Hollandsche Rading - Breukelen

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Utrecht.

De meikever ligt op zijn rozenbotteljam-gestreepte rug op het asfalt. Zijn poten trappelen, zijn gevederde oogklepjes trillen. Hij is groot en hulpeloos wat is dat toch een trieste combinatie. Gelukkig zijn wij er. Wij redden hem. En als de sufferd opnieuw op zijn rug kukelt, redden we hem weer, en nu plaatsen we hem veilig in het gras.

,,Ik begrijp de natuur, want ik voel de natuur'', citeert man een hartenkreet uit de dagboeken van Vaclav Nijinski. Nijinski was een danser, de beste danser die er ooit heeft bestaan. Misschien was Nijinski een wandelaar, het zou me niet verbazen. Wandelen is een soort oerdansen. Swingen doet het: stap, stappestap, stap-stáp, daar past altijd een muziekje bij.

Het is warm maar niet stoffig, ook niet als het asfalt donker zand wordt, daar zorgt de wind voor. Achter het elzen- en eikenhout ontvouwt zich akker- en weidegrond. Heggen worden gesnoeid. Een overtuigd melkveehouder (,,Die paarden? Die doet mijn vrouw'') wijst vertederd op de zwaluwnesten onder de daklijst van zijn hoeve: ,,Zien jullie de kopjes?'' Volgens hem maakt één zwaluw wel degelijk zomer. Ziet hij de eerste dan is hij meteen vrolijk. Hij vertelt over zijn onrust toen de zwaluwen niet terugkeerden van de trek naar Afrika, tijdens de oorlog in Koeweit was dat: ,,Ze kwamen er blijkbaar niet door.''

In de modderige sloten paraderen de voorns massaal met hun rode vinnen, vogels doen zangwedstrijden langs de bosrand, de braamstruiken bloeien in degelijk huishoudwit. Hier en daar tuft een tractor met aanhang op het land, figuurtjes in blauwe overalls springen eraf of klimmen erop. En over alles is een fikse laag stralend licht geplamuurd.

In dat licht klinkt geratel. Vliegtuigjes duiken hoog over ons heen, met niezende propellers aan de neus en zich schrap zettende wieletjes onder de buik. Boven de weilanden, waar sommig vee het op een holletje zet, zweven parachutes. Invasie-nostalgie? Nee, sportgevlieg. Vogels racen de toestellen voorbij. Wij moeten ook door.

Een zand-betonpad voert door aangenaam zompig ruikend waterland, aan de wallenkanten schuilen vrachten waterlelies achter slagordes pijlkruid-blad. Het ongeremd groeiende grasland wordt bepaald door pluimen, in lila, vosros, waarlijk rood, geel, minigroen. Een rietzanger glijdt op knijptenen omhoog en omlaag langs een halm, Cleopatra-strepen langs de ogen, knipknap-snaveltje.

Na een smal pad waar wandelaars en fietsers zich aan elkaar ergeren en waar distelstruiken de boel pesterig verder versmallen, bereiken we kalm gebied met richels hooi. Het geurt naar geluk.

17 km. Kaarten 6, 7, 8 uit: Marskramerpad 3. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2003. Begin- en eindpunt van de wandeling zijn per trein verbonden. Overstappen in Utrecht. Inl. tel 0900 9292 of www.9292ov.nl