Landbouw kent de minste controle

Het landbouwbeleid is het meest Europees geregeld, maar het minst democratisch gecontroleerd.

Niet ideaal. Dat is de omschrijving van Europarlementariër Jan Mulder (VVD) voor de democratische controle op de besteding van de ruim 43 miljard euro landbouwgelden, de helft van de Europese begroting.

Velen zouden dat een understatement noemen. Het landbouwbeleid is van alle beleidsterreinen het meest Europees: het wordt bijna geheel bepaald door de Europese ministers van Landbouw die er bij meerderheid in vaak harde en lange, en altijd besloten onderhandelingen over beslissen. Tegelijk is juist hier de democratische controle het kleinst. Negentig procent van de begroting betreft de marktverordeningen, exportsubsidies en productie-ondersteuning. En daarover beslist het Europees Parlement niet mee. Het geeft wel advies, ,,maar dat wordt belangstellend bekeken en terzijde geschoven'', zegt Mulder. En van de Tweede-Kamerleden, die de eigen minister ruimte geven voor de onderhandelingen, moet het ook niet komen. ,,Die kennen de details niet'', meent Mulder.

Daartegenover verzucht Tweede-Kamerlid Harm-Evert Waalkens (PvdA) juist dat als het Europees Parlement méér te zeggen zou krijgen over de landbouwbegroting (zoals is voorzien in de Europese ontwerpgrondwet) het niet goed zal gaan met de hervorming van het Europese landbouwbeleid. ,,In het Europees Parlement overheersen de conservatieven'', zegt Waalkens. ,,Zij proberen altijd meer geld naar de sector te laten gaan.'' En daarmee dus precies naar de grote pot waar het parlement niet zelf over gaat.

Op dit moment gaat jaarlijks al een steeds groter deel van de Europese landbouwbegroting naar plattelandsontwikkeling. Nu is dat tien procent, 4,3 miljard euro. Dat geld gaat niet meer naar extra bescherming van de sector, maar is bestemd voor goede inrichting van het landschap, natuurbeheer, infrastuctuur op het platteland.

Mulder vindt dat allemaal geen teken van democratisch tekort. Integendeel, zegt hij: ,,Het parlement heeft de facto meer te zeggen dan u denkt.'' Zo claimt Mulder vorig jaar als rapporteur van het Europees Parlement voor de EU-begroting voor 2004 in `trialoog' met de Europese Commissie en een afvaardiging van de Raad van Ministers tal van `amendementen' te hebben ingediend op landbouwgebied. Officieel kan dat niet, maar zo gaat het via onderhandelingen de facto wel, zegt Mulder. Zo bereikte het Europees Parlement dat er geld wordt vrijgemaakt voor studie op een nieuwe nitraatrichtlijn: de Europese kaderwet waarop het strikte mestbeleid is gebaseerd waar Nederland al jaren mee worstelt. Eigenlijk is dat een milieu-aangelegenheid – waar het Europees Parlement wel zeggenschap over heeft – maar het geld komt op het deel van de landbouwbegroting, waar het EP niet over gaat. ,,We hebben gezegd: we zetten het hoe dan ook door'', zegt Mulder.

Het mestbeleid toont aan tot waar de macht van de Tweede Kamer nog strekt, zegt Kamerlid Waalkens. Vorige maand gaf minister Veerman (Landbouw) na dertien jaar de strijd op tegen toepassing van de nitraatrichtlijn. Intussen was de Kamer jarenlang ,,uiterst succesvol'' met uitstellen, door steun te geven aan een alternatief systeem, dat soepeler was en meer op de ruimte van de individuele ondernemer gericht. Nu moet de Kamer bakzeil halen.