Overnemen Amerikaanse lobbywet is half werk

In zijn opiniebijdrage `Pak lobby van bedrijfsleven in Brussel aan' (NRC Handelsblad, 1 juni) houdt Erik Wesselius een pleidooi voor verscherpte regelgeving en meer transparantie voor het lobbyen in Brussel. Hij richt zijn pijlen daarbij met name op de lobby van het bedrijfsleven en stelt dat we een voorbeeld kunnen nemen aan de Amerikaanse `Lobby Disclosure Act', waarbij lobbyïsten zich elk half jaar moeten verantwoorden voor wie en voor hoeveel geld ze hebben gewerkt.

Dit is weer eens een bewijs dat een voorbeeld nemen aan een ander in een tijd van snelle (technische) ontwikkelingen vaak leidt tot vernieuwingen die op het moment dat ze ingevoerd worden alweer achterhaald zijn.

Naar anderen kijken kan geen kwaad, maar men moet vooral ook zelf nadenken. Hoewel ik de bijzonderheden ervan niet ken, lijkt mij het overnemen van die Amerikaanse wet slechts half werk: openbaarheid voor de Bühne, vrij saai werk en nogal gevoelig voor fraude. Waarom de democratie van Brussel (en zeker ook de nationale!) niet echt een stap vooruit helpen en de nieuwste technische middelen optimaler gebruiken voor het lobbyen? Waarom het lobbyen niet direct ondergebracht in een Europese Wet Openbaarheid Bestuur (en de nationale!) en het lobbyen alleen nog maar toestaan via e-mails (die vanzelf duidelijker en compacter worden om te worden gezien) en die e-mails (na redactie) ergens toegankelijk maken voor in principe elke burger?

Verantwoording afleggen over die redactie lijkt me reëler en leerzamer (en minder vervelend) dan het turven wat die Amerikaanse wet voorschrijft.