Kamer krijgt ambassadeur in Brussel

De Tweede Kamer heeft voor het eerst een eigen `ambassadeur' bij de Europese Unie benoemd. Het gaat om voormalig griffier Jan Nico van Overbeeke, die als permanent afgevaardigde wordt gestationeerd bij het Europees Parlement in Brussel.

Met de eigen permanent vertegenwoorder hoopt de Tweede Kamer de achterstand in te halen bij het verwerven van informatie over wetgeving die in Europa in voorbereiding is. Deze bepaalt op steeds meer beleidsterreinen de grote lijnen en marges van de nationale wetgeving die de Tweede Kamer behandelt.

De nationale parlementen uit het merendeel van de andere lidstaten hebben al jaren hun eigen afgevaardigden in Brussel. Van Overbeeke is deze week begonnen als twintigste nationale representant. Het Deense parlement was tien jaar geleden de eerste met een eigen `pv' in Brussel, gevolgd door het Finse parlement. Inmiddels heeft zestig procent van alle nationale parlementen een eigen vertegenwoordiger bij het Europees Parlement, aldus Thomas Grunert, hoofd relaties nationale parlementen van het Europees Parlement.

Volgens Tweede-Kamerlid Van Baalen (VVD), die het sturen van de gezant twee jaar geleden voorstelde, zijn de parlementen met eigen vertegenwoordiger beter geïnformeerd over komende Europese wetgeving. ,,Daarvoor moet een parlement niet alleen op de regering vertrouwen. De representanten geven een `early warning'.''

Alleen de parlementen van Griekenland, Portugal en Spanje zullen aan het einde van dit jaar naar verwachting nog geen parlementaire representant hebben. Onder meer Frankrijk heeft twee parlementaire representanten, één van de Assemblée Nationale en één namens de Senaat. De regeringen van de lidstaten hebben allemaal een eigen permanente vertegenwoordiging. De CDA-fractie in de Tweede Kamer stationeert vanaf de zomer een eigen beleidsmedewerker bij het Europees Parlement, die als `brug' met Den Haag moet gaan functioneren.

De parlementaire gezanten zullen extra gewicht krijgen als de Europese grondwet wordt aangenomen. Daarin krijgen nationale parlementen meer mogelijkheden om Europese regelgeving te blokkeren.