Onder professoren

Professor Borst pleit er in de bijlage Wetenschap & Onderwijs van 29/30 mei vurig voor dat een hoogleraar ``meewerkend voorman'' moet blijven. In de organisatieleer wordt verschil gemaakt tussen leaders en managers. Het verschil wordt direct duidelijk als we naar de muziekwereld kijken: Riccardo Chailly en Mick Jagger zijn leaders. Hun managers zijn anonieme figuren, ondergeschikten. In de muziek komt het evengoed als in de wetenschap aan op leadership: alleen zo kom je tot creativiteit. In productiebedrijven ligt dat anders. Ziet men een universiteit als `lesfabriek', dan is het logisch dat managers de overhand hebben. Docenten zullen voor hen slechts `resources' zijn, in managementjargon.

Maar gelukkig is een moderne Nederlandse universiteit nog steeds niet verworden tot een pure lesfabriek, een enkele faculteit wellicht uitgezonderd. Onze universiteiten zijn nog steeds primair kenniscentra, zeker de medische faculteiten, de bètafaculteiten – welke faculteiten eigenlijk niet. En kenniscentra dienen geleid te worden door creatieve leiders van het hoogste wetenschappelijke niveau. Die niet gestuurd, maar ondersteund worden door ijverige managers die hen waar mogelijk administratieve rompslomp uit handen nemen. Managers en leaders zijn ook wezenlijk verschillende persoonlijkheden: een boegbeeld moet je niet aan het stuur zetten, en omgekeerd. Of je zo'n leader altijd als `meewerkend voorman' kunt betitelen vraag ik mij overigens af: Jagger is dat wel, Chailly niet.

De vrijheid van de wetenschap is bij onze oosterburen zelfs grondwettelijk geregeld (art. 5 lid 3 Grundgesetz). Daarom hebben wetenschappers het daar uiteindelijk nog steeds voor het zeggen, en geen managers. En ook bij de Zwitsers (art. 20 Bundesverfassung), met hun jaloers makende Eidgenössische Technische Hochschule (zie o.a. NRC Handelsblad 13/5, p. 9 en 27/5, p. 7). Nederland steekt daar schamel bij af, met slechts een bepaling die in een gewone wet is verstopt die zegt aan universiteiten en hogescholen ``de academische vrijheid in acht wordt genomen'' (art. 1.6 WHW). Daar hoor je nooit wat over. Ten onrechte. Academische vrijheid betekent dat wetenschappers de lead moeten hebben.