er is sprake van een ernstige verdenking van een reeks strafbare feiten. Dan moeten er op zijn minst betrokkenen zijn gehoord en andere boekhoudingen vergeleken zijn. Pas dan kan je er echt achter komen of hier sprake is van valsheid in geschrifte of niet.''

Spong gaat ervan uit dat minister Donner (Justitie) geïnformeerd moet zijn geweest over het besluit van het landelijk parket om geen vervolgonderzoek te doen. ,,De minister moet de vraag beantwoorden waaruit dat onderzoek van het openbaar ministerie heeft bestaan en waarom het geen vervolg heeft gekregen.''