Nederland staakt hulp Suriname

Nederland wil de huidige exclusieve ontwikkelingsrelatie met Suriname in vijf jaar geleidelijk beëindigen. Daarvoor in de plaats moet een ,,zakelijke en betrokken'' samenwerking met de oud-kolonie komen.

Dat staat in een notitie over de toekomstige relatie tussen beide landen die het kabinet gisteren heeft goedgekeurd. Het is de eerste beleidsnotitie over Suriname sinds het land in 1975 onafhankelijk werd en ruim anderhalf miljard euro aan ontwikkelingshulp toegezegd kreeg. Daarvan is nu nog 282 miljoen over. Als dat geld op is, komt Suriname, op grond van het armoedecriterium, niet meer in aanmerking voor verdere automatische financiering van ontwikkelingssamenwerking.

Volgens minister Van Ardenne (CDA, Ontwikkelingssamenwerking), is het land goed in staat om op de internationale kapitaalmarkt leningen af te sluiten. Nederland zou nog wel financiële steun willen geven aan ,,wederzijdse belangen'' zoals drugsbestrijding, mensenhandel, milieu of defensie. Van Ardenne benadrukt de wens voor ,,goede betrekkingen met een volwaardige partner''.

De notitie is voornamelijk gebaseerd op het rapport Lessons Learned, waarin Nederlandse en Surinaamse wetenschappers onlangs de ontwikkelingsrelatie evalueerden. Zij stelden vast dat de verdragsmiddelen onvoldoende hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van Suriname.

Hoewel Van Ardenne in de notitie ,,enkele lichtpunten'' noemt als de huidige macro-economische stabiliteit, beteugeling van de inflatie en realisatie van een bescheiden economische groei, is de toonzetting van het stuk kritisch. Zo kent Suriname ,,geen samenhangende aanpak van het armoedevraagstuk'' en is de economie geschaad door ,,een tekortschietend investerings- en ondernemingsklimaat, een overmaat aan regelgeving en overheidsbemoeienis en een gebrek aan vaktechnisch geschoold personeel''.

De Nederlands-Surinaamse relaties zijn de afgelopen jaren wel volwassener geworden, maar het blijft moeilijk ,,om in werkelijk partnerschap een constructieve dialoog te voeren'', aldus de notitie, waarin verder wordt gepleit voor een verminderde Surinaamse afhankelijkheid van Nederland en een grotere rol van Suriname in de regio.

VAN ARDENNE: pagina 2