Parlementariërs trekken samen ten strijde

Om het democratisch tekort in Europa te bestrijden, gaan Eerste en Tweede Kamer meer samenwerken. De Verenigde Vergadering der Staten-Generaal wordt meer dan een curiositeit.

Naar schatting meer dan de helft van de Nederlandse wetgeving komt uit Europa. De pogingen van de Eerste en Tweede Kamer om de democratische controle daarop te vergroten, zullen leiden tot een fundamentele verandering van het functioneren van de nationale democratie, meent Tweede-Kamerlid Hans van Baalen, Europa-specialist van de VVD. Zo zal er, denkt hij, een inhoudelijke ,,taakverdeling'' ontstaan tussen de Tweede en Eerste Kamer, nu al ruim 150 jaar volstrekt apart opererend. ,,De Eerste-Kamerleden'', meent Van Baalen, ,,hebben meer tijd, vergaderen minder. Zij gaan het voortouw nemen bij bijvoorbeeld Europese justitiezaken.'' De Tweede Kamer zal zich bijvoorbeeld vooral met actuele politiek in Europa bezighouden. Ook persoonlijke competenties van Kamerleden zouden bepalend kunnen zijn voor de taakverdeling, oppert Van Baalen. Nu al wordt de taakverdeling de facto voorbereid door een instelling als het nieuwe Europees Bureau Eerste Kamer, de ambtelijke ondersteuning van de senaat voor Europese wetgeving.

De VVD'er oppert zijn ideeën niet zomaar. Van Baalen maakt met zeven anderen deel uit van een gecombineerde commissie van Eerste en Tweede Kamer, die nog deze zomer komt met voorstellen om de grip van het nationale parlement op de Europese wetgeving te vergroten. Vooral de invoering van de Europese grondwet gaat grote gevolgen hebben voor het functioneren in het nationale parlement, zegt Tweede-Kamerlid Van Dijk (CDA), voorzitter van de commissie. De nationale parlementen kunnen dan al in de eerste fase van de Europese besluitvorming, als de Europese Commissie een voorstel doet, adviseren of regelgeving op Europees niveau wel nodig is. Zij voeren dan een 'subsidiariteitstoets' uit. Eenderde van de nationale parlementen kunnen samen een voorstel blokkeren. Eerste en Tweede Kamer krijgen Europees elk een stem.

Dat zal ertoe leiden, zegt Van Dijk, dat de twee Kamers veel intensiever gaan samenwerken. Een vaste 'Gezamenlijke Commissie' van Eerste en Tweede Kamer moet de adviezen aan Europa gaan coördineren. Als zij er niet uitkomen, komt de voltallige Tweede en Eerste Kamer bijeen in de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal. Nu is dat nog een doorgaans formele zeldzaamheid, gereserveerd voor de opening van het parlementaire jaar met prinsjesdag, en zaken als koninklijke huwelijken en de inhuldiging van een nieuw staatshoofd. Van Dijk hoopt dat een Verenigde Vergadering, die duidt op een conflict tussen of binnen beide Kamers, straks ,,niet meer dan een keer per jaar zal voorkomen.'' Maar het zal vaker, en anders, zijn dan nu. Volgens Van Baalen moeten de Kamers deze hervormingen ook doorvoeren als de Europese grondwet niet wordt aangenomen.

Volgens Van Dijk zullen door de nieuwe werkwijze onder begeleiding van de Gezamenlijke Commissie straks niet alleen `specialisten', maar álle Tweede- en Eerste-Kamerleden ,,voortaan van meet af aan betrokken zijn bij de Europese wetgeving''. Nu gaat het juist op dat gebied mis. Europese wetgeving is voor veel Tweede-Kamerleden nog steeds een onoverzichtelijk proces, waar ze te laat op inspringen. Voor Kamerleden is Europese wetgeving onaantrekkelijk om veel tijd in te investeren, zegt Kamerlid en justitiespecialist Van Haersma Buma (CDA). ,,Het politieke rendement is laag, het is moeilijk voor het voetlicht te brengen.'' Europese wetteksten zijn voor Tweede-Kamerleden vaak ,,moeilijk te snappen''. De teksten werken anders, er zit geen overzichtelijk `memorie van toelichting' en advies van de Raad van State bij zoals bij nationale wetten. Over Europese teksten wordt in Europa voortdurend dooronderhandeld, terwijl Kamerleden hun standpunt baseren op eerdere versies. De Justitiecommissie in de Kamer probeert meer grip te krijgen door onder meer al vroeg te spreken over de `fiches', waarin het ministerie van Buitenlandse Zaken de Kamer informeert over komende wetgeving uit Brussel.

Volgens Europarlementariër Buitenweg (GroenLinks) zal meer samenwerking tussen nationale en Europese parlementariërs nodig zijn. ,,Wij hebben de kennis, meer zicht op andere landen en de internationale verhoudingen.'' Nu gebruiken Europarlementariërs zelden hun recht van inspraak bij Kamervergaderingen die Europese ministerraden voorbereiden. ,,Geen tijd'', zegt Europarlementariër Mulder (VVD). ,,Maar ik ben er ook niet vóór. Een Kamerlid gaat toch ook niet bij de Provinciale-Statenvergadering van Drenthe zitten?''